ZO DOET ZIJ HET /
EEN WEEK ZORGEN VOOR DE KINDEREN IN DIKSMUIDE, EEN WEEK ‘OP VAKANTIE’ IN CHARLEROI
✏ SHANNAH JONGSTRA - FOTO: ANETTE - JANUARI 2026 - LEESTIJD 2 MINUTEN
Anette Bwiza is 39 jaar en woont in Diksmuide, samen met haar man en hun drie zonen van 9, 6 en 5 jaar. Maar elke andere week trekt ze naar Charleroi, waar ze nachten werkt als ouderenverzorger in een woonzorgcentrum. Die week slaapt ze bij een vriendin in Charleroi en bewaakt haar man het fort in Diksmuide.
Jij werkt nachten in een woonzorgcentrum (wzc) in Charleroi. Hoe ziet jouw werkschema eruit?
Anette: ‘Ik doe telkens een week de nachtshift en de week erna ben ik thuis. Ik start met werken om 20 uur, maar ik ben er meestal al om 17 uur. Ik vind het fijn om wat vroeger te komen en te babbelen met collega’s en mensen die ik verzorg. Ik werk al 16 jaar in dit wzc, de mensen hier zijn als familie geworden voor mij. Om 7 uur ben ik klaar met werken en ga ik naar huis. Ik moet wel zeggen, na al die tijd ‘s nachts te hebben gewerkt, heb ik nog steeds moeilijkheden met het slapen overdag (lacht). Dus meer dan 4 uur slaap haal ik op deze dagen niet.’
Charleroi is best een stuk rijden van Diksmuide, moet jij elke ochtend na je shift ook weer naar huis?
‘Nee, dat zou te moeilijk zijn. De week dat ik werk, blijf ik bij de mama van mijn beste vriendin slapen in Charleroi. Dat doe ik ondertussen al twaalf jaar. Ze is ook als een mama voor mij geworden. Zij ontfermt zich echt over me. Ze maakt eten en zorgt ervoor dat ik niks tekortkom. Het doet zoveel deugd om dan eens niet te moeten zorgen. Het is telkens weer een beetje vakantie. Ik spreek die week ook af met vrien-
dinnen, ga winkelen of iets eten, ... Thuis zorgt mijn man die week voor de kinderen. We zijn er ondertussen al aan gewend, maar toen ik voor het eerst ging werken na de geboorte van mijn eerste zoon was het heel moeilijk. Onderweg naar Charleroi wilde ik drie keer uit de trein stappen en terug naar huis keren. Ik huilde onophoudelijk, zo erg miste ik mijn zoon. Ik heb in die tijd gesolliciteerd bij een wzc in Diksmuide, maar ik moest voor die job het dialect van hier kunnen spreken om te kunnen praten met de mensen. Dat kan ik niet (lacht).’

‘Ik spreek die week ook af met vriendinnen, ga winkelen of iets eten, ... Thuis zorgt mijn man die week voor de kinderen.’
- Anette
Hoe ziet jouw week eruit wanneer je weer in Diksmuide bent?
‘Wanneer ik weer thuis ben, doe ik het merendeel van de taken. Dat is ook logisch, vind ik, mijn man heeft de week ervoor het meeste op zich genomen. Ik doe het huishouden, breng de kinderen naar school en maak het eten klaar. Mijn man hoeft enkel te helpen met het huiswerk van de kinderen. Ik zorg er ook voor dat alle was en strijk gedaan is, zodat mijn man dat niet hoeft te doen wanneer ik er niet ben. En ik maak sommige vleesgerechten al klaar die ik dan invries, zodat mijn man ze de week erna gewoon moet ontdooien. Verder doe ik die week niks, ik blijf thuis. In het weekend doen we activiteiten met ons gezin. Maar elke eerste zaterdag van de maand is het Femmatijd. Daar kijk ik altijd naar uit. Vroeger ging ik graag op stap, maar sinds ik getrouwd ben, doe ik dat niet meer. Behalve met Femma! Al een geluk dat onze groep bestaat, want dankzij Femma kunnen sommige vrouwen nog eens buitenkomen en zich amuseren. Eén van onze vrijwilligers, Ilse, zet muziek op en dan dansen we. Dan kan ik me weer even helemaal laten gaan (lacht).’

‘Al een geluk dat onze groep bestaat, want dankzij Femma kunnen sommige vrouwen nog eens buitenkomen en zich amuseren.’
- Anette
Hebben jullie als gezin projecten voor de toekomst?
‘Ik wilde nog een kind, maar mijn man wil er geen meer. Hij zegt dat hij te oud is om nog een kind te krijgen, en dat mensen gaan denken dat hij de opa is die zijn kleinkind komt afhalen van school (lacht). Ik wilde eigenlijk nog proberen om een dochter te krijgen. Maar mijn man zegt dat we 80% kans hebben op nog een jongen. Hij heeft waarschijnlijk wel gelijk (lacht). Ik heb het ondertussen geaccepteerd. We zijn gelukkig samen en hebben drie gelukkige en gezonde kinderen. En dat is het belangrijkste.’