ACTUEEL /
Is sociaal overleg nog belangrijk voor deze regering?
TEKST Maarten Gerard / FOTO TaraPatta / 13 MEI 2026 / leestijd 5 minuten
Tegen een achtergrond van blijvende economische onzekerheid, strompelt de federale regering verder. Zo gaat ze van akkoord naar akkoord, om de uitwerking telkens opnieuw te laten aanslepen, te wijzigen of te laten vallen. Dat was het patroon bij het regeerakkoord, het paasakkoord van vorig jaar, het zomerakkoord, het begrotingsakkoord en nu het akkoord over energiesteun. De regering maakt over alles akkoorden, maar komt maar weinig overeen.
Gelet op het programma van deze regering is het niet altijd een drama dat ze weinig overeenkomen. Aan slechte beleidsvoorstellen geen gebrek. Helaas betekent het niet dat er toch slechte beslissingen wél doorkomen.
Het laatste akkoord ging over de energiesteun. Waar veel drama aan vooraf ging, maar de berg een muis heeft gebaard. Om de mobiliteit van werknemers te ondersteunen, is een budget van 80 miljoen euro voorzien. Met maatregelen die eigenlijk volledig afhangen van de werkgever en technisch niet evident zijn. Voor de periode van mei tot juli zouden woon-werkvergoedingen verhoogd kunnen worden voor werknemers met maximaal 10 eurocent, of 20% van de huidige vergoeding. De werkgever krijgt een fiscale compensatie. Maar in de praktijk hangt alles af van de goodwill van de werkgever. Voor werkverplaatsingen wordt de maximale vergoeding die wettelijk kan worden gegeven opgetrokken. Opnieuw aan werkgevers te zien of ze daar iets mee doen. Wie niet werkt en de auto nodig heeft? Dan is er niets. De woon-werkmaatregel is nog niet opgedoken in regelgeving, dus de vraag is wanneer deze zelfs maar actief zal worden. Regionaal lijkt er in Brussel en Wallonië niets te bewegen op dit vlak, terwijl ook Vlaanderen maar beperkt de steun richting verbouwing versterkt.
Kerncentrales
Alles samen stelt het niet veel voor, en valt het helemaal in het niets bij de mogelijke kost die de aankoop van de kerncentrales kan vertegenwoordigen. Ook hier zijn er meer vragen dan er effectief verwachting is dat dit op korte termijn een positief verschil kan maken. De echte test van een degelijke ondersteuning komt er pas als blijkt dat de zogezegd beëindigde oorlog in Iran begint door te wegen.
Arbeidsmarkt
Waar er echter wel federaal op wordt doorgegaan, zijn de al meermaals aangekondigde arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen.
Eind april werd de wetgeving met onder meer maatregelen voor vrijwillige overuren, de beperking van de opzegtermijnen, het beperken van de minimale arbeidsduur en het verbreden van nachtarbeid goedgekeurd. Niet alle arbeidsroosters zullen nog in het arbeidsreglement moeten worden opgenomen zolang de algemene grenzen worden aangegeven waarbinnen deze zich bevinden.
-//-
"ER BLIJVEN NOG EEN PAK ONAANVAARDBARE VERMINDERINGEN VAN WERKNEMERSRECHTEN OVER."
_
Samen met de verbreding van overuren en de invoering van een minimale arbeidsduur van 1/10 van een gemiddelde week, dus 3,8 uur, valt te verwachten dat de controle op de werkelijke arbeidstijd alleen moeilijker zal worden. En die arbeidstijd zal in elke sector vanaf 1 juni ’s nachts kunnen vallen, gezien het algemeen verbod op nachtarbeid wordt opgeheven. De distributiesectoren en aanverwanten (14 paritaire comités) zien ook hun premies tussen 20 uur en 23 uur verdwijnen, tenzij er nieuwe sectorale of bedrijfscao’s worden afsloten vanaf 1 juni. Een inbreuk op het recht op onderhandelen, zoals vastgelegd door de IAO.
Studentenarbeid
Ook een andere maatregel, het verlagen van de mogelijkheid voor studentenarbeid vanaf 15 jaar, wordt nu verder doorgevoerd. De basiswetgeving was er al sinds december vorig jaar, maar het KB dat licht werk definieert is nu gepubliceerd. Licht werk wordt daarin wel heel simplistisch en ruim vastgelegd, dus we mogen een verder wegglijden naar Nederlandse toestanden – met supermarkten vol minderjarigen – verwachten.
Veel van wat er is doorgekomen, is al bijgeschaafd op basis van onder meer onze blijvende druk en opmerkingen. Maar er blijven nog een pak onaanvaardbare verminderingen van werknemersrechten over. We zullen niet stoppen met ons te verzetten.
Pensioenhervorming
Een andere belangrijk dossier dat nu voor de eindbeslissing ligt, zijn de ingrepen op de pensioenen. De laatste goedkeuring van de pensioenhervormingen ligt immers voor in de Kamer, waaronder de pensioenmalus en de verlenging van een loopbaanjaar. De stemming hierover lag voor op 12 mei, maar is intussen uitgesteld. Ook hier is doorheen het voorbije jaar met systematische druk al op gewogen en bijgestuurd, maar blijft de impact zwaar. Voor veel mensen wordt het eindoordeel langer werken voor minder pensioen. En dat omwille van keuzes die ze niet kunnen terugdraaien.
Met terugdraaien heeft deze regering het sowieso moeilijk, ook al blijkt steeds duidelijker dat hun beslissingen geen steek houden. Na maanden slepende discussies kwam men in november vorig jaar, vlak voor de manifestatie van de vakbonden, tot een begrotingsakkoord. Het toonbeeld dat men wél kon besturen is ondertussen al half onderuitgehaald, met de pakjestaks en de btw-verhoging die is verdwenen. De ene in afwachting van Europa, de andere is bezweken onder de eigen absurditeit.
Centenindex
Maar ook de meeste andere maatregelen hangen nog steeds vast in de programmawet die al meermaals is uitgesteld in de Kamer. Dat heeft deels ook te maken met één cruciaal element erin: de centenindex. Dat is de dubbele partiële indexsprong voor het deel van de lonen boven 4.000 euro en van de uitkeringen boven 2.000 euro in 2026 en 2028. Onrechtvaardig door de verschillende grenzen in en tussen de systemen én onwerkbaar in de verschillende looncategorieën en barema’s. De regering vroeg de NAR in maart nog last minute om advies. Met een kritisch, maar niet volledig unaniem advies.
Maar ondertussen tasten de sociale partners wel de mogelijkheden af, wat aanleiding gaf tot een akkoord over een alternatief voor de centenindex van de regering. Basis daarvan is een volledige afschaffing van de centenindex voor de private sector, maar met de idee om met de budgettaire ruimte ook iets te kunnen doen voor de openbare sector en uitkeringen. Daarnaast voorziet het akkoord in een scherpere meting van energieprijzen in de index door zowel nieuwe als bestaande vaste contracten mee te nemen, en wordt voor elektriciteit en gas een twaalfmaandelijks gemiddelde gehanteerd. Dat vlakt schommelingen uit, waardoor plotse stijgingen iets trager doorkomen, maar dalingen ook trager doorwerken én alle schommelingen ook volledig worden doorgerekend. Cruciaal is ook het behoud van het sociaal energietarief op basis van het laagste tarief en op basis van gebruik in plaats van een forfait. Zo blijven minstens een half miljoen kwetsbare gezinnen beschermd.
Groep van Tien
Een akkoord is nooit eenzijdig, dus we hebben niet alles kunnen bereiken wat we wilden, namelijk de hele centenindex wegkrijgen voor iedereen. Maar dat we met de sociale partners hiertoe zijn kunnen komen, is uitzonderlijk. Maar dat wordt vreemd genoeg niet erkend door de regering, die nochtans in haar regeerakkoord het meeste spreekt van sociaal overleg. In plaats van het akkoord te omarmen en minstens de Groep van Tien snel uit te nodigen, is er al weken een politieke perceptiestrijd bezig. Maar ondanks krantenartikelen in alle richtingen heeft de regering officieel, op het moment van dit schrijven, nog geen duidelijk antwoord gegeven. Ook nu is de programmawet weer vooruitgeschoven.
€ 4000
De regering wil een centenindex invoeren: een dubbele partiële indexsprong voor het deel van de lonen boven 4.000 euro en van de uitkeringen boven 2.000 euro in 2026 en 2028.