close

Contacteer ons

Retour au numéro actuel

COLUMN /

4-STERRENGEZIN

✏ MARGOT CATTERSEL - MEI 2026 - LEESTIJD 2 MINUTEN

‘Zou ik 4 of 5 sterren kleuren, mama?’, roept ze terwijl ze haar blad half over de tafel schuift. Haar vettige puberhaar hangt alweer in haar gezicht. Ik besluit het te negeren. Sommige oorlogen win je niet. ‘Je moet invullen wat jij wil invullen, pandabeertje’, zeg ik. Ze denkt welgeteld drie seconden na. ‘Oké. Dan 4 sterren. Want jij en papa kunnen soms wel zagen, hoor.’ De rechter heeft gesproken. Verdict binnen. ‘Terecht’, gniffel ik. ‘Wij zagen.’ Ze kleurt vier sterren zorgvuldig in. Binnen de lijntjes. De vijfde blijft sneeuwwit. (Er moet ergens een foutenmarge zijn, zeker?) ‘Maar waarom wil de juf eigenlijk weten hoe ik me thuis voel?’, gaat ze verder. Ik gooi er stuntelig wat zinnen uit die zelfs mij niet overtuigen. Iets over hoe belangrijk het is dat kinderen zich goed voelen. Dat school en ouders samenwerken. Nog voor mijn laatste woorden koud zijn, voel ik al dat mijn antwoord niet zal volstaan. Ze is en blijft mijn dochter. Nieuwsgierigheid zit in ons bloed. En ja hoor. Om duidelijk te maken dat ze niet gediend is met zo’n flets antwoord rolt de prepuber met haar ogen. (Als we elkaar dan toch punten geven: oogrollen 5 sterren.) ‘Ja, duuuuh. Maar waarom moeten ze dat weten?’

Mijn glimlach zakt een beetje weg. En daar is die knoop. In mijn maag. Hoe leg je dat uit? Dat niet elk kind twijfelt tussen vier of vijf. Maar dat sommige kinderen twijfelen of ze überhaupt iets kunnen of mogen inkleuren. Ik was er zo één. Even oud als zij toen ik om de haverklap met buikpijn op school zat. Niet omdat ik ziek was, maar door de spanning van thuis die zich vastzette ergens centraal achter mijn ribben. Thuis was voor mij geen viersterrenhotel. En dat soort buikpijn? Dat kleur je niet in. Dat leg je niet uit. ‘Niet elk kindje heeft een fijne thuis’, zeg ik uiteindelijk. Ze kijkt naar haar blad. Naar haar vier netjes ingekleurde sterren. En dan terug naar mij. ‘Maar bij ons is het toch gewoon goed?’ Gewoon … goed. Ik kijk rond. Naar de kruimels op en onder tafel. Naar de salontafel met nog glazen op. Naar ons viersterrenhotel waar het soms luid is en soms rommelig en soms gewoon chaotisch gezellig. ‘Ja’, antwoord ik. ‘Bij ons is het gewoon goed.’ Ze schuift het blad naar mij. Vier sterren. Eentje wit gelaten. Voor het gezaag. Daar kan ik wel mee leven.