close

Contacteer ons

COLUMN /

IJSJES DIE NIET MOGEN SMELTEN

✏ ELKE VANDIJCK - FOTO: UNSPLASH - ZOMER 2026 - LEESTIJD 2 MINUTEN

De zon gloeit. De lucht is hemelsblauw. Mijn zussen en ik lopen door de velden, met een paar munten in onze broekzak en maar één bestemming: het ijskraam. We plukken bloemen onderweg, giechelen om niets en sporen elkaar aan om sneller te gaan. We willen er geraken voor de rij te lang wordt, de zon te hard begint te branden, en het ijs begint te smelten nog voor we de eerste lik hebben genomen.

We kiezen elk ons favoriete ijsje, en nemen ook iets mee voor onze bomma en bompa, die thuis zijn gebleven. Op de terugweg likken we gulzig. Soms ook al eens aan hun ijsjes, want ja, die mogen natuurlijk niet smelten. We zijn bijna aan het appartement. Ik voel de warmte op mijn gezicht, hoor onze stemmen door elkaar lopen, zie mijn zussen voor mij uit hollen alsof de zomer nooit zal eindigen.

En dan snijdt een scherp, irritant geluid door het beeld. Mijn wekker. Ik open mijn ogen.

Geen velden. Geen ijskraam. Alleen mijn slaapkamer. Mijn vriend naast mij die nog slaapt. Onze hond die kwispelend klaarstaat om me goedemorgen te likken. Ik hijs me uit bed, nog half in die andere wereld, en slof met haar naar de keuken. Ik kijk naar buiten. Het wordt een prachtige dag. De lucht is bijna even hemelsblauw als in mijn droom.

Het is stil. Alleen het getrippel van de hond op de vloer. Die stilte vond ik vroeger een luxe. Nu voelt ze soms vreemd aan.

Bij ons thuis was het nooit stil. Met drie in huis was er altijd beweging. Altijd iemand wakker, altijd iemand die iets wilde vertellen, iets kwam vragen. En als we bij onze grootouders bleven slapen, was het al helemaal feest. Niet wij waren daar als eerste op, maar zij. Mijn bomma en bompa stonden dan al klaar met een dikke knuffel en de vraag wat we wilden als ontbijt. Daarna kropen we samen in de zetel voor een Sissi-film of een andere klassieker die we al honderd keer gezien hadden, maar daarom niet minder graag bekeken.

Nu is alles anders. Mijn grootouders zijn er niet meer. Mijn zussen en ik wonen al jaren apart, leven in drie agenda’s die zelden synchroon lopen. We zien elkaar nog vaak, maar nooit meer zonder planning. Nabijheid is iets geworden dat je moet organiseren.

Misschien raakte die droom me daarom zo. Omdat hij me even terugbracht naar een tijd waarin samen zijn geen afspraak was, maar gewoon gebeurde.

Ik kijk opnieuw naar de lucht. Hemelsblauw. Alsof iemand me zachtjes toefluistert: maak tijd. Wacht niet tot er tijd overblijft.

Dus schrap ik mijn agenda. Ik stuur mijn zussen: IJsje eten bij bomma en bompa? En wonder boven wonder: ze kunnen allebei.

Een paar uur later rijden we al zingend langs appelboomgaarden, velden met koeien, en stoppen we even bij de babygeitjes langs de weg. Daarna vinden we een ijskraam en likken we al aan onze ijsjes voor we het kerkhof bereiken. Sommige gewoontes zijn te mooi om af te leren.