INTERVIEW /
“Vakbonden moeten met proactieve plannen komen”
INTERVIEW Fien Vandamme en Patrick Van Looveren / FOTO Alexandros Michailidis / Shutterstock.com / 15 oktober 2025 / leestijd 5 minuten
Van 10 tot 21 november wordt in het Brazilaanse Belem de 30ste COP georganiseerd. Dat is de jaarlijkse wereldtop om voortgang te maken met maatregelen tegen de opwarming van de aarde. Hoewel de urgentie daarvoor groot is, lijkt het momentum wat weg. Op de klimaatmars van 5 oktober in Brussel uitten 30.000 mensen hun bezorgdheid. Dat is een grote groep, maar niet meer het aantal van enkele jaren geleden. Ondanks alle wetenschappelijke evidentie dat de aarde opwarmt met desastreuze gevolgen, liggen klimaatsceptici, met Donald Trump op kop, dwars. De Amerikaanse president noemt de klimaatverandering zelfs ‘één grote oplichterij’. Hij trok de Verenigde Staten terug uit het klimaatverdrag van Parijs. Zijn landgenoot Aaron Niederman zucht bij het vernoemen van de naam Trump. “We mogen niet bij de pakken blijven zitten”, zegt Aaron “Ook op lokaal niveau – in je onderneming en in je buurt – kan je heel wat initiatieven nemen om duurzaamheid te bevorderen en de klimaatopwarming tegen te gaan.”
Aaron, kan je jezelf even voorstellen?
“Ik groeide op in Skokie in Illinois en studeerde aan de Vanderbilt University in Nashville. Ik ben op heel wat domeinen sociaal actief. Momenteel werk ik vanuit Berlijn. Ik kreeg een ‘German Chancellor Fellow’-beurs van de Alexander von Humboldt Foundation en wordt ook ondersteund door de Rosa Luxemburg Stiftung om praktijkgericht sociaalwetenschappelijk onderzoek te doen rond hoe vakbonden en (klimaat)activisten zich (beter kunnen) organiseren om ‘just transition’-doelen na te streven. Daarvoor nam ik een 60-tal initiatieven wereldwijd onder de loep (door dat onderzoek kwam Aaron op onze radar, red.).”
Wat versta je onder ‘just transition’?
“’Just transition’ – of rechtvaardige transitie – gaat erover dat je bij de transitie naar een klimaatneutrale economie rekening houdt met de sociale en economische gevolgen, werknemers beschermt, gemeenschappen versterkt en in het algemeen sociale rechtvaardigheid bevordert.”
Wat komt uit je onderzoek naar voor als de succesfactoren voor een rechtvaardige transitie?
“In de 60 initiatieven die ik bestudeerde, kwamen vier zaken steeds terug. Niet dat ze overal ten volle verwezenlijkt werden. Eén, je moet een sterk georganiseerde werknemersbasis hebben. Zonder sterke samenhang onder werknemers en een actieve organisatie kom je niet ver. Twee, je moet steun genieten vanuit de gemeenschap. In Duitsland zag ik dit heel duidelijk. Brede allianties en nauwe samenwerkingen zorgen er voor legitimiteit en sociale slagkracht. Een mooi voorbeeld zijn de bonden van het openbaar vervoer, die samen optrokken met reizigers en klimaatactivisten. Dat speelt ook in de gezondheidszorg, een sector die nauw verbonden is met de samenleving. Drie, je moet een alternatief plan hebben. In Italië maakten werknemers van autofabriek GKN in Firenze samen met onderzoekers en klimaatactivisten een duurzame omslag naar elektrische fietsen en binnenkort ook zonnepanelen. En vier, ga op zoek naar financiering, ga na welke publieke investeringen nodig en mogelijk zijn. Een transitie kost immers geld. Tot slot: een sterke vakbondsmacht blijft cruciaal. Zonder diepgaande organisatiecapaciteit kan je een rechtvaardige transitie moeilijk vooruitduwen. Maar vakbonden moeten met proactieve plannen komen. Vakbonden reageren nu nog al te vaak pas als de dreiging van ontslagen boven de hoofden van werknemers hangt.”
“Vakbonden en klimaatactivisten kunnen samen meer slagkracht ontwikkelen dan ze elk afzonderlijk ooit zouden kunnen.”
Aaron Niederman
En mooi voorbeeld in je onderzoek is dat van Tata Steel in Nederland, waar de vakbonden actief mee op zoek zijn gegaan naar een herbestemming. De vraag blijft toch of dit de rol is van de vakbonden…
“Je kan inderdaad discussiëren over wiens verantwoordelijkheid het is om zo’n transitieplan uit te werken. Maar als we écht rechtvaardigheid voor werknemers willen, dan kunnen we niet enkel werkgevers het voortouw laten nemen. Hun keuzes leiden te vaak tot jobverlies en slechtere arbeidsvoorwaarden. Daarom moeten vakbonden die rol ook opnemen. Het is een nieuwe frontlinie: herstructureringen niet alleen bestrijden, maar ze actief mee vormgeven richting een duurzame economie en een nieuwe manier van produceren. Het uitwerken van alternatieve plannen vraagt samenwerking: met klimaatactivisten, wetenschappelijke onderzoekers en mensen met technologische of economische expertise. Maar minstens zo belangrijk is de kennis van de werknemers zelf. Zij weten als geen ander wat er in hun fabriek kan en wat hun vaardigheden zijn. Een bekend voorbeeld is het Lucas Plan1 uit de jaren ’70, waar werknemers meer dan honderd vernieuwende productideeën ontwikkelden. Het toont hoe groot het potentieel is wanneer werknemers de ruimte en ondersteuning krijgen om hun toekomst mee vorm te geven.”
In je rapport heb je het over de allianties die nodig zijn tussen vakbonden en de klimaatbewegingen. Hoe kunnen ze elkaar versterken?
“Vakbonden brengen legitimiteit, organisatiekracht en stakingsmacht in. Klimaatactivisten zijn vaak sterk in het opzetten van aansprekende (sociale media)campagnes of het uitwerken van petities en alternatieve acties om daarmee een breed publiek aan te spreken. Samen kunnen ze meer slagkracht ontwikkelen dan ze elk afzonderlijk ooit zouden kunnen. Door acties voor meer duurzaamheid waarmee je een breed publiek aanspreekt, laat je ook een ander beeld van de vakbond zien. Voor veel werknemers is de vakbond een organisatie waar ze een beroep op doen als zaken mislopen op hun werk, zeg maar een soort HR-ondersteuning. Ze zijn wel lid, maar hebben niet altijd het gevoel dat ze ook een actieve rol kunnen spelen en mee zaken in een bepaalde richting sturen. Als vakbond kan je je achterban veel meer betrekken door doorlopend feedback te vragen.”
In aanvulling daarop, je haalt ook het belang van ‘Bargaining for the Common Good’ aan. Wat bedoel je daarmee?
“‘Bargaining for the Common Good’ betekent dat vakbonden bij hun onderhandelingen niet alleen kijken naar de arbeidsvoorwaarden voor hun leden, maar ook naar het algemeen belang van de gemeenschap. Zo verbinden leraren hun werkvoorwaarden aan betere leeromstandigheden voor kinderen, verpleegkundigen aan betere zorg van patiënten. Dit vergroot de steun vanuit de samenleving en opent de deur voor samenwerking met andere groepen, zoals klimaatactivisten, bij thema’s als rechtvaardige transitie of duurzame scholen. Rond die organising-techniek is in de Verenigde Staten een heel netwerk ontstaan met heel wat innovatieve campagnes. Er is een website en een toolkit, die je vindt op www.bargainingforthecommongood.org. Als je inspiratie wil opdoen…”
1. Het Lucas Plan was een baanbrekend plan van medewerkers van de Britse wapenfabrikant Lucas Aerospace in 1976, dat wordt gezien als een voorbeeld van sociaaldemocratisch activisme op de werkvloer, waarbij werknemers ideeën aandroegen om economische en maatschappelijke problemen tegelijk op te lossen. Lucas Aerospace produceerde onderdelen voor vliegtuigen en militaire technologie. Toen ontslagen dreigden, stelden de werknemers voor om het bedrijf om te vormen naar de productie van nuttige, vreedzame producten zoals windturbines, rolstoelen en medische apparatuur, milieuvriendelijke technologieën, …
Meer weten over rechtvaardige transitie? Check www.hetacv.be/milieu