ACTUEEL /
“We gaan de mensen niet in de steek laten”
TEKST Patrick Van Looveren / 22 MEI 2025 / LEESTIJD: 6 MINUTEN
Deze week behandelde de ministerraad in tweede lezing de programmawet die uitvoering moet geven aan de speerpunten van het federaal regeerakkoord van eind januari. Het ‘koninginnenstuk’ daarin – zoals premier De Wever het verwoordt – is de beperking van de werkloosheid in de tijd. “Want België was zo goed als het laatste land ter wereld waar inactief zijn een levenskeuze kon zijn”, deed hij smalend. Alsof langdurig werkloos zijn een bewuste keuze is. Door deze beslissing verliezen meer dan 120.000 werklozen vanaf 1 januari 2026 hun werkloosheidsuitkering.
Even recapituleren wat in het regeerakkoord staat over de werkloosheid en wat de ministerraad met een programmawet bekrachtigde en nu dus in staal wordt gegoten in wetten en uitvoeringsbesluiten:
• De werkloosheidsuitkeringen worden beperkt in de tijd tot maximaal 2 jaar. Wie 1 jaar gewerkt heeft in 3 jaar, opent het recht op maximum 1 jaar. Per 4 extra gewerkte maanden, ontvangt de werkzoekende 1 extra maand werkloosheid. Er geldt een uitzondering op de beperking in de tijd voor wie minstens 55 jaar is, mits zij in 2025 een loopbaan van 30 jaar (van elk minstens 156 gewerkte dagen) hebben, en een loopbaan van 35 jaar in 2030.
• De beroepsinschakelingstijd (beter bekend als de wachttijd voor schoolverlaters) wordt beperkt tot 156 dagen. Inschakelingsuitkeringen worden wel beperkt tot één jaar én mogelijk enkel voor wie minstens een getuigschrift middelbaar onderwijs kan voorleggen..
• Wie vanaf 1 januari 2026 geen job heeft, zal bij de hoogste inkomens tijdens de eerste 3 maanden meer bruto krijgen, voor zij die onder de huidige grenzen vallen verandert er niets, behalve voor de minima. Maar na een jaar daalt de uitkering fors voor iedereen. Een verstrengde en snellere degressiviteit dus. Met een uitzondering voor mensen met 30 jaar loopbaan in 2025 en 35 jaar in 2030.
Meer dan 120.000
De nieuwe regeling gaat in vanaf 1 januari 2026. Werkzoekenden die al langer dan 2 jaar werkloos zijn, langdurig werkzoekenden die ouder zijn dan 55 maar niet voldoen aan de nieuwe loopbaanvoorwaarden en jongeren die volgens de nieuwe regels niet meer in aanmerking komen voor een inschakelingsuitkering zullen tussen 1 januari 2026 en 1 april 2026 hun uitkering verliezen. Werkzoekenden die minder dan twee jaar werkloos zijn zullen, naargelang hun periode in de werkloosheid, hun uitkering verliezen vanaf 1 juli 2026 en 1 januari 2027. Om hoeveel mensen het precies zal gaan op 1 januari is nog niet geweten, maar alleszins om meer dan 100.000. Volgens de laatste, maar dus voorlopige, cijfers van de RVA gaat het om 26.656 langdurig werklozen in Vlaanderen, 26.866 in Brussel en 46.580 in Wallonië. Maar in die cijfers gaat het enkel om de werklozen die jonger zijn dan 55 jaar. Er zijn nog geen cijfers over de 55-plussers die te weinig gewerkte dagen op de teller hebben. Men weet dus zelf nog niet eens wat de precieze impact is. Volgens onze schattingen zullen het er meer dan 120.000 worden.
“Als we niet gehoord worden, zullen we ons laten gelden.”
Koen Meesters,
nationaal
secretaris ACV
Uitzondering voor wie opleiding volgt
Voor wie in een opleiding voor een knelpuntberoep zit, komt er een overgangsregeling. Als je vóór 1 januari aan zo’n opleiding bent begonnen, behoud je gedurende de opleiding je uitkering. Voor zorgopleidingen gaat het niet om een overgangsregeling. Daarvoor geldt de uitzondering ook na 1 januari en kan een dergelijke opleiding maximaal vijf jaar gevolgd worden.
Simplistisch uitgangspunt
Koen Meesters, nationaal secretaris ACV, volgt het werkloosheidsdossier op de voet en zit in de beheerraad van de RVA: “Men straft werklozen zowel in beschermingsduur als in de uitkering zelf. De uitzondering op 55 jaar is met de strenge loopbaanvoorwaarden een lege doos. De grootste ‘besparing’ in het regeerakkoord wordt gedragen door werklozen, wat aangeeft wie meest geviseerd wordt. En dan moeten er de beperking van de welvaartsenveloppe en de afschaffing van het belastingvoordeel bijkomen. Het simplistische uitgangspunt is dat als je werklozen hun uitkering afpakt, dat ze dan wel sneller werk zullen zoeken en vinden. ‘Want er is toch werk genoeg.’ Versta: het is bij hen van niet willen. De verantwoordelijkheid wordt dus volledig bij de werkzoekende gelegd. Er wordt dus niet naar de werkgevers gekeken, die geen (aangepast) werk voorzien en niet naar de begeleiding en arbeidsbemiddeling die mank lopen. Voor de stelling dat je wel sneller aan de slag zal zijn als je niet langer een uitkering krijgt, is geen enkel wetenschappelijk bewijs, integendeel.”
Meesters vervolgt: “De werkgeversorganisaties vinden het allemaal prima. Zij staan achter deze hervorming en hebben geen bezwaren. Wat ze vergeten is dat we deze mensen nodig hebben willen we de werkzaamheidsgraad optrekken. We horen het graag zeggen, meer mensen aan het werk, maar als je mensen in de steek laat en hen niet langer begeleidt in hun zoektocht naar een job, kan je hen niet meer activeren. Dat knelopleidingen enkel nog in de zorg aanleiding geven tot verlenging, is absurd. Vaak gaat het om mensen die structureel een probleem of een arbeidshandicap hebben. Doorheen de jaren zijn op aandringen van het ACV oplossingen gezocht voor specifieke problemen, met de beschermingsuitkeringen voor jonge werkzoekenden met een combinatie van psychische, medische of sociale problemen op het moment waarop hun recht op inschakelingsuitkeringen vervalt, voor de onvrijwillig deeltijds werkenden, … Onder het mom van administratieve vereenvoudiging wordt dat alles weggevaagd.”
Grote impact op regionale bemiddelingsdiensten
De nieuwe federale regelgeving rond werkloosheid heeft een grote impact op de werking van de regionale bemiddelingsdiensten. “Langdurige werklozen, die het einde van hun uitkeringsperiode naderen, hebben nood aan een versterkte en meer intensieve begeleiding naar duurzaam werk”, zegt Koen Repriels, adviseur van de studiedienst die het Vlaams arbeidsmarktbeleid opvolgt. “Dat betekent dat de VDAB haar dienstverlening moet herbekijken. We eisen dat de Vlaamse regering snel met een actieplan komt. Het ACV kan niet aanvaarden dat de beperking van de werkloosheid in de tijd mensen met beperkte arbeidskansen in de miserie stort.”