HOOFDARTIKEL /
VIJF GENERATIES VERBONDEN DOOR DRAAD
✏ TEKST ELKE VANDIJCK / FOTO WOUT BEEL / MEI 2026 / LEESTIJD 4 MINUTEN
In sommige families worden recepten doorgegeven. Of juwelen. Of een voornaam die blijft terugkomen. Bij mama Riet en dochter Marie keert niet alleen de naam Marie terug, maar er is ook iets anders dat al generaties meegaat: draad. Draad om te breien, te naaien, te haken en te borduren. Maar het gaat om meer dan wol en naalden alleen. Ook zorg, creativiteit, nieuwsgierigheid en liefde worden hier al generaties lang doorgegeven, telkens aan de oudste dochter. Van betovergrootmoeder Marie tot kleindochter Ea leeft die liefde voor handwerk en voor elkaar al vijf generaties voort.
In het huis van Riet ligt overal handwerk(gerei): een mand met stof, een zak breinaalden, een doos met knopen of restjes wol, een werkje dat nog niet af is. ‘Hoe meer ik rondkijk, hoe meer ik besef dat er in elke kast wel iets zit van haken, naaien of breien’, lacht ze. ‘Overal ligt wel iets: hier wat materiaal, daar een projectje.’
Dat is geen toeval. Riet groeide op in een huis waar handwerk even vanzelfsprekend was als koken of de tafel dekken. Haar moeder — de mamie van Marie — was altijd bezig met maken, herstellen of aanpassen. De woonkamer was haar atelier. De naaimachine was niet opgeborgen, maar stond gewoon op tafel, klaar voor gebruik. ‘Er was altijd wel iets’, vertelt Riet. ‘Een kleedje dat moest worden ingekort, een knuffel die gemaakt werd, of een nieuw project dat vorm kreeg. Mijn mama was altijd bezig, en zo ben ik daar vanzelf ingerold.’
Marie herkent dat beeld meteen. ‘Ik herinner me mijn grootmoeder ook als iemand die altijd iets in haar handen had. Als kind was ik daar ontzettend nieuwsgierig naar. Ik kroop op haar schoot en voor ik het wist, had ik de handwerkmicrobe ook te pakken.’
VAN NOODZAAK NAAR LIEFDE
De draad loopt nog verder terug, tot bij bonne maman, de moeder van Riets mama. In een gezin met zes kinderen was handwerk toen geen hobby, maar pure noodzaak: kleren werden gemaakt, versteld en hergebruikt. Oude mannenhemden kregen een tweede leven als kinderkleding en versleten stoffen werden poetsdoeken. Weggooien was geen optie, en die praktische ingesteldheid leeft vandaag nog altijd voort. ‘Ik hergebruik nog steeds oude stoffen’, zegt Riet. ‘De oude douchegordijnen van mijn mama dienen bijvoorbeeld nu als handdoek voor de hond. En ook mijn kleinkinderen komen nu al vragen: ‘Moetie, kan jij dat maken?’ Net zoals wij dat vroeger aan mijn mama vroegen.’

‘We hopen wel dat vooral de liefde ervoor blijft leven: de goesting om zelf iets te maken, en het besef dat je niet altijd iets nieuws nodig hebt.’
- Marie
Ook bij Marie zit die reflex erin. ‘Ik kan bijna niets weggooien. Als een broek een gat heeft, denk ik meteen: daar kan ik nog iets mee doen. Een naadje stikken, er iets op borduren, er iets anders van maken. Alleen ontbreekt soms de tijd’ (lacht).
VAN MOEDER OP DOCHTER
Wat deze familietraditie zo bijzonder maakt, is dat ze nooit werd opgelegd. Niemand móést leren breien of haken. Het gebeurde gewoon, omdat het er altijd was. ‘Zoals kinderen leren spreken of stappen: door te kijken en na te doen’, zegt Marie. ‘Zo gaat dat hier ook.’
Intussen staat de vijfde generatie al in de startblokken. Maries dochter, Ea, borduurde trots haar naam en zette haar eerste stapjes in de haakwereld. ‘Dat ging niet zonder frustratie’, vertelt Marie lachend. ‘Ze wilde natuurlijk met-een iets moois maken. Maar eerst moet je die handeling oefenen, en dat vraagt tijd. Dan denkt ze snel: ik kan dat niet. Maar dat is niet waar. Als je leert handwerken, moet je jezelf ook wat tijd gunnen. Je kan dat niet meteen even goed als iemand die het al jaren doet.’

‘Misschien is dat wel het mooiste: dat iemand die er niet meer is, toch aanwezig kan blijven in wat je doet.’
- Riet
DE LAATSTE RESTJES
Oude klosjes garen, dozen met elastiek en knopen, stoffen die mamie ooit opborg: het zijn kleine dingen, maar ze dragen een hele geschiedenis met zich mee. De waarde ervan voelde Riet pas echt toen ze onlangs vaststelde dat een bepaalde kleur naaigaren uit de voorraad van haar mama op was. ‘Dat was confronterend’, zegt ze. ‘Ik ben het zo gewoon dat ik in mijn kast ga zoeken en daar nog iets van haar vind. En ineens dacht ik: oei, nu is dat op.’
‘Voor ons heeft dat veel emotionele waarde’, zegt Marie. ‘We hadden allebei een bijzonder hechte band met mamie. Zelfs als iets in een versleten kartonnen doosje zit met haar handschrift erop, wil ik het bewaren. Dan voelt het alsof ze nog dichtbij is.’
MEER DAN HANDWERK
Handwerk verbindt in deze familie niet alleen generaties, maar ook mensen buiten de familie. In Femmagroepen, naaiateliers en creatieve bijeenkomsten merken Riet en Marie telkens opnieuw hoe sterk die verbondenheid is.
‘Handwerk verbindt echt vrouwen’, zegt Riet. ‘En terwijl je iets bijleert, ontstaan er ook nieuwe vriendschappen.’
Voor Marie zit daar net de kracht. ‘Het is zo gevarieerd. Er zijn zowel jonge als oude mensen en iedereen is met iets anders bezig. Dan zie je iets bij iemand anders en denk je: ah ja, dat ken ik nog niet. Natuurlijk kun je alleen in de zetel haken. Maar samen wordt het zoveel rijker.’
VAN GENERATIE OP GENERATIE
Of ook de zesde generatie ooit zal haken, breien of naaien? Dat is voor Riet en Marie geen must. ‘We willen niets forceren’, zegt Marie. ‘Maar we hopen wel dat vooral de liefde ervoor blijft leven: de goesting om zelf iets te maken, en het besef dat je niet altijd iets nieuws nodig hebt.’
Voor Riet zit daar ook troost in. ‘Misschien is dat wel het mooiste: dat iemand die er niet meer is, toch aanwezig kan blijven in wat je doet. Ik voel mijn mama nog elke dag. In haar handwerkzak met breinaalden. In een doos met garen. In een knuffel die ooit door haar handen ging. Ze is er al achttien jaar niet meer. Maar toch is ze er nog altijd.’
In deze familie gaat draad dus niet alleen door stof. Hij loopt ook door herinneringen, verhalen en handen. Van bonne maman naar mamie, van mamie naar Riet, van Riet naar Marie en van Marie naar Ea. Vijf generaties lang. En zo blijft de draad van zorg, creativiteit en liefde verder leven.

‘Ik kroop mee op haar schoot en voor ik het wist, had ik de handwerkmicrobe ook te pakken.’
- Marie
/WERELDBREIDAG
DOE MEE MET JE FEMMAGROEP
Op zaterdag 13 juni is het Wereldbreidag. Overal in Vlaanderen trekken Femmagroepen die dag naar buiten om samen te breien, te haken, te naaien, borduren of weven. In het park, op een plein of gewoon op straat. Zo maken we zichtbaar hoe warm en verbindend samen handwerken is, en nodigen we anderen uit om Femma te leren kennen.
Zin om mee te doen met jouw Femmagroep? Zet 13 juni in je agenda en registreer je actie.