ARTIKEL /
ZORGEN VOOR EEN ANDER, DE REKENING VOOR JEZELF?
✏ REDACTIE & TEAM BELEID - MAART 2026 - LEESTIJD 3 MINUTEN
Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Een dag om vrouwen te vieren, maar ook een moment om vooruit te kijken. Want terwijl veel vrouwen elke dag proberen alles draaiende te houden - werk, gezin, zorg - liggen er nieuwe pensioenplannen op tafel. En die plannen dreigen vooral vrouwen te raken.
Je werkt deeltijds omdat de kinderen anders nergens terechtkunnen na school. Of je hebt je uren verminderd om voor je zieke moeder te zorgen. Dat stapje terugzetten op het werk is voor veel vrouwen geen luxekeuze, maar een noodzakelijke. In de nieuwe pensioenplannen blijft die zorg grotendeels buiten beeld, met gevolgen die je ook later voelt, in je pensioenpotje.
DE 156-DAGENREGEL
Volgens de nieuwe pensioenregels telt een loopbaanjaar pas mee om vervroegd op pensioen te mogen als je minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen hebt. Dat is zes maanden voltijds, of een jaar halftijds. Voordien lag de drempel op 104 dagen.
Alleen: zo ziet het werkleven van veel mensen er niet uit. Zeker voor vrouwen niet. Want het zijn vaak vrouwen die omwille van de combinatie tussen betaald werk en zorg deeltijds werken of tijdelijk een stap terugzetten. Via zogenaamde ‘gelijkgestelde periodes’ bouw je voor periodes van o.a. ziekteverlof, moederschapsverlof of ouderschapsverlof wel bepaalde pensioenrechten op. Alleen gebeurt zo’n vermindering van werk nog heel vaak buiten deze officiële verlofstelsels. Wie betaald werk vermindert of onderbreekt om te zorgen voor kinderen, ouders of anderen, ziet sneller die zorg niet meetellen voor het pensioen.
Spelregels veranderen tijdens de match
Wat de regering nu wil veranderen aan het pensioen, heeft niet alleen gevolgen voor de toekomst. Ook loopbaanjaren uit het verleden worden beoordeeld volgens de nieuwe definitie van 156 dagen.
Concreet gaat het om jaren waarin vrouwen hun werk verminderden om zorg op te nemen voor kinderen, ouders of anderen. Die keuzes waren vaak noodzakelijk en werden toen gemaakt binnen de regels van dat moment. Vandaag worden jouw keuzes die je vroeger maakte anders beoordeeld. De regering verandert de spelregels tijdens de match. Maar je kan je loopbaan niet opnieuw doen.
Waarom dit vooral vrouwen treft
Zorg rust in onze samenleving nog altijd grotendeels op vrouwen:
• Acht op de tien alleenstaande ouders zijn moeders.
• Kinderopvang en ouderenzorg staan onder druk, waardoor vrouwen vaker moeten bijspringen.
• Officieel zorgverlof is niet voor iedereen haalbaar.
Bovendien dreigt voor wie voor de wettelijke pensioenleeftijd stopt met werken en niet voldoet aan bijkomende werkvoorwaarden een blijvende vermindering van het pensioen, de zogenaamde pensioenmalus. En dat terwijl vrouwen al gemiddeld een lager pensioen krijgen dan mannen.
Zorg verdient erkenning
Bij Femma vinden we dat zorg geen ‘gat in je loopbaan’ is. Het is werk dat gezinnen, buurten en onze samenleving draaiende houdt. Een pensioen is geen gunst, maar een recht. En het is een erkenning van alles wat je hebt bijgedragen, op de werkvloer én daarbuiten.
Daarom trekken we in maart aan de alarmbel. Want zorgen voor een ander zou nooit ten koste van je eigen toekomst mogen gaan. Laat daarom van je horen op één van de vele acties op 8 maart, Internationale Vrouwendag. Je kan je aansluiten bij één van onze grote acties die je terugvindt op p.56. Of kom op 12 maart naar de nationale betoging tegen de sociale hervormingen en de pensioenplannen in Brussel.
GETUIGENISSEN: DE REKENING VAN ZORG
Zorg opnemen betekent vaak je werk anders organiseren. Minder uren, andere shiften, tijdelijk stoppen of opnieuw beginnen. Voor veel vrouwen zijn dat geen vrije keuzes, maar noodzakelijke. De zes vrouwen die hier getuigen, kijken terug op hun loopbaan of vooruit naar hun pensioen. Ze vertellen hoe zorg hun loopbaan mee bepaalde, en hoe die keuzes vandaag blijven doorwegen.
✏ ELKE VANDIJCK
Brigitte (70)
‘Ik koos er bewust voor om minder te werken om voor mijn dochter te kunnen zorgen. Met onregelmatige shiften: vroege, late, nachten en weekends, was fulltime werken geen optie. Toen mijn dochter ouder werd en ik er alleen voor stond na mijn echtscheiding, ben ik meer gaan werken: nachten en weekends, omdat dat beter betaalde. Maar net die extra’s tellen niet mee voor mijn pensioen. Zelfs de bijkomende nachten die we spontaan presteerden om de afdeling uit de nood te helpen, blijven onzichtbaar. In de zorgsector wordt veel flexibiliteit gevraagd, maar die zie je later niet terug. Ik wil niet klagen - we weten dat zorg en sociaal werk onderbetaald zijn voor de verantwoordelijkheid die we dragen - maar het wringt wel.’
Inge (48)
‘Tijdens de coronaperiode belandde ik in een burn-out. Ik had een erg drukke job en vond geen opvang voor mijn kinderen. Toch moest ik blijven werken - op advies van de dokter - omdat er door corona zoveel zieken waren. Twee jaar later kreeg ik opnieuw gezondheidsproblemen en werd ik vier keer geopereerd. Langer dan vijf maanden ziekte opnemen durfde ik niet, om financiële redenen. Ik ben daardoor nog altijd herstellende. Toen ik daarna geleidelijk weer wilde beginnen werken, werd dat me niet in dank afgenomen. En de vele werkuren waren niet langer haalbaar. Ik zag me genoodzaakt mijn job te verlaten en werk nu 30 uur per week. Mijn pensioen komt daardoor in het gedrang.’
Katrien (69)
‘Ik werkte 38 jaar als woon- en begeleider in een dienstencentrum. De eerste vier jaar voltijds. Na de geboorte van onze jongste zoon Dries, die een beperking heeft, besliste ik om deeltijds te gaan werken. Zo kon ik zijn zorg en begeleiding opnemen en er ook zijn voor mijn andere zoon. Die keuze heeft gevolgen tot vandaag. Door het deeltijds werken krijg ik maar een half pensioen. Ik vind dat dit bespreekbaar moet zijn, ook voor de toekomst.’
Clara (68)
‘Mijn pensioen bedraagt iets meer dan 1.700 euro. Ik heb een volledige loopbaan als verzorgende, maar mocht als kind maar tot mijn veertiende naar school. Later zat ik twintig jaar in een ongelukkig huwelijk en stond ik daarna alleen met drie tieners. Ik bleef fulltime werken en deed bijjobs, maar financieel had ik het zwaar. Toen mijn kinderen studeerden, at ik soms dagenlang droge boterhammen en ging ik een tijd naar de voedselbank. Vandaag leef ik zuinig en kom ik net rond. Ik geniet van Femma- activiteiten en ben een tevreden mens. Maar als ik ooit hulp nodig heb, kan ik geen rusthuis betalen. Is dat eerlijk, na een leven lang werken en zorgen?’
Marijke (73)
‘Ik startte als verpleegkundige in 1973. Toen mijn man twaalf jaar later zelfstandige werd en we twee kleine kinderen hadden, vroeg ik deeltijds werk aan, maar dat had een wachttijd van vijf jaar. Ik nam dus noodgedwongen ontslag en werkte elf jaar mee in de zaak, zonder vergoeding. Zo kon ik ook de zorg voor mijn kinderen opnemen. In 1997 kon ik opnieuw starten als verpleegkundige in de thuiszorg, tot aan mijn pensioen. Door die elf onbetaalde jaren kom ik uit op dertig loopbaanjaren. We hebben nog geprobeerd dit recht te zetten, maar dat kon niet meer. Zorg en meewerken in de zaak hielden alles draaiende, maar tellen niet mee.’
Marleen (70)
‘In 1982 werd mijn dochter geboren met een ernstige hartafwijking. Ik werkte toen als verpleegkundige in het Sint-Jansziekenhuis in Brussel. Na een lange periode in het ziekenhuis mocht ze mee naar huis, op voorwaarde dat ik stopte met werken. Ik nam ontslag en bleef zes jaar thuis. Later ging ik deeltijds aan de slag in de thuiszorg. Toen mijn dochter op achtjarige leeftijd overleed, bleef ik deeltijds werken om onze andere twee kinderen goed te kunnen opvangen na het overlijden van hun zus. Mijn man - ook verpleegkundige - werkte onregelmatige uren met weekends en nachtdienst; hij werd ziek en moest noodgedwongen deeltijds werken tot zijn vervroegd pensioen. Een paar jaren later besliste ik om ook vervroegd op pensioen te gaan om mijn man te verzorgen, tot hij stierf op 65-jarige leeftijd. Ik heb nooit voltijds gewerkt. De zes jaren die ik thuisbleef, tellen niet mee voor mijn pensioen. De keuzes die ik maakte, waren noodzakelijk, maar blijven doorwegen.’