UITGELEGD /
ALGORITMES
✏ MARGOT CATTERSEL - MAART 2026 - LEESTIJD 3 MINUTEN
Je opent Facebook en ziet vooral foto’s van familie en recepten. Iemand anders krijgt op zijn of haar tijdslijn vooral nieuws en discussies voorgeschoteld. En op Netflix krijgt je partner bepaalde series aanbevolen, terwijl jij een heel ander voorstel krijgt. Dat verschil in wat je online te zien krijgt, is geen toeval. Want veel van wat jij online ziet, wordt mee bepaald door algoritmes. Maar wat zijn algoritmes precies, en hoe werken ze?
Wat is een algoritme?
Een algoritme is een automatisch systeem dat apps en websites gebruiken om inhoud te ordenen. Het bepaalt in welke volgorde berichten, video’s, producten of artikels op je scherm verschijnen. Het systeem volgt vaste regels om te bepalen wat je eerst te zien krijgt. Zodra er online meer content is dan op één scherm past - en dat is bijna altijd zo - moet er een selectie gemaakt worden. Dat betekent: niet alles wat er is, wordt getoond, wel een beperkte keuze. Die keuze maakt het algoritme op basis van je online gedrag.
Je eigen bibliothecaris
Je kan het internet vergelijken met een grote bibliotheek. Er zijn veel meer boeken dan je ooit kan lezen, en je ziet ze ook niet allemaal tegelijk. Wat vooraan uitgestald wordt, bepaalt mee waar je naar grijpt. Een algoritme werkt als een soort bibliothecaris die voor jou een stapel boeken klaarlegt. Dat doet het niet willekeurig, maar op basis van wat je eerder leende, in welke boeken je bladerde en welke je snel weer terugzette. Dat maakt het zoeken makkelijker. Maar het betekent ook dat je altijd maar een deel van het aanbod ziet, nooit de hele bibliotheek.
Waar kom je algoritmes tegen?
Elke dag kom je algoritmes tegen, ook al zie je ze niet. Algoritmes werken namelijk op de achtergrond. Ze zitten in veel apps en websites die je elke dag gebruikt.
Je komt ze onder andere tegen bij:
• Sociale media zoals Facebook, Instagram of TikTok, waar zij bepalen welke berichten bovenaan je tijdlijn verschijnen.
• Streamingdiensten zoals Netflix of Spotify, die films, series of muziek aanbevelen.
• Online winkels, waar producten worden getoond die volgens het systeem bij jou passen.
• Zoekmachines zoals Google, die kiezen welke zoekresultaten bovenaan verschijnen.
• Nieuwswebsites, waar soms automatisch wordt gekozen welke artikels je eerst te zien krijgt, bijvoorbeeld op de startpagina of bij ‘aanbevelingen’.
Kort gezegd: zodra er meer berichten, video’s of producten zijn dan op één scherm passen, helpt een algoritme om te bepalen wat je eerst ziet en wat later komt.
Hoe leert het systeem wat jij interessant vindt?
Wanneer je een app of website gebruikt, kijkt het systeem naar wat je doet op je scherm. Waar klik je op? Waar blijf je even hangen? Wat deel je? Waaraan scrol je meteen voorbij?
Op basis daarvan past het algoritme zich aan. Inhoud waar je vaak aandacht aan geeft, verschijnt vaker en hoger in beeld. Tegelijkertijd krijgen zaken die je online meestal overslaat, steeds minder een plekje in jouw overzichten. Zo verandert de selectie die je te zien krijgt en wordt die ook steeds persoonlijker. De stapel boeken die de bibliothecaris voor jou klaarlegt, is niet dezelfde als die van iemand anders.
Negatieve aandacht is ook aandacht
Een algoritme weet wel wat je kijkt, maar niet waarom je kijkt. Kijk je een filmpje uit omdat je het interessant vindt, dan zorgt het algoritme ervoor dat gelijkaardige inhoud vaker verschijnt. Maar ook wanneer je blijft kijken uit ergernis of verontwaardiging, gebeurt hetzelfde. Voor het algoritme is blijven kijken het belangrijkste signaal.
Dat zie je bijvoorbeeld op sociale media, waar negatieve of opruiende berichten vaak blijven opduiken. Posts die heel erg ongenuanceerd zijn en waarin mensen heel uitgesproken meningen hebben, doen het vaak erg goed op deze platformen. Ze trekken de aandacht, mensen laten commentaren na, delen, … En die zaken wegen zwaar mee in wat het algoritme verder toont. Voor het algoritme telt ‘aandacht’ en negatieve aandacht is ook aandacht.
Langs de andere kant krijg je door algoritmes vaker hetzelfde soort inhoud te zien. Andere onderwerpen of standpunten worden minder zichtbaar. Je kan daardoor in je eigen digitale bubbeltje terechtkomen, waarin gelijkaardige ideeën steeds opduiken en elkaar blijven versterken. Denk bijvoorbeeld aan hoe jongens online steeds vaker gelijkaardige video’s of berichten te zien krijgen, en zo stap voor stap terechtkomen in de zogenaamde ‘manosphere’.
EVEN OP EEN RIJTJE
Tijdslijn
De berichten of video’s die je ziet wanneer je een app opent.
Content
Alles wat je online te zien krijgt zoals berichten, video’s, artikels of posts.
Online gedrag
Wat je online doet zoals aanklikken, kijken, reageren, delen of voorbij scrollen. Dat gedrag stuurt mee wat je te zien krijgt.
Digitale bubbel
Een situatie waarin je vooral gelijkaardige ideeën of beelden blijft zien en andere perspectieven minder opduiken.
Manosphere
Online content rond het idee dat mannen terrein verliezen, vrouwen te veel macht hebben en relaties beter terug de traditionele rolpatronen zouden omarmen.