close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

ONDERNEMING /

Anderen langer laten werken is makkelijk vanuit een ergonomische stoel

TEKST Maarten Hermans / FOTO Rawpixel.com | LEESTIJD: 5 MINUTEN | VAKBEWEGING 17 MEI 2023

Recent onderzoek en alarmsignalen over uitval van werknemers omwille van spier- en skeletaandoeningen komen nauwelijks aan bod in het debat rond langer werken. Dat komt omdat diegenen die daar het minste last van hebben het hoogste woord voeren.

In april presenteerde zowel de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen als de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg grootschalig onderzoek over de arbeidskwaliteit in Vlaanderen en België. De bevindingen op basis van bijna drie decennia aan gegevens krijgen opvallend weinig aandacht in het publieke debat, terwijl ze juist bijzonder relevant zijn voor het tewerkstellings- en eindeloopbaanbeleid.

Zwaar en repetitief werk

Zo staan, sinds de start van de enquêtering in 1995, de indicatoren voor zwaar fysiek en repetitief werk in België momenteel op hun hoogst. Zware lasten heffen, personen tillen, repetitieve handelingen uitvoeren, in vermoeiende en onnatuurlijke houdingen moeten werken – al deze risicofactoren zijn nog verder gestegen sinds de vorige meting in 2015. Werknemers die blijvend blootgesteld worden aan zulke risicofactoren, ontwikkelen spier- en skeletaandoeningen (MSA), zoals lage rugpijn, tendinitis en artrose.

Deze risicofactoren en de gevolgen ervan zijn zeer breed verspreid overheen alle sectoren. Ondertussen heeft de sector gezondheid en welzijn de bouwsector voorbijgestoken als recordhouder, met 41% van de werknemers die fysiek zware arbeid rapporteren. En een kwart tot 43% van de werknemers in de groot- en kleinhandel geven aan dat hun werk fysiek zwaar is, dat ze moeten werken in ongemakkelijke houdingen en met gedurige repetitieve bewegingen. Dit werk dient een derde van de werknemers in die sector uit te voeren onder problematische werkdruk.

Recordaantal gezondheidsklachten

Met zulk wijdverspreid voorkomen van ziekmakende arbeidskenmerken, mag het dan ook niet verbazen dat ondertussen een recordaandeel van 72% van de Belgische werknemers MSA-gerelateerde klachten rapporteert. Slechts 58% van deze groep werknemers acht het mogelijk om hun huidige of een gelijkaardige job uit te oefenen tot 60 jaar, laat staan tot 67 jaar. Dit zien we ook bevestigd in onderzoek: als werknemers kunnen wisselen naar fysiek lichter werk, halveert hun kans om met MSA in blijvende arbeidsongeschiktheid te belanden.

Blijf je dus werknemers blootstellen aan zulk ziekmakend werk, dan belanden ze met een kapotte rug in werkloosheid, een vorm van pensioen, of in langdurige ziekte. Een derde van het half miljoen langdurig zieken is uitgevallen met zulke spier- en skeletaandoeningen. Dit is een enorme hoeveelheid individueel menselijk leed, met daarbovenop een collectieve kost van 3 miljard euro aan gezondheidszorguitgaven.

maarten.png

“Er is enorm veel publiek en politiek debat over langer werken en meer mensen (terug) aan het werk krijgen, maar het gaat zelden over het enorme probleem van ziekmakend werk.”

MAARTEN HERMANS

Vanuit de ergonomische bureaustoel

Er is enorm veel publiek en politiek debat over langer werken en meer mensen (terug) aan het werk krijgen, maar het gaat zelden over dit enorme probleem van ziekmakend werk. Dat komt deels omdat zij die het hoogste woord voeren over langer werken, hier het minste last van hebben. Diegene die sneller de arbeidsmarkt zal moeten verlaten met spier- en skeletaandoeningen is bijvoorbeeld de poetshulp die je keuken kuist, of de begeleidster die peuters optilt. Ondertussen pennen anderen vanuit hun ergonomische bureaustoel rapporten, opiniestukken en tweets over hoe de eerste groep werknemers langer op de arbeidsmarkt moet blijven.

Betere wetgeving beloofd

Hoogleraren zoals UGent-professor Stijn Baert bijvoorbeeld – die voortdurend pleit voor strenge activeringsmaatregelen – hebben als beroepsgroep de meest optimistische vooruitzichten qua gezonde levensverwachting, met in de periode 2001-2017 de helft minder kans op vroegtijdig overlijden tegenover het gemiddelde in de actieve beroepsbevolking. Het poetspersoneel dat hun bureau thuis of in onderaanneming aan de unief proper houdt, heeft juist een kwart meer kans.

Die extra gezonde levensjaren en zeer degelijk pensioen zijn hen natuurlijk van harte gegund. Maar misschien zouden we in ruil wel wat meer zelfreflectie mogen vragen van hoogleraren, parlementairen en bedrijfsleiders, beroepsgroepen die zich het meest laten gelden in het eindeloopbaandebat terwijl ze zelf juist langer gezond kunnen werken en leven.

Het ACV blijft in het eindeloopbaandebat alvast hameren op het belang van het prioritair aanpakken van ziekmakend werk. We zijn dan ook blij dat minister van Werk Dermagne heeft beloofd om in de herfst een voorstel voor een betere wetgeving rond het voorkomen van spier- en skeletaandoeningen op het werk op tafel te leggen.
Wordt vervolgt.

Related articles