close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Retour au numéro actuel

INTERVIEW /

"We moeten niet doen alsof er niets aan de hand is"

TEKST Frances Duhamel en Bram Van Vaerenbergh / FOTO Inge Kinnet / 13 MEI 2026 / LEESTIJD 7 MINUTEN

Maakte jij 8 mei nog mee als officiële feestdag? De kans is klein: in 1974 werd de herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog afschaft als feestdag door de brandstofcrisis. De 8-mei-coalitie, waar het ACV deel van uitmaakt, ijvert om die erkenning opnieuw op de agenda te zetten. Dit jaar staat in het teken van strijdbare vrouwen. Vakbeweging bracht twee strijdbare vrouwen samen: ACV-voorzitter Ann Vermorgen en Ellen De Soete, de initiatiefneemster achter de 8-mei-coalitie.

8 mei is geen officiële feestdag meer. Waarom vinden jullie het belangrijk dat die erkenning terugkomt, en welke maatschappelijke betekenis kan die dag vandaag opnieuw krijgen?

Ellen De Soete: “8 mei staat voor het einde van de Tweede Wereldoorlog en de overwinning op het fascisme. Het was ooit een officiële feestdag tot die in 1974 tijdens de brandstofcrisis werd afgeschaft. Ik vind het belangrijk om die erkenning opnieuw op de agenda te zetten. De laatste jaren wordt de symbolische waarde van 8 mei ook steeds groter. In een tijd waarin extreemrechts en autoritaire tendensen opnieuw sterk opkomen, wereldwijd maar ook dichter bij huis, vind ik het essentieel om die geschiedenis zichtbaar te houden. Geschiedenis herhaalt zich nooit exact, maar we kunnen er wel lessen uit trekken. Daarom moet 8 mei voor mij een dag zijn waarop we herinneren wat er gebeurd is én de mensen eren die toen de moed hadden om zich te verzetten voor vrijheid en democratie. Die herinnering is vandaag relevanter dan ooit. 8 mei moet een dag zijn die mensen moed geeft. Ik sprak daar onlangs nog over met jonge mensen, en sommigen vertelden me dat ze twijfelen of ze nog kinderen op de wereld willen zetten als ze zien hoe de samenleving evolueert. Dat raakt mij. Het toont hoe weinig perspectief mensen vandaag ervaren.”

Ann Vermorgen: “Je voelt inderdaad dat 8 mei meer en meer betekenis krijgt voor mensen. Het is onze bevrijdingsdag, maar tegelijk ook een dag die ons dwingt na te denken over de samenleving van vandaag. Maar als je vandaag kijkt naar wat er in de wereld gebeurt — en zelfs gewoon in ons eigen land — dan zie je hoe mensen steeds meer tegenover elkaar worden geplaatst. De samenleving wordt opgedeeld in hokjes, en groepen worden tegen elkaar uitgespeeld. Je ziet dat in het discours over werkzoekenden, langdurig zieken, vluchtelingen, LGBTQI+-personen… Het is voortdurend ‘tegen elkaar’. Terwijl wij net een warme, solidaire samenleving willen waarin mensen samenleven in plaats van tegenover elkaar te staan. Wat vandaag gebeurt, doet soms denken aan mechanismen uit het verleden: er worden vijanden gecreëerd die er eigenlijk niet zijn. En tegelijk raken veel mensen ontmoedigd door alles wat er in de wereld gebeurt: oorlogen, conflicten, polarisering. Sommigen haken zelfs af omdat het allemaal te zwaar wordt.”

Ellen De Soete: “Tegelijk gaat 8 mei niet alleen over herdenken. Het moet ook een dag zijn van verbinding en hoop. Een moment waarop mensen samenkomen en voelen dat iedereen erbij hoort, ongeacht afkomst, overtuiging of geaardheid. Dat was ook de kracht van het verzet: mensen vochten samen voor vrijheid, los van hun achtergrond of positie. Die solidariteit blijft vandaag enorm belangrijk. En je merkt ook dat dat leeft. Toen we vier jaar geleden begonnen, waren er maar een handvol activiteiten rond 8 mei. Vandaag zijn dat er meer dan tachtig verspreid over het hele land. Dat toont dat veel mensen opnieuw nood hebben aan zo’n verbindend moment.”

Ann Vermorgen: “Daar ben ik het volmondig mee eens. 8 mei moet een dag zijn waarop mensen voelen dat er nog altijd anderen zijn die zich verzetten tegen haat en verdeeldheid, en die blijven geloven in een warme, solidaire samenleving. “Ah, er zijn er toch die dat niet normaal vinden, of die daar tegenstem, tegenkracht willen zijn”. Dat is volgens mij de kracht van de 8-mei-coalitie: niet alleen herinneren, maar ook samen nadenken over welke toekomst we willen opbouwen.”

Dit jaar staat de 8-mei-coalitie stil bij vrouwen in het verzet. Wordt hun rol volgens jullie nog te vaak onderschat of vergeten?

Ellen De Soete: “Ik denk dat er evenveel vrouwen als mannen actief waren in het verzet, maar dat hun rol veel minder zichtbaar is geworden in de geschiedschrijving. Na de oorlog gingen mannen zich sneller registreren als verzetsstrijder, terwijl vrouwen vaak opnieuw hun huishoudelijke taken opnamen. Je moet dat ook bekijken binnen de tijdsgeest van toen: mannen traden gemakkelijker naar buiten met hun verhaal dan vrouwen. Nochtans hebben vrouwen ontzettend veel gedaan. Ze verborgen onderduikers, brachten boodschappen over, verspreidden pamfletten en namen ook deel aan sabotageacties. Het is niet omdat ze vrouw waren dat ze minder risico namen of minder actief waren dan mannen. Alleen is daar veel minder over geschreven. Dat was voor ons ook een belangrijke reden om dit thema centraal te zetten. Er zijn zoveel verhalen van vrouwen die bijna onbekend gebleven zijn. Ik sprak daar onlangs nog over met een historicus, die zei dat er dringend meer onderzoek naar moet gebeuren. Want je moet ongelooflijk moedig zijn om in zo’n regime toch in verzet te komen, wetende dat zelfs het uitdelen van een pamflet je leven kon kosten. Wat mij ook treft, is hoe jong veel mensen in het verzet waren. Mijn eigen moeder was zeventien toen ze zich aansloot. Ik heb haar ooit gevraagd wat haar daartoe dreef, en zij zei: op een bepaald moment besef je gewoon dat je niet langer kan toekijken en dat je moet handelen.”


-//-

“Er wordt veel gesproken óver mensen, maar te weinig mét mensen”

Ann Vermorgen, ACV-voorzitter

_


Ann Vermorgen: “Dat engagement ontstaat vaak vanuit verontwaardiging of kwaadheid. Maar tegelijk is er altijd ook een stilzwijgende meerderheid die hoopt dat anderen wel in actie zullen komen. Dat zie je vandaag nog altijd. Ik denk wel dat vrouwen vaak de stille krachten achter engagement en verandering zijn geweest, vroeger én vandaag. Veel vrouwen doen enorm veel, maar lopen daar minder mee te koop. Ze beschouwen het als vanzelfsprekend wat ze doen, terwijl ze vaak dubbel zo hard moeten werken om erkenning te krijgen. Daarom vind ik het belangrijk dat er nu expliciet aandacht gaat naar vrouwen in het verzet, maar ook naar hedendaagse vrouwen die zich engageren. Er zijn vandaag nog altijd zoveel vrouwen die zich in stilte inzetten voor anderen, zich verzetten tegen onrecht of zorg dragen voor de samenleving, zonder daar veel erkenning voor te krijgen. Tegelijk staat er vandaag ook veel op het spel voor vrouwen. Rechten die vanzelfsprekend lijken, zoals sociale zekerheid, pensioenrechten, vrouwenstemrecht, zijn ooit bevochten en staan opnieuw onder druk. Zeker in een klimaat waarin extreemrechtse ideeën aan terrein winnen, zie je dat vrouwenrechten opnieuw ter discussie worden gesteld. Dat merken we ook concreet in het sociaal debat vandaag. Kijk bijvoorbeeld naar de pensioenen: het huidige systeem vertrekt nog te vaak van het idee dat iedereen een voltijdse, ononderbroken loopbaan heeft, terwijl vrouwen nog altijd vaker zorgtaken opnemen, deeltijds werken of hun carrière onderbreken. Daar hangt vandaag een grote prijs aan vast als je kijkt naar de pensioenberekening. Wat mij wel hoop geeft, is dat je vandaag opnieuw meer alertheid en engagement ziet ontstaan. Dat merkte je bijvoorbeeld tijdens de protesten tegen de pensioenhervormingen, waar veel vrouwen aanwezig waren die zeiden: ‘Ik kom normaal nooit op straat, maar nu voel ik dat ik moet reageren.’ Dat gevoel van: als we nu niets doen, dan raken we verworven rechten kwijt. Dat leeft opnieuw.”

Jullie verwijzen allebei naar de huidige maatschappelijke en politieke context. Zien jullie vandaag parallellen met het verleden, en waarom vinden jullie het belangrijk om mensen daar alert voor te houden?

Ann Vermorgen: “Het gevaar vandaag ziet er anders uit dan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat niet meer letterlijk over leven of dood, maar over een sluipend proces waarbij democratische rechten en sociale verworvenheden onder druk komen te staan. We leven in een democratie, maar dat betekent niet dat die vanzelfsprekend blijft. Ook organisaties die zich verzetten of opkomen voor rechten — zoals vakbonden — worden opnieuw meer geviseerd. Daarom moeten we onze democratie blijven koesteren en verdedigen. Het belangrijkste is dat we niet doen alsof er niets aan de hand is. Mensen bewust maken en alert houden blijft essentieel. Want voor je het weet, verschuift een samenleving stap voor stap. Veel mensen denken: ‘Bij ons zal dat wel niet gebeuren.’ Maar kijk naar wat er vandaag in de Verenigde Staten gebeurt. Wat daar enkele jaren geleden onmogelijk leek, is intussen realiteit geworden. Daarom vind ik het belangrijk dat vakbonden en middenveldorganisaties blijven sensibiliseren. En ik merk ook dat mensen het niet zomaar opgeven. Dat geeft hoop. Op werkvloeren zie je nog altijd mensen die hun nek uitsteken, ondanks de druk waarmee ze geconfronteerd worden. Onze militanten doen dat vrijwillig, gewoon omdat ze willen opkomen voor hun collega’s en hun rechten. Dat vraagt vandaag veel doorzettingsvermogen. Wat vaak vergeten wordt, is dat sociaal overleg in de meeste gevallen wél werkt. Werkgevers en werknemers vinden samen meestal oplossingen. Alleen komen conflicten sneller in het nieuws dan de vele akkoorden die dagelijks worden gesloten.”

plus

Ellen De Soete: “Je merkt inderdaad dat stakingen en sociaal verzet vaak heel negatief worden voorgesteld. In de media ligt de nadruk meestal op de hinder of de overlast, terwijl er veel minder aandacht gaat naar waarom mensen actievoeren of welke resultaten daardoor worden bereikt. Nochtans zijn het net vakbonden en sociale bewegingen die blijven opkomen voor rechten en sociale bescherming. Zij blijven druk zetten en verhinderen soms dat bepaalde hervormingen zomaar kunnen worden doorgedrukt. In het begin nemen veel mensen dat negatieve beeld over — ‘daar zijn ze weer’ — maar je voelt dat er stilaan meer besef groeit. Mensen beginnen te begrijpen dat die acties ook iets beschermen wat hen rechtstreeks raakt, zoals hun pensioen of sociale rechten. Dat bewustzijn groeit langzaam, maar het groeit wel. En dat is belangrijk, want het toont dat mensen opnieuw nadenken over solidariteit en collectieve rechten.”

Ann Vermorgen: “Voor ons gaat het uiteindelijk over de impact op gewone mensen. Daarom blijven we actie voeren, ook al is dat vandaag een werk van lange adem. Met deze regering merk je dat één betoging of één actie niet volstaat. Het vraagt volgehouden engagement. Wat vandaag vaak ontbreekt, is echt luisteren naar mensen. Er wordt veel gesproken óver mensen, maar te weinig mét mensen. Terwijl wij net dagelijks spreken met mensen die geconfronteerd worden met werkloosheid, ziekte, financiële druk of onzekerheid. Dat geeft een heel ander beeld van de realiteit dan politieke slogans of ideologische standpunten. Sociale vooruitgang is nooit vanzelf gekomen. Die ontstaat net door overleg, dialoog en het ernstig nemen van wat mensen meemaken. Natuurlijk zullen werkgevers, vakbonden en politici niet altijd akkoord zijn met elkaar, maar het begint wel met luisteren. Zodra je dat opgeeft en alleen nog vanuit ideologische overtuigingen vertrekt, vergroot de ongelijkheid alleen maar verder.”

https://8meicoalitie.be/

Deze versie van het interview met Ann Vermorgen en Ellen De Soete is een langere versie dan de versie zoals die gepubliceerd werd in het papieren magazine.

Plus d'articles sur

interview

Articles liés publiés précédemment