close

Contacteer ons

Terug naar huidig nummer

ZO DOET ZIJ HET /

JULIA WELLENS

✏ ELKE VANDIJCK - FOTO: JULIA WELLENS - MEI 2026 - LEESTIJD 3 MINUTEN

In mei leggen alle vogels een ei, zegt het spreekwoord. Bij Julia Wellens (75) uit Tessenderlo-Ham is dat al jaren dagelijkse realiteit. Toen haar man overleed, nam ze zijn duiven over.
Wat begon als een gebaar van liefde, groeide uit tot een passie van haarzelf. Vandaag is
Julia een trotse duivenmelker. En alsof dat nog niet genoeg is, staat ze al 35 jaar aan het roer van Femma Kwaadmechelen Centrum. Stilzitten? Dat staat niet in haar woordenboek.
‘Gewoon nietsdoen, daar ben ik niet goed in.’

Julia: ‘Ik ben 75 en woon alleen. Mijn man is vijftien jaar geleden gestorven en mijn kinderen zijn al lang het huis uit. Mijn vier kleinkinderen zijn ondertussen ook groot, dus ik moet daar niet meer elke dag voor klaarstaan. Maar ik blijf graag actief. Ik ben al jaren voorzitter van Femma Kwaadmechelen Centrum, ik naai graag, werk in mijn tuin, en ga veel wandelen. En als kers op de taart zijn er natuurlijk mijn duiven.’


ALLES VOOR DE LIEFDE

‘Mijn man had al duiven van toen ik hem leerde kennen. Eigenlijk zijn ze dus altijd in mijn leven geweest. Vroeger moest ik daar niet veel voor doen, dat was zijn grote passie. Maar toen hij ziek werd, ben ik vanzelf meer beginnen helpen. Ik wilde niet dat hij zijn duiven moest wegdoen, want ik wist hoeveel ze voor hem betekenden.

Na zijn dood bleef ik achter met het hok vol duiven. Ik kreeg het niet over mijn hart om ze weg te doen, dus ben ik ermee verdergegaan. Eerst uit interesse, maar vooral uit liefde voor hem. Mijn man was ook secretaris van de duivenbond en zelfs dat werk heb ik nog een tijd overgenomen. Zo ben ik daar stap voor stap verder ingerold.’

‘Duivenmelken is geen hobby die je er zomaar even bij neemt.’

EEN HOBBY DIE NOOIT STILVALT

‘Duivenmelken is geen hobby die je er zomaar even bij neemt. Je moet er elke dag zijn. Het zijn levende dieren: ze moeten eten en drinken krijgen, en in het seizoen moeten ze trainen. In de zomer laat ik ze ’s morgens vliegen, meestal rond acht uur als het nog niet te warm is. Dan vliegen ze een halfuur rond en daarna roep ik ze weer binnen.

Van begin april tot eind september is het wedstrijdseizoen. Dan komt er meer bij kijken dan enkel de basistaken: trainen, inkorven, en natuurlijk wachten tot ze thuiskomen van een vlucht. Op donderdag- of vrijdagavond breng ik de duiven naar het lokaal voor een wedstrijd. Op zaterdag worden ze ergens gelost, vaak in Frankrijk. Dan is het afwachten wanneer ze thuiskomen. Dat kan snel gaan: een goede duif vliegt makkelijk meer dan honderd kilometer per uur. Maar het weer speelt natuurlijk ook een grote rol.

Je bent daar dus voortdurend mee bezig. Niet alleen praktisch, maar ook in je hoofd. Welke duif zet ik vooraan, zie ik als winnaar? Welke heeft goed gevlogen? Welke komt uit een sterke stamboom? Dat hou je allemaal bij. Er is geen dag dat ik niet in het duivenkot kom.’

EEN VROUW IN EEN MANNENWERELD

‘De duivensport is nog altijd vooral een mannenwereld. Er zijn wel vrouwen die met duiven spelen, maar vaak zit er dan een man achter die meehelpt. Ik doe het alleen. En ja, daar ben ik toch wel echt trots op, dat ik daar als vrouw mijn mannetje sta.

Vooral toen ik vorig jaar een provinciale vlucht won met een oude duif. Daar was ik echt heel blij mee. Zelfs mijn man had dat nooit meegemaakt, dus dat maakte het voor mij nog specialer. Het moment zelf zal ik niet snel vergeten. Ik verwachtte die duif helemaal niet zo vroeg. Ik ging gewoon het raam van het hok openzetten en plots zag ik haar al vliegen. Dat was echt een verrassing. Achteraf heb ik daar een diploma voor gekregen.

Zo’n prijs levert mij financieel niks op, integendeel, het heeft me geld gekost omdat ik getrakteerd heb (lacht). Maar daar draait het ook niet om. Ik speel niet voor geld. Ik doe het omdat ik het graag doe. Natuurlijk hoop ik dat mijn duiven goed vliegen, maar mijn leven hangt er niet van af.’

‘Ik ben niet iemand die tot rust komt door in de zetel te zitten.’

TWEE WERELDEN, HETZELFDE GEVOEL

‘Tussen de duivenbond en Femma zijn er eigenlijk veel gelijkenissen. En dat vind ik mooi. In beide groepen kom je samen met mensen die je goed kent. Je deelt er het goede en het slechte met elkaar. In de duivenbond zijn het vooral mannen, maar dat speelt eigenlijk geen rol. We kennen elkaar, helpen elkaar en praten over wat we meemaken.

Als er iets is met een duif, helpen we elkaar ook. Er zijn natuurlijk wel duivenmelkersgeheimen die niet meteen worden prijsgegeven (lacht). Maar tegelijk is er veel solidariteit. Toen hier ooit duiven werden doodgebeten, heb ik van verschillende duivenmelkers andere duiven gekregen. Dat vond ik heel mooi.’

‘Bij Femma voel ik hetzelfde warme groepsgevoel. Wij bestaan dit jaar honderd jaar, en als ik kon, zou ik er nog 100 jaar bij doen (lacht). Dat engagement geeft mij nog altijd veel energie.’

ALTIJD IETS OM HANDEN

‘Eigenlijk kom ik tijd tekort. Mijn dagen zijn goed gevuld met Femma, de duiven, het naaien, de tuin en het wandelen. Natuurlijk voel ik wel dat ik ouder word. Ik ben sneller moe dan vroeger. En als ik ooit echt zou moeten kiezen, zal de tuin waarschijnlijk als eerste wegvallen. Dat is het zwaarste werk.

Als duivenmelker wil ik zo lang mogelijk doorgaan, maar ik ben ook realistisch. Een deel van mijn hok bereik ik met een ladder, en ik weet niet of ik dat binnen vijf jaar nog zie zitten. Als het niet meer kan, dan moet ik stoppen. Zo is het leven. Maar zolang het gaat, doe ik voort.’

RUST IN BEWEGING

‘Ik zou het heel moeilijk vinden als ik van de ene dag op de andere niks meer zou kunnen doen. Ik ben graag onder de mensen, neem graag verantwoordelijkheid op en ik doe graag dingen waar ik zin en betekenis in vind. Of dat nu bij Femma is, tussen mijn duiven, in mijn tuin of onderweg op een wandeling. Ik ben niet iemand die tot rust komt door in de zetel te zitten. Voor mij zit rust juist in bezig zijn.’

Related articles