close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Retour au numéro actuel

DOSSIER ANALYSE REGEERAKKOORD /

Analyse andere beleidsdomeinen

cactus.jpg

Armoedebestrijding: wantrouwen naar mensen in sociale bijstand

Armoede is in de eerste plaats verdacht. De focus blijft voornamelijk op werk liggen, niet op de problematieken waarom mensen zich in armoede bevinden, al zijn er daar wel een aantal positieve elementen.

Een greep uit de maatregelen die de bijstand willen hervormen en beperken:

  • Het geheel aan sociale bijstand en sociale voordelen wordt geplafonneerd.
  • Sociale voordelen worden gekoppeld aan het inkomen en het statuut en beperkt in de totale omvang per gezin.
  • Er wordt een centraal register opgemaakt met alle sociale bijstand en voordelen.
  • Financiële steun kan omgezet worden in ‘alternatieve vormen’. Er komen richtlijnen wanneer dit aangewezen is.

Positievere elementen

  • Het herwerken van de systemen voor de cumul tussen werken-uitkering, al zijn er daar nog veel vragen en valkuilen:
    • Wijziging cumulregeling voor inkomsten uit arbeid voor personen met een handicap gerechtigd op een IVT (inkomensvervangende tegemoetkoming).
    • Socio-professionele vrijstelling (SPI) leefloners via een getrapt systeem invoeren en zo (mogelijk) voltijds werken aantrekkelijk maken, maar met vrijstelling verkort tot 2 jaar.
  • Aanpak van schuldproblematiek is meer uitgewerkt.

Uit het regeerakkoord blijkt een sterk wantrouwen naar mensen in sociale bijstand. Het risico dreigt dat ze de nodige hulp niet krijgen door spookverhalen van cumuls die in de realiteit niet of amper voorkomen. Wel positief is de herwerking van de cumulregeling uitkeringen-werk, maar er blijven valkuilen en de inkomensgarantie-uitkering (IGU) komt nergens in beeld. Het regeerakkoord bevat wel enkele goede stappen rond het inperken van de schuldproblematiek.

Industrieel beleid: zeer bedrijfsgericht

In het luik economie en internationaal beleid zijn er passages gewijd aan het versterken van het industrieel beleid. Dat is zeer bedrijfsgericht, met weinig voor werknemers. De focus op geen goldplating en administratieve vereenvoudiging kunnen zelfs negatief uitdraaien.

  • Men wil evolueren naar een open strategische autonomie, samen met de gewesten, dus het beter beschermen van strategische sectoren.
  • Naast het huidige werk van de Nationale Raad voor de Productiviteit (NRP) de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) wil men nu ook de FOD economie productiviteit en competitiviteit laten opvolgen.
  • Belastingvoordelen voor O&O (Onderzoek en Ontwikkeling) blijven bestaan, en worden bijkomend meer gericht op kmo’s.
  • Ondersteuning van circulaire economie.
  • Strikte omzetting van EU-richtlijnen en geen ‘gold-plating’.
  • Inzetten op administratieve vereenvoudiging.
  • Ondersteunen van wijziging regelgeving overheidsopdrachten nationaal en EU-kader: meer aandacht voor kmo’s, voor korte keten en voor eerdere ervaringen en prestaties van de leveranciers/dienstverleners.
  • Veel focus op administratieve vereenvoudiging.
  • Samen met gewesten meer inzetten op infrastructuur nodig voor transitie
    • (ander luik): streven naar 3% investeringsnorm op elk niveau.
    • Bundeling federale participaties in SFPIM. Terughoudend inzetten van participaties.
    • Meer samenwerken met regionale investeringsmaatschappijen en indien nodig federaal ook bijspringen voor inzetten investeringen voor herindustrialisatie

Het vooropgestelde industrieel beleid bevat een reeks van punten in overeenstemming met de ACV-prioriteiten, maar met als grote lacunes de betrokkenheid van werknemers versterken, meer aandacht voor sociale duurzaamheid en arbeidsvoorwaarden en beter en meer inzetten op opleiding.

Energie: stop-go-beleid

Maatregelen rond energie komen terug in verschillende onderdelen. Belangrijkste focus lijkt het verlaten van de kernuitstap en het verlagen van energiekosten voor ondernemingen. Voor gebruikers zit het addertje in het hervormde sociaal energietarief.

  • De kernuitstap wordt verlaten met verlengingen van centrales voor 10 jaar en investeringen in nieuwe formules.
  • Verlaging energiekost voor bedrijven
    • Verlaging accijnstarief op elektriciteit voor onze ondernemingen naar het Europese minimum.
    • Verlaging transmissienettarieven voor de elektriciteit-intensieve industrie tot op niveau van onze buurlanden.
  • Sociaal energietarief en verwarmingsfonds worden hervormd. Transparantere, inkomengebaseerde, vermogensgebaseerde en technologieneutrale forfaitaire tussenkomst.
  • ETS-middelen zijn te verdelen onder de gewesten, maar de inzet mag uitsluitend dienen om de inspanningen voor klimaatverandering van burgers en bedrijven te compenseren.

Het verlaten van de kernuitstap is weer een stop-go-beleid. De klimaatneutraliteit van kernenergie zet zich tegenover de mogelijkheid tot het verder ontwikkelen van hernieuwbare energie. Maar gelet op de afspraken gemaakt met eigenaar ENGIE is de uitkomst erg onzeker en mogelijk zeer kostelijk. Dan zou de belastingbetaler de verlaging van de facturen voor ondernemingen nog eens dubbel kunnen betalen. Voor consumenten is de hervorming van het sociaal energietarief (forfaitair in plaats van verbruikersgerelateerd) een verlies van bescherming.

Mobiliteit – NMBS: rendabiliteit voorop

Het federale mobiliteitsluik focust sterk op de NMBS. Veel elementen zijn dubbelzinnig of spreken elkaar tegen. Het valt te bekijken hoe de voorziene besparingen te rijmen vallen met de ambities, gezien men vooral de hoofassen wil versterken en er evenzeer geen beleid rond bedrijfswagens wordt gevoerd.

  • De NMBS moet meer vraaggestuurd werken, met meer versterking diensten op basis van hoge passagiersaantallen, wat dan ten koste zou gaan van kleinere stations
  • Een uniform tarief is niet vermeld, maar wel het uitbreiden van combi-tickets of abonnementen in overleg met regio’s.
  • Er moet meer financiële transparantie komen per treinlijn
  • Meer fiets- en combi-parkings.
  • Meer mogelijkheid voor fietsen op de trein.
  • Behoud van tarifering voor sociale correcties, maar rationalisering van de tarieven ‘aangepast aan moderne samenleving.’
  • Onderzoek naar afstemming aanbod, naar Zwitsers voorbeeld, in samenwerking met de regio’s.

De focus ligt niet op breder aanbod voor alle burgers, maar enkel op rendabiliteit. Waarbij duidelijk de optie doorschemert tot privatisering van bepaalde lijnen of regionalisering via het Zwitsers model. Het risico is reëel dat het resultaat meer auto’s en minder performant openbaar vervoer zal zijn.

Klimaat: woorden, weinig daden

In het regeerakkoord staat dat de klimaatdoelstellingen worden bevestigd en dat hiervoor een plan moet uitgewerkt worden interfederaal. Maar tegelijk wordt het Nationaal Klimaatplan in vraag gesteld “in het licht van concurrentie, economie en koopkracht”.

De meest concrete maatregelen zijn fiscaal:

  • Ondersteuning van bedrijven door verhoogde aftrek van 40% voor groene investeringen (energie, mobiliteit, milieu).
  • Er komt een circulaire (fiscale afspraak) rond de forfaitaire aftrek van bedrijfsfietsen met gemengd gebruik.
  • Btw op warmtepompen gaat naar 6% voor 5 jaar, voor verbrandingsketels naar 21%.
  • Uitbreiding van de verlaagde btw op sloop en heropbouw (6%) naar leveringen beperkt tot een oppervlakte van 175 m².
  • Onderzoek social lease van elektrische voertuigen voor werknemers onder een bepaalde drempel.
  • Onderzoek fiscale aftrekbaarheid carpooling.
  • Indien alternatieven, uitfasering fossiele bestelwagens.
  • Er komt ook een hervorming van het mobiliteitsbudget naar een ‘budget voor iedereen’. Maar de afstemming met de regels in cao nr. 19 en cao nr. 164 is zeer onduidelijk.

Consumentenzaken: klant meer koning?

Er is duidelijk door sommige partijen meer gewicht gegeven aan consumentenzaken, met enkele positieve gevolgen, althans in het akkoord:

  • Energieleveranciers worden verplicht om aan consumenten die een variabel energiecontract hebben, een voorstel tot neerwaartse aanpassing van de voorschotten te doen als er een substantiële daling is van de toepasselijke energieprijs.
  • Er komt een kader voor meer transparantere energiefacturen.
  • Telecomaanbieders moeten vaste klanten verplicht het goedkoopste telecomtarief aanbieden op basis van hun verbruik.

Zorg: verder bouwen op huidig beleid

Op het vlak van zorg zien we dat de voormalige, tevens huidige minister van Sociale Zaken sterk op het verderzetten en uitbreiden van een aantal maatregelen heeft gehamerd. Er wordt nog steeds bespaard, maar beduidend minder dan in andere takken van de sociale zekerheid. Globaal valt dit luik positief uit met meer aandacht voor de betaalbaarheid van de zorg, maar op het vlak van hervormingen zijn er voor het zorgpersoneel wel aandachtspunten.

  • De groeinorm als principe blijft behouden rond 2,5%.
    • Maar tegelijk worden besparingen voorzien via hervormingen en lager dan de reële groei gezondheidszorg in 2025-2029 (3,2%).
  • Uitbreiding maximumfactuur en derdebetalersregeling.
  • Focus op geestelijke gezondheidszorg, onder andere volledige terugbetaling voor kinderen en jongeren tot 23 jaar van eerstelijnspsychologische zorg.
  • Versterking status en rechten mantelzorgers.
  • Werken met prioritaire gezondheidszorgdoelstellingen + betaalbaarheid en toegankelijkheid wordt als uitgangspunt bevestigd.
  • Hervorming ziekenhuisfinanciering.
    • Inspraak vakbonden in hervorming nog niet verworven.
    • Fusies, samenwerking en ‘ruimte om te ondernemen’: waakzaamheid voor risico’s commercialisering, zorg met twee snelheden, rechten en statuut personeel.
  • Zorgpersoneel
    • Engagement tot het onderhandelen in tripartite van een sociaal akkoord >> maar nog geen timing en budget!
    • Hervorming zorgberoepen:
      • overleg met sociale partners moet beter
      • meer samenwerking zorgverleners (kerntaken)
      • meer flexibele grenzen en delegatie tussen beroepen: gevolgen voor loon (overheid moet kost dragen) en aansprakelijkheid
    • Positief: minder administratieve taken, optreden tegen agressie, vergoeding stage in laatste jaar
  • Aandachtspunt is het beheer van de gezondheidszorg met het viseren van de rol van middenveld in het RIZIV en het primaat van de politiek versterken.

Asiel en migratie: kind van de rekening

In trieste lijn met veel Europese landen worden nieuwkomers met veel wantrouwen behandeld en veel strenger beoordeeld. Vluchtelingen en asielzoekers zullen op minder rechten en minder bijstand kunnen rekenen, en worden onderworpen aan strengere procedures. Het valt maar te bekijken of dit enig effect zal hebben op de instroom, want het risico is vooral een groei van het aantal mensen zonder papieren, zonder enige bescherming, met effecten doorheen de samenleving zoals illegale tewerkstelling, uitbuiting en net meer sociale spanningen. De uitvoerbaarheid en wettelijkheid van alle matregelen zijn allesbehalve duidelijk.

  • Strenger terugkeerbeleid met onder andere woonstbetredingen.
  • Striktere procedures, inperking beroepsopties.
    • Geen kinderen in gesloten centra.
  • Schrapping spreidingsplan asielzoekers.
  • Inperken van statuut van vluchteling en meer gebruik subsidiair beschermden met minder voordelen.
  • Strengere inkomensvoorwaarden gezinshereniging.
  • Algemeen inperken financiële steun
    • Enkel materiële bijstand kan worden toegekend aan asielzoekers.
    • Toekomstige nieuwkomers moeten voortaan 5 jaar wachten voordat ze recht hebben op sociale bijstand (met uitzondering medische redenen).
    • Erkende vluchtelingen die recht hebben op een leefloon moeten een versterkt integratietraject volgen, anders wordt bijstand verminderd.
    • Subsidiaire beschermden kunnen verlaagde sociale hulp aanvullen met bonussen op basis van hun integratie-inspanningen (inburgerings- en taalcursus, het actief zoeken naar een job en het volgen van een opleiding).
    • EU-burgers en hun gezinsleden krijgen geen sociale bijstand gedurende de eerste 5 jaar.
  • Meer inzet op arbeidsmigratie.

Bestuurszaken: afbouw van openbaar ambt

De openbare diensten komen sterk in het vizier, zowel via rechtstreekse besparingen, als via de aanval op het statuut van het personeel zelf.

  • Er komt opnieuw een kerntakendebat.
  • Inzetten van ‘spending reviews’.
  • Doorvoeren van fusies van overheidsdiensten (FOD’s).
  • Werken met bestuursovereenkomsten van 5 jaar, te starten 1 jaar na aantreden regering.
  • Maximale afbouw van externe consultancy.
  • Uitbouw subsidiekader voor facultatieve subsidies en een subsidieregister, aanzet naar interfederaal subsidieregister.
  • Garantie van niet-digitale oplossing voor digitaal zwakke burgers.
  • Personeel:
    • Aanwerving contractuelen wordt de norm federaal, uitzondering gezagsfuncties maar respect voor verworven rechten.
    • Specifiek beroep mogelijk bij ontslag contractueel ambtenaar.
    • Uitwerken van nieuw sociaal akkoord tegen 1 januari 2026.
    • Harmonisering van arbeidsvoorwaarden tussen contractuelen en statutairen, conform arbeidsovereenkomst private sector.
    • Actualisatie kader voor het sociaal overleg binnen een overheidscontext.

Internationale solidariteit en ontwikkelingssamenwerking

Bevestiging van fundamentele principes, maar budgettaire garanties ontbreken

    De Arizona-coalitie bevestigt te geloven in internationale solidariteit en dat ontwikkelingssamenwerking een beleid is van ‘partnerschappen voor duurzame ontwikkeling’. Maar deze mooie principes worden niet omgezet in budgettaire keuzes. Er wordt 25% bespaard op ontwikkelingssamenwerking. Het internationaal doel van 0,7% voor ontwikkelingssamenwerking wordt losgelaten. Ngo’s worden ook getroffen door de verlaging van de fiscale aftrek voor giften van 45% naar 30%.

    instrumentalisering van ontwikkelingssamenwerking

      Het regeerakkoord stelt dat we zowel op Belgisch als op Europees vlak met onze diplomatie, handelsbetrekkingen en ontwikkelingssamenwerking onze belangen nastreven. Er wordt uitdrukkelijk verwezen naar onze geostrategische belangen als kompas voor ons buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Ontwikkelingssamenwerkingsbeleid moet ons beleid voor aanvoer van energie en de belangen van de industrie dienen, zegt de regering. Ze wil ontwikkelingssamenwerking ook koppelen aan een terugkeer van migranten naar hun land van herkomst.

      Voorrang aan private sector in ontwikkelingssamenwerking

        Het regeerakkoord positioneert de private sector als een belangrijke actor in ontwikkelingssamenwerking. Publieke middelen worden ingezet waar de private sector niet gaat of het risico niet wil dragen. Er is een reëel risico dat deze vorm van ontwikkelingssamenwerking vooral onze eigen bedrijven ten goede komt, én niet wordt ingezet voor partnerschap voor duurzame ontwikkeling.

          Articles liés publiés précédemment