COLUMN /
WIE DRAAIT DE TWEEDE SHIFT?
✏ ELKE VANDIJCK - MAART 2026 - LEESTIJD 2 MINUTEN
Het is vrijdagavond. Ik zit met vriendinnen rond de tafel, glazen halfvol, borden te klein voor alles wat erop ligt. Het gesprek springt van de hak op de tak, zoals dat gaat wanneer niemand haast heeft. Iemand is net weer single. Iemand anders heeft een huis gekocht. Er wordt een verloving aangekondigd. Iemand is ontslagen. En ergens tussen de hummus en de laatste olijven belanden we, bijna vanzelf, bij kinderen.
Ik merk hoe dat onderwerp tegenwoordig sneller op tafel ligt dan vroeger. Alsof het bij mijn leeftijd hoort. Achtentwintig. Een getal dat voor sommigen klinkt als een deadline, en voor anderen als een waarschuwing dat je vooral nog moet genieten. Tot het gesprek verschuift naar wat erachter zit. Niet de kinderen zelf, maar alles errond. De zorg. De logistiek. De dagen die je niet inplant, maar die gewoon gebeuren. Wie thuisblijft als er koorts is. Wie denkt aan brooddozen, regenjassen, reservekleren. Wie na een werkdag nog een tweede shift draait, zonder dat iemand het zo noemt.
En dan zegt een vriendin plots:
‘Door die stomme feministen moet ik gaan werken en kan ik geen huismoeder zijn.’
Ik verslik me bijna. Niet eens subtiel. Ik kijk haar aan, wacht op de glimlach die verraadt dat het een grap is. Die komt niet. Ze meent het. En ik voel meteen hoe mijn lichaam zich aanspant. Niet omdat ik haar wil tegenspreken om te winnen, maar omdat ik haar gevoel herken. Die reflex om naar feminisme te wijzen zodra zorg zwaar wordt.
En tegelijk hoor ik haar ook iets anders zeggen. Iets dat onder die zin zit, stiller, maar eerlijker. Want wat ze eigenlijk zegt, is niet: ik wil niet werken. Wat ze zegt, is: ik krijg het anders niet rond.
Dat is het deeltje dat niemand graag hardop zegt, maar iedereen wel kent. Ik, als vrouw, krijg het niet rond. Want ja, de zorg belandt nog altijd meestal bij vrouwen. Niet altijd. Niet overal. Maar vaak genoeg om het patroon te zien. En dat patroon is hardnekkig. Het zit in kleine dingen: wie de kinderopvang belt, wie de was draait omdat er morgen turnles is, en in grote dingen, zoals minder gaan werken, promoties laten schieten, je agenda aanpassen tot je eigen tijd nog net ergens tussen twee taken past … Dat is toch wat vrouwen doen, niet?
En dan doen we alsof het een persoonlijke keuze is. Alsof het gewoon ‘natuurlijk’ zo loopt. Want vrouwen zijn nu eenmaal zorgzaam. Maar eigenlijk komt zoveel van de zorg bij vrouwen terecht omdat de taakverdeling nooit echt eerlijk verdeeld is geraakt. Daardoor doen moeders vaak een tweede of derde shift, naast hun job.
Feminisme heeft vrouwen niet verplicht om te gaan werken. Het heeft ons rechten gegeven. Ruimte. Mogelijkheden. Een leven dat niet automatisch rond één rol draait, die van moeder. Maar zolang de zorg nog zo scheef verdeeld blijft, wordt de keuzevrijheid van vrouwen weer snel klein. Dan wordt kiezen iets wat je in theorie mag doen, maar in de praktijk vooral moet oplossen.
En daar wringt de uitspraak van mijn vriendin wel. Niet omdat ze ervoor zou kiezen om huismoeder te zijn. Maar omdat het voelt als de enige manier om alles gedaan te krijgen. Een noodoplossing. Feminisme is echt niet de reden dat wij als vrouwen, en moeders, het zo zwaar hebben. Dat we nog altijd rekenen op vrouwen om de zorg te dragen, daar zit de zwaarte. Onbetaald. Onzichtbaar. Vanzelfsprekend. En zolang dat zo is, blijft feminisme broodnodig. Niet om vrouwen te vertellen wat ze moeten doen, maar om te voorkomen dat ze, stap voor stap, weer richting dezelfde haard worden geduwd.