MOBILITEIT /
Onderweg naar het werk
TEKST Fien Vandamme en Matthijs Driessen / Foto Alena Veasey / 13 MEI 2026 / LEESTIJD 3 MINUTEN
Of je nu in de file staat, een aansluiting probeert te halen of met de fiets naar het werk gaat: woonwerkverkeer bepaalt mee hoe lang en hoe zwaar je werkdag aanvoelt. Het raakt aan stress, gezondheid, koopkracht en vrije tijd, en is dus een belangrijk vakbondsthema. De driejaarlijkse federale enquête woonwerkverkeer helpt om dat thema concreet vast te nemen: ze toont hoe werknemers zich verplaatsen en waar het beter kan.
Op geregelde basis wil de federale overheid een duidelijk beeld krijgen van hoe het woonwerkverkeer in België evolueert. Enerzijds brengt de enquête woon-werkverkeer in kaart hoe werknemers zich verplaatsen: met welke vervoersmiddelen, over welke afstanden, hoe vaak en in welke mate telewerk een rol speelt. Anderzijds moet ze bedrijven aanzetten om bewuster met mobiliteit om te gaan. Door de cijfers op tafel te leggen, worden werkgevers gestimuleerd om werk te maken van alternatieven voor de auto: betere fietsfaciliteiten, ondersteuning van openbaar vervoer, doordacht telewerk en een ruimer mobiliteitsbeleid. Voor bedrijven met meer dan honderd werknemers, die dus ook het meeste impact hebben, is deelname een verplichting.
Het nieuwste rapport
De zevende editie van de federale enquête woonwerkverkeer (2024–2025)1 brengt het dagelijkse pendelverhaal van bijna 1,8 miljoen werknemers in kaart, verspreid over meer dan 10.800 vestigingseenheden. Dat komt neer op zowat vier op de tien loontrekkenden in België. De resultaten kunnen we voorzichtig positief noemen. De rol van de wagen in ons pendeltraject daalt wel degelijk, en het is vooral de fiets die daarin betekenisvol is. Een goede evolutie. Fietsen en telewerk kunnen inderdaad een deel van de oplossing richting duurzaam vervoer zijn, maar ze vangen het gebrek aan een sterk openbaar vervoersnet niet op. Die vaststelling wringt, zeker als we ze naast de beleidsdoelen rond modal shift leggen.
Modal shift betekent simpel gezegd: een verschuiving weg van de auto, richting duurzamere vervoersmiddelen zoals openbaar vervoer, fiets en stappen. In theorie is dat al jaren een speerpunt van het mobiliteitsbeleid. In Vlaanderen belooft het regeerakkoord dat tegen 2030 50% van de verplaatsingen op een duurzame manier zal gebeuren. Dat klinkt alsof de regering hier ambitieus op inzet, maar de realiteit is anders. De groei van het openbaar vervoer blijft achter doordat investeringen uitblijven en er zelfs bespaard wordt op De Lijn, waardoor buslijnen sneuvelen. Om de doelstellingen voor die modal shift te halen, worden de cijfers zelfs kunstmatig opgepoetst doordat ook autodelen onder de noemer ‘duurzaam’ werd geschoven. Zo wordt vooral op papier vooruitgang geboekt, terwijl het dagelijkse woonwerkverkeer voor veel werknemers nauwelijks verbetert: buslijnen worden afgeschaft en de files groeien. Zonder betrouwbaar, betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer is een echte modal shift onhaalbaar. Hoe kunnen we van deze modal shift dan wél een realiteit maken? Lees het interview met Thomas Vanoutrive, mobiliteitsonderzoeker Universiteit Antwerpen "Wie mensen aan het werk wil krijgen, moet mobiliteit ernstig nemen".
Lees ook het artikel 'Recht op mobiliteitsbudget in plaats van bedrijfswagen'.
Lees ook het interview met Thomas Vanoutrive, mobiliteitsonderzoeker Universiteit Antwerpen: "Wie mensen aan het werk wil krijgen, moet mobiliteit ernstig nemen".
1. Resultaten enquête: https://mobilit.belgium.be/nl/duurzame-mobiliteit/enquetes-en-resultaten/federale-enquete-woon-werkverkeer
What’s in it for me? Aan de slag
Elke betrokken werkgever krijgt niet alleen een algemeen overzicht, maar ook een bedrijfsspecifiek rapport terug van de FOD Mobiliteit, met specifieke aanbevelingen. Daarmee kan je als werknemersafgevaardigde aan de slag.
De cijfers tonen hoe collega’s zich verplaatsen, hoe ver ze wonen, hoeveel telewerk er is en waar de knelpunten zitten. Zo kan je in de ondernemingsraad of met de vakbondsafvaardiging dagelijkse problemen onderbouwen met feiten en vergelijken met sector of regiogemiddelden. Op basis daarvan kan je gerichte eisen formuleren: betere fietsinfrastructuur, duidelijke telewerkafspraken, extra aandacht voor fietsveiligheid, etc. De Week van de Mobiliteit (16–22 september) is een ideaal moment om dit extra in de kijker te zetten en actie af te dwingen.