FLASHBACK /
NMBS werd twintig jaar geleden opgesplitst in drie aparte entiteiten
Tekst – Lieven Bax | Foto – Shutterstock | Zomer 2025 | Leestijd: 2,5 minuut
Dit jaar is het twintig jaar geleden dat de NMBS de grootste omwenteling in haar geschiedenis beleefde: op 1 januari 2005 werd de maatschappij opgesplitst in drie aparte entiteiten. Een beslissing onder druk van Europa die initieel bezorgdheid opwekte over het mogelijk verdwijnen van het uniform personeelsstatuut.
De geschiedenis van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen begint op 23 juli 1926. De Belgische overheid werd ook in die periode al geconfronteerd met een enorme schuldenberg en daar kwam nog eens een forse waardevermindering van de Belgische frank bovenop. Om erger te vermijden, besliste de regering onder meer om een aantal staatsbezittingen te gelde te maken. Waaronder dus de exploitatie van het Belgische spoorwegnet.
“De NMBS kreeg toen voor 75 jaar het recht om dat spoorwegnet uit te baten”, weet Peter Vanderborght, algemeen sectorverantwoordelijke spoor bij ACV-Transcom. “De Staat bleef eigenaar van het spoorwegnet, maar kreeg in ruil voor het exploitatierecht alle aandelen van de nieuwe onderneming. De preferente aandelen werden verkocht om zo de staatskas aan te vullen.”
Zo’n 120.000 personeelsleden, duizenden kilometers spoor en een groot aantal stations en rollend materieel werden overgedragen aan het nieuwe spoorbedrijf, dat zowel op financieel en administratief
gebied als in haar bedrijfsvoering geheel autonoom kon werken.
Modernisering
Het spoorbedrijf bleef jarenlang functioneren volgens een klassiek, technisch gestructureerd model. “Afdelingen waren opgedeeld per specialisatie – spoor, elektriciteit, signalisatie,… – wat leidde tot overlappende verantwoordelijkheden, trage besluitvorming en een gebrek aan efficiëntie”, schetst Peter Vanderborght. Het besef groeide dat een modernisering zich opdrong, zeker toen Europa in de jaren negentig druk begon uit te oefenen om infrastructuurbeheer en vervoersactiviteiten duidelijker te scheiden. En dus startte de NMBS in 1992 met het vernieuwen van haar te logge organisatie: afdelingen werden heringedeeld per activiteitensector en de aandacht voor efficiëntie, transparantie en het duidelijk toewijzen van verantwoordelijkheden nam toe.
Maar de belangrijkste omwenteling vond dus plaats op 1 januari 2005. Onder druk van Europese richtlijnen – die de liberalisering van het spoorvervoer beoogden – besliste de Belgische regering om de NMBS grondig te hervormen. Er kwam een scheiding tussen de vervoersactiviteiten en het beheer van de infrastructuur. Dit leidde tot de oprichting van de NMBS-Groep, met drie aparte entiteiten. Peter Vanderborght: “De NMBS-Holding is als moedermaatschappij verantwoordelijk voor het personeelsbeheer, de financiën, het patrimonium en de strategische coördinatie. De NMBS staat als spoorwegoperator in voor reizigers- en goederenvervoer en het onderhoud van het rollend materiaal. En Infrabel is als infrastructuurbeheerder bevoegd voor het spoorwegnet, het onderhoud van en toegang tot dat net en de seinen.”
“Wat deze structuur bijzonder maakt, is dat de holding via haar aandelen en stemrecht nog altijd de strategische coördinatie over de twee dochtermaatschappijen uitoefent, terwijl de bevoegdheden en activiteiten duidelijk gesplitst zijn. Bedoeling was om een gezamenlijke strategie te behouden, zonder afbreuk te doen aan de Europese.”
Personeelsstatuut
ACV-Transcom stond initieel kritisch tegenover de beslissing om de NMBS grondig te hervormen. “We vreesden dat hierdoor het uniform personeelsstatuut zou verdwijnen”, legt Peter Vanderborght uit. “De opsplitsing in drie entiteiten kon snel leiden tot verschillende statuten, loonstructuren en arbeidsvoorwaarden, was de vrees, met alle sociale onrust van dien.”
Dat het spoorwegpersoneel ook na de opsplitsing van de NMBS op een gelijke behandeling kon blijven rekenen, was voor ACV-Transcom een no-brainer.
“Om onze bezorgdheid weg te nemen, werd overeengekomen dat alle 39.000 spoorwegmedewerkers op de loonlijst van de NMBS-holding bleven staan, om van daaruit naar NMBS of Infrabel te worden gedetacheerd. Zo bleef hun statuut onaangeroerd en behield iedereen de bestaande rechten.”
Dat het spoorwegpersoneel ook na de opsplitsing van de NMBS op een gelijke behandeling kon blijven rekenen en de sociale dialoog werd verankerd, was voor ACV-Transcom een no- brainer. “Maar we zijn altijd waakzaam gebleven. Het Holdingmodel mocht dan wel een compromis zijn, het risico op een versnippering van de arbeidsvoorwaarden bleef reëel”, besluit Peter Vanderborght. //