close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

LENTE-OFFENSIEF /

Regering neemt index op de schop

TEKST David Morelli / 11 FEBRUARI 2026 / LEESTIJD 3 MINUTEN

De regering-Arizona zet haar tanden in het mechanisme van de automatische loonindexering. Ze voert een dubbele gedeeltelijke indexsprong door, die het koopkrachtverlies van werknemers en gerechtigden op een sociale uitkering aanzienlijk zal vergroten. Een toelichting.

Hoe en wanneer worden lonen en uitkeringen geïndexeerd?

In België zijn de lonen en de sociale uitkeringen gekoppeld aan de inflatie, met andere woorden aan de stijging van de prijzen van bepaalde producten en diensten. Het indexeringsmechanisme bestaat erin dat het loon wordt aangepast aan de prijsontwikkeling van deze goederen en diensten, zodat het de evolutie van de levensduurte volgt. Indexering is dus geen echte loonstijging: een loon dat stijgt via indexering dient enkel om een gelijkwaardig levensniveau te behouden wanneer de prijzen zijn gestegen. In de openbare sector is de loonindexering wettelijk vastgelegd. In de privésector wordt dit mechanisme vastgelegd binnen elk paritair comité van de verschillende sectoren.

Verschillende vormen van indexering

In sommige sectoren gebeurt de indexering op een vast moment: meestal één keer per jaar, of – in bepaalde paritaire comités – halfjaarlijks, driemaandelijks of zelfs maandelijks. In andere sectoren is de indexering gekoppeld aan de spilindex van de overheid en gebeurt ze zodra de inflatie een bepaald percentage bereikt, op een variabel tijdstip. Dat is het geval voor de lonen van ambtenaren, de sociale uitkeringen en de lonen in bepaalde sectoren zoals de non-profitsector. Aangezien de spilindex in december 2025 werd overschreden, worden de sociale uitkeringen (inclusief de pensioenen) en de weddes van het overheidspersoneel in maart 2026 met 2% verhoogd. Werknemers in verschillende non-profitsectoren kregen hun loonstijging al in de maand na de overschrijding van de spilindex, namelijk in januari.

Een gedeeltelijke compensatie

In werkelijkheid compenseert geen enkel indexeringssysteem volledig het koopkrachtverlies dat door inflatie wordt veroorzaakt. Dat heeft verschillende redenen. Ten eerste sluit de gezondheidsindex – die wordt gebruikt om de inflatie te meten – bepaalde producten uit die als schadelijk voor de gezondheid of het milieu worden beschouwd, zoals alcohol, tabak, benzine en diesel. Ten tweede besteden huishoudens hun inkomen niet op dezelfde manier. Huishoudens die een groter deel van hun inkomen aan energie besteden, lijden bij sterke prijsstijgingen van energie grotere verliezen, zelfs mét indexering. Die indexering is immers gebaseerd op het consumptiepatroon van een gemiddeld huishouden. Ten slotte is er het tijdseffect: hoe langer men wacht met indexeren, hoe groter het koopkrachtverlies in de tussentijd.

In periodes van hoge inflatie beschermen indexeringssystemen die werken met een spilindex het best de koopkracht. Werknemers in de privésector waarvan de lonen slechts één keer per jaar worden geïndexeerd, lijden dan ook grotere loonverliezen.

figuren1-nieuw.jpg

De indexsprong van de Arizona-regering in de praktijk

Een indexsprong ‘pauzeert’ de indexering gedurende een bepaalde periode.
Voor de openbare sector en de sociale uitkeringen – waar indexering gebeurt bij overschrijding van de spilindex – wordt een indexering gewoon overgeslagen.
Voor de meeste andere sectoren, waar indexering op een vast moment gebeurt, wordt 2% van de voorziene indexering afgetrokken. Gevolgen van een indexsprong: werknemers en uitkeringsgerechtigden ontvangen minder loon of uitkering, ten voordele van bedrijven en de overheid. Bovendien heeft deze sprong ook een blijvend effect op alle volgende indexeringen, die worden berekend op een lager bedrag. Dat heeft ook gevolgen voor latere sociale uitkeringen en voor het wettelijk pensioen: hoe lager het loon, hoe minder pensioenrechten worden opgebouwd. En hoe jonger men is op het moment van de indexsprong, hoe groter het gecumuleerde inkomensverlies over een volledige loopbaan.

In december vorig jaar bereikte de Arizona-regering een akkoord over een plafonnering van de index. Twee keer tijdens de legislatuur zal het deel van het loon boven 4.000 euro bruto per maand 2% van de indexering verliezen. Voor sociale uitkeringen wordt het plafond vastgelegd op 2.000 euro bruto. Met andere woorden: het loon- of uitkeringsdeel boven deze plafonds verliest telkens 2% indexering. Deze gedeeltelijke indexsprongen worden twee keer toegepast: een eerste keer vanaf 1 april 2026 en een tweede keer vanaf 1 januari 2028.

De eerste indexering na 1 april 2026 zal worden berekend op basis van het maandelijkse basisloon, zonder premies of toeslagen (13e maand, vakantiegeld enz.) en geplafonneerd op 4.000 euro. Voor deeltijdse werknemers wordt dit referentieloon proportioneel verminderd.
Voor de tweede indexsprong, die vanaf 1 januari 2028 zou ingaan, zal het plafond zelf worden geïndexeerd.

Ook de sociale uitkeringen worden getroffen. Hun plafond ligt op 2.000 euro. Daardoor worden onder meer het minimumpensioen voor een gezin (2.260 euro) en de uitkering bij arbeidsongeschiktheid met personen ten laste (2.067 euro) geraakt, terwijl deze bedragen ruim onder de armoedegrens liggen (3.197 euro).

jan-en-lies.jpg

Een onaanvaardbare ondermijning

Deze gedeeltelijke indexering levert werkgevers met werknemers die meer dan 4.000 euro bruto verdienen een directe besparing op. De bedoeling van de regering is om de helft van die winst te recupereren via een ‘bijzondere bijdrage voor loonmatiging’, die bedrijven maandelijks aan de staat moeten betalen tijdens de eerste periode van loonmatiging. Deze aanpassing van de index zal een aanzienlijke impact hebben op de koopkracht van een grote groep werknemers en uitkeringsgerechtigden, aangezien hun inkomen minder wordt aangepast aan de stijgende levensduurte.

Een aanval op de werknemers

Ook economisch is de maatregel problematisch. De hoogste lonen bevinden zich immers vaak in de meest productieve sectoren, waar de loonkost minder doorweegt. Net daar worden de lonen nu afgeremd, wat alternatieve verloningsvormen verder zal aanmoedigen.

Volgens François Sana van de studiedienst van het ACV kiest de regering ideologisch voor cadeaus aan bedrijven en een aanval op de werkende bevolking, terwijl er nochtans tal van alternatieven bestaan om de rijkste huishoudens en grote ondernemingen meer te laten bijdragen (Lees meer over onze alternatieven). “Het indexeringsmechanisme, een belangrijke syndicale verworvenheid, is uiterst efficiënt om werknemers te beschermen tegen de stijgende levensduurte. Het is dan ook niet legitiem dat een regering die beweert ‘werk te belonen’, dit mechanisme ondermijnt”, besluit hij.

Welke verliezen maak je bij een indexering van 2%?

Een werknemer met een bruto maandloon van 5.000 euro, jaarlijks geïndexeerd in januari.
Deze werknemer zal in januari 2027 5.080 euro bruto ontvangen in plaats van 5.100 euro. Dat is een verlies van 20 euro bruto per maand. In 2028 volgt een tweede gedeeltelijke indexsprong. Volgens het oude systeem zou het loon 5.202 euro bruto bedragen vanaf januari 2028. In werkelijkheid zal dit slechts 5.181,60 euro zijn: een verlies van 20,40 euro bruto per maand.

Een gepensioneerde met een bruto pensioen van 2.500 euro per maand
Bij de eerste overschrijding van de spilindex na 1 april 2026 zal deze gepensioneerde 2.540 euro bruto ontvangen in plaats van 2.550 euro. Dat betekent een verlies van 10 euro per maand.

Meer artikels over

actie index

Related articles