INTERVIEW /
“Er is geen sociale rechtvaardigheid zonder vrede en geen vrede zonder sociale rechtvaardigheid”
Interview Donatienne Coppieters / FOTO Guy Puttemans / 17 JUNI 2026 / LEESTIJD 3 MINUTEN
“In een wereld die wordt gekenmerkt door oorlogen, groeiende ongelijkheid en een terugval van de democratie, spelen vakbonden een cruciale rol.” Dat zegt Luc Triangle, Belg en secretaris-generaal van het Internationaal Vakverbond (IVV). “Sociale rechtvaardigheid en vrede zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”
De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) werd opgericht na de Eerste Wereldoorlog vanuit het idee dat sociale rechtvaardigheid de basis vormt voor duurzame vrede. Is dat vandaag nog relevant?
“Absoluut. Voor vakbonden is vrede veel meer dan de afwezigheid van oorlog. Echte vrede steunt op sociale rechtvaardigheid, waardig werk, leefbare lonen, sociale bescherming en minder ongelijkheid. Dat was het uitgangspunt bij de oprichting van de IAO in 1919 en vandaag is dat actueler dan ooit. We leven in een tijd van militaire conflicten én van toenemende sociale ongelijkheid.”
Hoe draagt de IAO concreet bij aan vrede?
“De IAO is de enige instelling die internationale arbeidsnormen vastlegt via conventies die landen moeten omzetten in nationale wetgeving. Ze bepaalt minimumnormen om de waardigheid van werknemers te beschermen, bijvoorbeeld rond geweld op het werk, vakbondsvrijheid en collectief onderhandelen. Zo voorkomt ze een wereldwijde neerwaartse spiraal van sociale rechten.
De vakbeweging behaalde onlangs een historische overwinning: het Internationaal Gerechtshof bevestigde dat het stakingsrecht beschermd wordt door Conventie 87 van de IAO over vakbondsvrijheid. Zonder stakingsrecht staan werknemers tegenover werkgevers en regeringen als een tijger zonder tanden.”
Elk jaar plaatst de IAO 24 landen op het ‘beklaagdenbankje’ wegens schendingen van vakbondsrechten. Heeft dat effect?
“Geen enkel land wil op die lijst terechtkomen. Een openbaar debat tijdens de Internationale Arbeidsconferentie en een rapport met aanbevelingen zorgen voor aanzienlijke druk. Overheden moeten zich verantwoorden en rapporteren over verbeteringen.
Ook nationale vakbonden gebruiken die internationale druk om hun regering aan te spreken. Daarnaast beschikt de IAO over zwaardere instrumenten, zoals artikel 33 van haar Grondwet. Dat werd recent toegepast tegen Wit-Rusland en Myanmar en roept andere landen op om maatregelen te nemen. Het is een belangrijk diplomatiek middel om regeringen tot de orde te roepen.”
Het IVV publiceert jaarlijks de Wereldindex1 van de vakbondsrechten. Wat leert die?
“De resultaten voor 2026 tonen een voortdurende achteruitgang van werknemersrechten en democratische vrijheden. Europa en Noord- en Zuid-Amerika halen zelfs hun slechtste score sinds de start van de index in 2014.
We zien meer aanvallen op de vrijheid van meningsuiting en vergadering, meer arrestaties van werknemers en vakbondsmilitanten en meer geweld tegen hen. Ook digitale surveillance neemt toe en in veel landen verzwakt de sociale dialoog.”
Welke invloed heeft het IVV op wereldniveau?
“Onze kracht is onze collectiviteit. Het IVV vertegenwoordigt meer dan 200 miljoen werknemers en is daarmee de grootste sociale beweging ter wereld. De uitspraak over het stakingsrecht bewijst dat onze acties niet symbolisch zijn. Internationale beslissingen kunnen nationaal en lokaal worden ingezet om werknemers beter te beschermen.”
-//-
“Opkomen voor het internationaal recht
is geen optie, het is
een essentiële vakbondsopdracht.”
LUC TRIANGLE
_
Wordt het IVV erkend door internationale instellingen?
“Ja. Als vertegenwoordiger van de ‘wereldwijde stem van de arbeid’ neem ik deel aan bijeenkomsten van de Verenigde Naties en overleg ik met instellingen zoals de Wereldhandelsorganisatie, het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank, de G20, de G7 en het Wereld Economisch Forum in Davos.
Wij herinneren het IMF eraan dat economische groei weinig betekent wanneer de productiviteit stijgt maar de lonen achterblijven. En we wijzen de Wereldhandelsorganisatie erop dat handel ook respect voor arbeidsrechten moet omvatten.
Onze analyses worden ernstig genomen omdat wij de democratische stem vertegenwoordigen van 200 miljoen werknemers. Zonder vakbonden zou de sociale boodschap die internationale besluitvorming nauwelijks bereiken.”
Vakbonden worden wereldwijd steeds vaker aangevallen. Hoe verklaart u dat?
“Dat zien we in veel landen. Of het nu gaat om Trump in de Verenigde Staten of Milei in Argentinië: zodra ze aan de macht komen, vallen ze werknemers en vakbonden aan.
Er bestaat een coalitie tussen extreemrechtse populistische politici en economische elites die deregulering nastreven. Ze willen openbare diensten en democratische waarden afbouwen. Vakbonden vormen daarbij hun belangrijkste tegenkracht en worden daarom gestigmatiseerd of juridisch aangevallen. Ook in België zien we pogingen om vakbonden buitenspel te zetten.
Die populistische bewegingen spelen bovendien in op een reële frustratie. Veertig jaar ultraliberaal beleid heeft de ongelijkheid vergroot. Het IVV wijst daarom jaarlijks ook bedrijven aan die volgens ons de democratie bedreigen, om de band bloot te leggen tussen economische macht en politieke afbraak van sociale rechten.”
Is de verdediging van de democratie vandaag de grootste uitdaging voor de vakbeweging?
“Zeker. Daarom hebben we een wereldwijde campagne voor democratie gelanceerd. Maar democratie moet ook resultaten opleveren voor werknemers. Veel mensen hebben het gevoel dat de democratie hen steeds minder bescherming biedt.
Populistische leiders maken misbruik van die onvrede door zondebokken aan te wijzen, zoals migranten, terwijl ze de echte oorzaken van ongelijkheid verbergen. Wij willen een democratie die opnieuw werkt voor werknemers. Dat betekent niet alleen een eerlijkere verdeling van inkomen, maar ook een eerlijkere verdeling van macht, zodat vakbonden inspraak krijgen in fundamentele economische beslissingen.”
Waarom moeten vakbonden zich uitspreken over oorlogen zoals in Gaza of Oekraïne?
“Vakbonden zijn historisch verbonden met de vredesbeweging. Er is geen sociale rechtvaardigheid zonder vrede en geen vrede zonder sociale rechtvaardigheid. Wanneer oorlog uitbreekt, zijn het werknemers die de zwaarste gevolgen dragen: jobs verdwijnen, economieën worden ontwricht en mensen belanden in armoede.
Daarom kunnen vakbonden niet neutraal blijven. Opkomen voor het internationaal recht is geen optie, maar een fundamentele vakbondsopdracht. Wat er gebeurt in Gaza, Oekraïne, Myanmar en Soedan zijn ernstige schendingen van dat recht. Zeggen dat vakbonden zich daar niet mee zouden mogen bezighouden, betekent niet begrijpen dat onze opdracht erin bestaat een betere samenleving voor iedereen op te bouwen.
Wie vindt dat vakbonden zich alleen met de onderneming moeten bezighouden, heeft een erg beperkte visie op onze rol. Vakbonden bouwen mee aan een democratische samenleving met een vrije pers, vrijheid van meningsuiting en vrede.
Elke euro die naar militarisering gaat, is ook een euro minder voor gezondheidszorg, onderwijs of openbare diensten. Regeringen moeten investeren in de echte behoeften van mensen.”
Meer over de Global Rights Index van het Internationaal Vakverbond: https://www.ituc-csi.org/global-rights-index