INTERVIEW /
“In de bubbel van de Wetstraat denken ze het vaak beter te weten”
TEKST Bram Van Vaerenbergh / FOTO Maarten De Bouw / 22 MEI 2025 / LEESTIJD: 5 MINUTEN
De vooravond van Rerum Novarum is een ideaal moment om met ACV-voorzitter Ann Vermorgen de balans op te maken van een sociaal woelig voorjaar. De plannen van de Arizona-regering laten niemand onberoerd. “De rekening van De Wever klopt niet. Mensen betalen, maar de staatskas wordt er niet beter van, die van het bedrijfsleven wel. We moeten blijven uitleggen aan de werkmensen wat er op het spel staat, en tonen dat er andere oplossingen mogelijk zijn”, zegt ze.
Wat staat er nog gepland in het verzet tegen de plannen van de Arizona-regering?
“Het ACV zet in op twee sporen: overleg en actie. Die actie hebben we nodig om meer te bereiken in het overleg. Eigenlijk is het simpel: werknemers hebben nog nooit iets gekregen voor hun schoon ogen. Doorheen de sociale geschiedenis verliep het altijd volgens hetzelfde stramien: als je sociale vooruitgang wil, moet je er voor vechten. Dus als we willen wegen op het sociaal overleg, dan gaan we moeten zorgen dat ze daar redenen voor hebben. Het is jammer, maar ik stel vast dat bij veel politici en werkgevers het algemeen belang vaak ver te zoeken is. Terwijl ze er wel alles aan doen om te pretenderen dat het algemeen belang net wél hun bekommernis is.”
Is de actie op 25 juni dan een volgende stap?
“Dat er nog actie nodig is, is zeker. Op 25 juni verzamelen we in Brussel, maar ook voor die datum laten we nog van ons horen, via acties van centrales, verbonden of in de media. Zo hebben we de voorbije maanden verschillende dossiers in de media gebracht: landingsbanen vanaf 55 jaar die dreigen te verdwijnen, mensen in een opleiding die hun werkloosheidsuitkering verliezen, de index die later betaald zal worden en dus tot financieel verlies zal leiden,… Politici zijn best gevoelig aan dat soort berichtgeving, en dan beginnen ze toch te schuiven op hun stoel. Maar ik ga er niet flauw over doen: we gaan nog een hele tijd actie moeten voeren. De grote knopen, denk maar aan de pensioenbesparingen, moeten nog doorgehakt worden. Schrijf maar op: begin oktober staan we opnieuw op straat. Tenzij de regering plots het licht ziet natuurlijk. Maar tegelijk moeten we altijd goed nadenken over acties. Wat is de doelstelling? Is er draagvlak? Het stakingsopbod van de kleine spoorbonden heeft me op dat vlak gestoord. Dat heeft meer kwaad dan goed gedaan.”
Maar het verzet stopt dus niet?
“Ik vrees dat het ook nadien hard zal blijven gaan. De rekening van De Wever klopt niet, er zit heel veel lucht in de leidingen. Veel gesis en gerommel, maar warm krijg je het er niet van. Ze hebben de budgettaire toestand van ons land vooral gebruikt om de werkmensen nog eens goed op hun plaats te zetten. Dat is erg duidelijk: van De Wever wordt de staatskas niet beter, maar wel de kas van het bedrijfsleven. Zo los je natuurlijk niets op, integendeel. Veel regeringsplannen zullen net zorgen voor minder inkomsten. Denk maar aan meer studentenarbeid, meer flexi-jobs,… Dat maakt dat ze de komende jaren nog op zoek moeten gaan naar geld. En zolang de twee liberale partijen in de regering niet aan hun rijke vrienden durven te raken, zullen ze proberen de rekening te presenteren aan de gewone mensen. En dus gaan we moeten blijven druk zetten. Weet je, de Grand Canyon ligt ook in Arizona. Die enorme kloof is uitgesleten door water. Niet op een dag, maar door water dat maar bleef schuren. Dat moeten wij ook doen: blijven schuren. Tot we door de laag van de politieke praatjes zitten. Daarom is het ook belangrijk om te blijven uitleggen wat er op het spel staat. En te tonen dat er ook andere oplossingen mogelijk zijn.”
-//-
“Het is belangrijk om te blijven uitleggen wat er op het spel staat. En te tonen dat er andere oplossingen zijn.”
Ann Vermorgen
_
Heb je de indruk dat het sociaal overleg voldoende naar waarde wordt geschat?
“Ik heb daar een erg dubbel gevoel bij. Als we dingen willen bijsturen en vooruitgang willen boeken, dan zal dat finaal via onderhandeling en overleg moeten gebeuren. Nadat we druk hebben opgebouwd via acties. Maar aan de kop van de betoging is nog nooit een sociaal akkoord gesloten. En het is ten stelligste mijn overtuiging dat alle verstandige mensen beseffen dat ze alleen via overleg en akkoorden vooruit geraken.”
En ziet de regering dat ook zo?
“Het is niet makkelijk. Voor veel regeringsplannen die effect hebben op werknemers en op bedrijven, moet de regering advies vragen aan de sociale partners. Dat is logisch, vakbonden en werkgevers kennen het terrein het best. Samen hebben we ons sociaal model vorm gegeven. Na de Tweede Wereldoorlog hebben de sociale partners beslist om de sociale zekerheid uit te bouwen. En te financieren, met sociale zekerheidsbijdragen. Ik stel vast dat de regering de sociale zekerheid nu als haar speeltuin ziet. Nog erger misschien, als haar snoeppot waar ze zomaar in kan grabbelen. Recent hebben we in de Nationale Arbeidsraad, samen met de werkgevers, een heel mooi advies uitgebracht rond strengere sancties voor langdurig zieken. Ik ben benieuwd of minister Vandenbroucke daar rekening mee zal houden. Ik hoop het. Maar ik twijfel, want in de bubbel van de Wetstraat denken ze het vaak beter te weten.”
Heb je daar voorbeelden van?
“Neem nu het vertragen van de indexering. Ik denk dat ze oprecht niet doorhadden dat die slechte beslissing voor het vertragen van de indexering voor pensioenen, uitkeringen en ambtenaren ook speelt in bijvoorbeeld de zorgsector. Dan denk ik: ze hadden toch beter eerst ons gedacht gevraagd. Maar ja, het sociaal overleg ligt niet in de bovenste schuif bij partijen zoals de N-VA en de MR. Die zijn heel sterk overtuigd van hun eigen gelijk, van hun moment de gloire. Als ik zie hoe iemand als George-Louis Bouchez zich opstelt… Die man heeft heel weinig inlevingsvermogen. Dat levert misschien straffe televisie op, maar veel verder gaan we daarmee niet geraken. En zijn partij waarschijnlijk ook niet, als ik de laatste peilingen bekijk.”
-//-
“Als we dingen willen bijsturen en vooruitgang willen boeken, zal dat finaal via onderhandeling en overleg moeten gebeuren.”
Ann Vermorgen
_
Hoe zie je de zomer tegemoet?
“Ik hoop dat iedereen kan genieten van wat welverdiende rust, we hebben lang genoeg gestreden voor het recht op jaarlijks verlof (lacht). Maar zelf durf ik niet veel plannen buiten het werk te maken. Ik heb de indruk dat het weer op dit moment makkelijker te voorspellen is dan de politieke en sociaaleconomische actualiteit. We moeten nog proberen een interprofessioneel akkoord af te sluiten in de Groep van 10. De regering moet nog zoveel dingen uit het regeerakkoord in wetten gieten dat het tot de laatste dag van het parlementair werkjaar alle hens aan dek zal zijn. En na de zomer moeten de wetteksten van de pensioenhervorming boven water komen.”
We zouden het bijna vergeten, maar je bent ondertussen al anderhalf jaar voorzitter. Hoe blik je terug op dat toch wel hevige begin?
“Eerlijk gezegd kijk ik liever vooruit. Dat is veel belangrijker op momenten zoals nu. Terugblikken, dat kan je doen als je op pensioen bent. En dat is nog wel even, zeker met deze regering (lacht).”