close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Retour au numéro actuel

ACTUEEL /

Akkoord meerjarenbegroting in een notendop

TEKST Maarten Gerard / Foto BalanceFormCreative / 17 december 2025 / leestijd 7 minuten

Op 24 november bereikte de federale regering een akkoord over een meerjarenbegroting (2026-2029). Daarin wordt een bijkomende budgettaire inspanning voorzien van 9,2 miljard euro om het tekort te beperken. Bovenop de 23 miljard aan besparingen en extra inkomsten die al voorzien waren weliswaar. In het akkoord zijn ook de nog openstaande maatregelen meegenomen uit het zomerakkoord, zijnde de pensioenhervorming, de arbeidsmarkthervorming, de meerwaardebelasting en de fiscale hervorming. De lijn van de maatregelen is niet veranderd. Werknemers komen er opnieuw bekaaid vanaf, al hebben we wel wat bijsturingen kunnen bekomen.

We geven in een notendop mee wat beslist is. Maar hou een slag om de arm, want ondanks alle mededelingen en commentaren is het nog wachten op officiële teksten.

Bijkomende besparingen

Een belangrijk deel van de budgettaire aanpassing (2 miljard euro) komt uit aanpassingen en correcties op de begroting bij de start van de regering. Meest in het oog springt het doorschuiven van 1 miljard euro voor de verlaging van de personenbelasting naar volgende legislatuur. Men verwacht nog meer te besparen via de maatregelen voor nieuwkomers door hen een leefloon te ontzeggen of een malus bij een gebrek aan integratie wat 270 miljoen euro extra in het laatje moet brengen.

Werkgevers komen er in de herziening opnieuw licht vanaf. Het bedrag van de niet-doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor onder meer ploegen- en nachtarbeid en overuren, een fiscale subsidie, wordt tot 2029 niet geïndexeerd. Dat is goed voor 148 miljoen euro. Verder vervalt de RSZ-korting voor de horeca en de RSZ-vermindering die werd voorzien voor initiatieven collectieve arbeidsduurvermindering. Die laatste was de enige met een reële meerwaarde voor werknemers en net die wordt afgeschaft.

Werknemers krijgen daarentegen een partiële indexsprong van lonen (op bedrag boven 4000 euro) en uitkeringen (op het bedrag boven 2000 euro) opgedrongen. Twee keer de komende jaren voor een totaal van telkens 2%, los van wanneer de index precies wordt doorgerekend. Bedrijven moeten de helft van hun ‘winst’ daarvan doorstorten naar de overheid. Meer details, en vooral veel vragen verder in dit nummer.

Op het budget dat nu naar langdurig zieken gaat wil de regering een besparing van maar liefst 1,9 miljard euro realiseren door de groei van het aantal langdurig zieken met 100.000 te laten dalen tegen 2029 in vergelijking met de huidige prognoses. De echte budgettaire maatregel daarvoor is de herevaluatie van personen in invaliditeit, die jaarlijks hun attest zullen moeten vernieuwen en de controle op het voorschrijfgedrag van artsen. Daarnaast komt er een resem aan maatregelen en pilootprojecten, onder meer rond de arbeidsparticipatietoeslag (partieel ziek gezet worden) en sectorale mobiliteitstrajecten.

Er komt ook een uitbreiding van de responsabilisering voor werkgevers. Ze zullen 30% uitkering niet alleen in de maanden 2 en 3, maar ook in de maanden 4 en 5 moeten bijdragen. Opgepast, de invoering van de responsabilisering in de maanden 2 en 3 gaat nog maar van start vanaf 2026. De uitzonderingen voor kmo’s (-50 werknemers) blijven. Bovendien wordt de volledige opbrengst via een nog te bepalen bijdragevermindering of premie terug aan de werkgevers bezorgd.

Veel besparingen liggen opnieuw bij de overheid en publieke diensten via onder meer een selectieve vervanging van personeel en bijkomende bijdragen op statutairen.

Daarbovenop wordt de groeinorm in de gezondheidszorg beperkt tot 2,5% in 2028 en 2029. Een maatregel die nog moet omgezet worden in concrete besparingsmaatregelen, waaronder ook een verhoging van het remgeld voor zo’n 125 miljoen euro.

En meer bijdragen

De btw wordt opgetrokken naar 12% voor hotelovernachtingen en campings en de toegang tot commerciële inrichtingen voor sport of vermaak. Ook het tarief voor meeneemmaaltijden wordt verhoogd. Het btw-tarief op pesticiden stijgt van 12 naar 21%. De accijnzen op aardgas, huisbrandolie, diesel en benzine stijgen. Elektriciteit wordt daarentegen goedkoper, maar niet in dezelfde grootteorde. Er komt een vliegtaks van 10 euro vanaf 2027, daar komt 0,50 euro per jaar bij in 2028 en 2029.

Voor de bijdragen van de sterkste schouders gaat het voor 900 miljoen euro echt over bijdragen, via onder meer de effectentaks die wordt verdubbeld (462 miljoen), een verhoging van de bijdragen op de dividenduitkering tegen managementvennootschappen (300 miljoen) en de bankentaks (150 miljoen).

De andere ‘rechtvaardige’ bijdragen worden niet echt door de sterkste schouders gedragen. Het gaat dan om een pakjestaks van 2 euro voor pakjes van buiten de EU en maatregelen tegen misbruik van sociale voordelen, zonder duidelijk kader wat hier bedoeld wordt. Andere maatregelen zijn de schrapping van het kostenforfait bij auteursrechten, tenzij voor prestaties met kunstwerkattest, en de aanpak van fiscale fraude via een nationaal fiscaal parket en de aanwerving van 377 inspecteurs. Die laatste twee maatregelen zouden maar liefst 650 miljoen euro moeten opleveren.

Uit wat voorligt blijkt dat werknemers nogmaals meer zullen moeten bijdragen vergeleken met de sterkste schouders. Vooral werkgevers komen, ondanks alle herhaalde analyses rond buitensporige subsidies, zeer goed weg. De haalbaarheid van bepaalde maatregelen zowel technisch – zoals bij de index – als naar omvang – zoals bij langdurig zieken – lijkt opnieuw twijfelachtig. Gelet daarop en op het feit dat de oefening het tekort ook niet drastisch terugdringt, zal er ook bij de volgende begrotingscontroles geld worden gezocht. Voor het ACV zijn er voldoende alternatieven voor deze maatregelen om wel tot een gezonde én rechtvaardige begroting te komen.

Losse eindjes zomerakkoord

Naast de begroting werden ook de zogenaamde losse eindjes van het zomerakkoord opgelost. Al bleef het ook daarna nog rafelen en lijkt op het moment van schrijven het allerlaatste detail nog niet geregeld. Hieronder de details voor zover bekend.

Nachtarbeid e-commerce: lichte bijsturing

De nachtarbeid in de e-commerce zou volgende paritaire comités omvatten: 100, 119, 125.03, 127, 140.03, 149.01, 149.04, 200, 201, 202, 202.01, 226, 311 en 312. Ondernemingen uit deze uitgebreide lijst van sectoren zouden wel effectief online verkoop van goederen aan consumenten en/of groothandel moeten doen om onder de nieuwe afbakening van de nacht te vallen, van 23 u. tot 6 u. Vandaag tellen de uren van 20 u. tot 6 u. voor de nachtpremies.

Bestaande werknemers zouden hun premies blijven ontvangen volgens de huidige cao-bepalingen. Nieuwe werknemers zullen enkel nog premies ontvangen voor het tijdvak van 23 u. tot 6 u. De hoogte van de premies is volgens de bestaande afspraken, met cao nr. 49 als minimum.

Wat de premies betreft is er dus vooruitgang in vergelijking met het aanvankelijke regeringsvoorstel, dat enkel premies voorzag van 24 u. tot 5 u. Het blijft uiteraard om een verslechtering gaan. Nachtarbeid wordt meer en meer beschouwd als ‘gewone arbeid’ waarvoor je geen cent extra wordt gegund. Nieuwe werknemers worden gediscrimineerd in vergelijking met hun collega’s die al aan de slag waren. Bovendien duikt er veel onzekerheid op voor andere bestaande premies tussen 20 u. en 23 u.

Arbeidsduur: oprekken aan beide kanten

De minimale arbeidsduur wordt (slechts) 1/10 van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, dus 3,8 uur per week of lager indien de voltijdse arbeidsduur minder dan 38 uur bedraagt. Dit betekent dus werkzekerheid voor een halve dag per week.

Tegelijk besliste de regering dat werknemers 360 vrijwillige overuren kunnen presteren, zonder inhaalrust. En dit buiten de ‘interne’ grens (grens van 143 uur waarna inhaalrust verplicht is). Waardoor een werknemer maar liefst 360 vrijwillige + 143 gewone overuren kan presteren vooraleer inhaalrust moet worden gegeven. Gesteld dat een werknemer 4 weken vakantie en 10 feestdagen neemt, mag deze de rest van het jaar 11 overuren per week presteren zonder 1 uur inhaalrust.

Hoewel we geen 0-urencontracten zullen kennen, komen we er met deze beslissing wel dichtbij. Gelet op de Belgische praktijk van avenanten aan de arbeidsovereenkomsten zijn oproepcontracten dus niet ver weg. Het hoge aantal overuren roept vragen op hoe de Europese arbeidsduurrichtlijn die maximaal 48 uren per periode van 4 maanden voorschrijft, gerespecteerd zal worden. Het antwoord ligt deels in het lichtpuntje van deze beslissingen, namelijk de veralgemeende verplichting tot arbeidstijdregistratie vanaf 1 januari 2027. Dat geeft een kans dat werknemers hun uren ook echt kunnen begrenzen en valoriseren. Al valt gelet op de werkgeversreactie nog te bezien hoe dit er in werkelijkheid zal uitzien.

Flexi-jobs

Zoals door de regering aangekondigd worden flexi-jobs opengesteld naar alle sectoren. Er zijn geen beperkingen naar arbeidsvolume. De definitie van het basisloon wordt strikter. Sectorale opt-outs zullen in 2026 nog wel mogelijk zijn per kwartaal.

Ondanks enkele ballonnetjes tijdens de onderhandelingen komt er dus geen verhoging van de bijdragen en worden geen andere beperkingen voorzien. De lekkende kraan van de sociale zekerheid wordt dus volledig opengedraaid.

Pensioenhervorming

De pensioenhervorming is in tweede lezing goedgekeurd, maar moet nu naar de Raad van State en zal dan een derde lezing krijgen. Hier hebben we enkele belangrijke aanpassingen bekomen.

Een grote aanpassing is het behoud van 104 dagen voor het eerste loopbaanjaar. Vanaf 2027 geldt dat je voor de andere loopbaanjaren minimaal 156 dagen moet hebben gewerkt of gelijkgestelde periodes hebt gehad. Aanvankelijk was voorzien dat je ook het eerste loopbaanjaar 156 dagen op je teller moest hebben, maar dat is dus teruggeschroefd. Een tweede eis die werd ingewilligd – een syndicale overwinning dus – is de volledige gelijkstelling van ziekte als gewerkte periode voor de toepassing van de malus.

 

-//-

Verder blijven de principes van de hervorming overeind. De pensioenmalus blijft behouden, het percentage dat je inschiet op je pensioen is afhankelijk van je geboortejaar en kan oplopen tot 5%.

_

 

Maar verder blijven de principes van de hervorming overeind. De pensioenmalus blijft behouden, het percentage dat je inschiet op je pensioen is afhankelijk van je geboortejaar en kan oplopen tot 5%. Voor de gebroken loopbanen wordt een zeer kleine pot van 5 dagen voorzien voor wie niet aan de 156 dagen per jaar komt. Over een hele loopbaan is dit uitermate beperkt.

Het akkoord landingsbanen, met een gelijkstelling aan het normaal fictief loon voor wie werkt tot de pensioenleeftijd, wordt gehonoreerd. Het beperkingspercentage (CAP) wordt ook niet toegepast op het minimumloon.

De pensioenmaatregelen kunnen niet van start gaan vanaf 1 januari 2026, zoals de regering aanvankelijk voorzag. De pensioenmalus – een vermindering op je pensioen als je vervroegd met pensioen gaat zonder aan specifieke loopbaanvoorwaarden te voldoen, namelijk 35 jaar met 156 gewerkte dagen én 7.020 dagen totaal over de loopbaan – wordt pas ingevoerd vanaf 2027.

Voor de openbare sector en het onderwijs werden een reeks beperkte aanpassingen voorzien, maar die draaien het principe niet terug dat jonge leerkrachten en jonge personeelsleden in de publieke sector aanzienlijk minder pensioen zullen krijgen dan hun collega’s die vandaag met pensioen gaan.

Articles liés publiés précédemment