WELZIJN OP HET WERK /
Betere bescherming tegen asbest op het werk
TEKST Anaëlle Akwesi Mokuba / FOTO Shutterstock AI / 11 FEBRUARI 2026 / LEESTIJD 4 MINUTEN
Op 30 december 2025 verscheen het nieuwe koninklijk besluit over asbest op de werkplek in het Belgisch Staatsblad. Dit besluit zet de Europese richtlijn 2023/2668 om in Belgische regelgeving en verscherpt de bescherming van werknemers tegen blootstelling aan asbest aanzienlijk.
De kern van het nieuwe KB is dat het de blootstelling aan asbest maximaal wil terugdringen. De grenswaarde is sinds 22 december 2025 verlaagd van 0,1 naar 0,01 vezel/cm³ en daalt verder naar 0,002 vezel/cm³ in 2029. Dat zijn bijzonder lage drempels, die enkel met nauwkeurige metingen gecontroleerd kunnen worden. Vanaf 21 december 2027 wordt dan ook volledig overgestapt op elektronenmicroscopie (SEM), een veel gevoeligere techniek dan de vroegere optische microscopie. Deze twee veranderingen – strengere grenswaarden en nauwkeurigere metingen – vormen de ruggengraat van de vernieuwing, maar ze maken de toepassing op de werkvloer ook intenser en veeleisender.
Asbestinventaris
Een van de grootste obstakels is dat veel ondernemingen nog steeds niet in orde zijn met hun asbestinventaris. De inventarissen zijn vaak onvolledig, verouderd of opgesteld zonder voldoende expertise. Dat is een groot probleem, want de inventaris vormt de basis van elke risicoanalyse en bepaalt welke maatregelen mogelijk en verplicht zijn, van persoonlijke beschermingsmiddelen (FFP3-masker, overall, …) tot specifieke werkmethoden. Het nieuwe KB voert striktere kwaliteitsvereisten in voor wie inventarissen opstelt, maar zolang werkgevers hun dossiers niet bijwerken blijven werknemers blootgesteld aan onbenoemde risico’s. Grijp de invoering van de nieuwe regelgeving aan om je werkgever onder druk te zetten om de asbestinventaris in orde te brengen. Zonder correcte inventaris kan geen enkele andere verplichting degelijk worden uitgevoerd.
Eenvoudige handelingen
Eén van de meest relevante onderdelen van de nieuwe regelgeving is die over de ‘eenvoudige handelingen’, belangrijk voor werknemers in de bouw, onderhoud, logistiek en technische diensten. Eenvoudige handelingen zijn werkzaamheden waarbij het risico op vezelvrijstelling beperkt is, bijvoorbeeld kleine herstellingen of het wegnemen van beperkte hoeveelheden hechtgebonden asbest. Het is een misverstand dat deze handelingen ‘veilig genoeg’ zijn: de risico’s zijn beperkt, maar helemaal risicoloos zijn ze niet. Precies daarom legt het KB strikte voorwaarden op. Voor deze handelingen is je onderneming niet verplicht om een erkende asbestverwijderaar in te schakelen, maar elke werknemer die eraan meewerkt moet wel een specifieke opleiding volgen, die jaarlijks moet worden herhaald. Opgelet, om kosten te besparen of erkenningsprocedures te vermijden durven werkgevers soms werkzaamheden als ‘eenvoudige handelingen’ te bestempelen, terwijl ze dat niet zijn en een hoger risico inhouden. Zie erop toe dat de juiste inschatting wordt gemaakt en dat alle werknemers de verplichte opleiding krijgen. De Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk dringt sterk aan op kwaliteitsvolle opleidingen en vaardigheidsattesten, zodat niet alleen aanwezigheid maar ook daadwerkelijke kennis en vaardigheid gegarandeerd zijn.
Zie erop toe dat de nieuwe wetgeving geen dode letter blijft
De regelgeving wordt strenger, maar zonder actieve opvolging op de werkvloer dreigt ze dode letter te blijven. Veel ondernemingen zijn nog helemaal niet klaar voor deze verandering: hun inventarissen kloppen niet, de opleidingen zijn onvoldoende en saneringsplannen ontbreken. Als werknemersafgevaardigde heb je daarom een sleutelrol: dring aan op actuele inventarissen, waak over een correcte classificatie van de ‘eenvoudige handelingen’, controleer de opleidingen, volg de meldingsplicht op en dring aan op een structurele asbestverwijdering waar dat kan. Het nieuwe KB is een stevige stap vooruit voor de bescherming van werknemers tegen de blootstelling aan asbest. Maar die bescherming komt er niet vanzelf: ze moet worden afgedwongen, bewaakt en opgevolgd.
Verwijdering asbest geniet voorkeur
Naast inventarisatie en opleiding legt het KB de nadruk op verwijdering van asbest als prioritaire strategie. Waar in het verleden soms werd gekozen voor ‘beheersmaatregelen’ of monitoring, legt de vernieuwde regelgeving expliciet vast dat verwijdering de voorkeur moet krijgen wanneer dat technisch mogelijk is. Dat betekent dat werkgevers sneller tot sanering moeten overgaan, en dat je er met de werknemersafvaardiging op moet toezien dat deze beslissingen op tijd, transparant en volgens de regels gebeuren.
Strengere meldingsprocedure asbestwerken
Daarbovenop wordt de meldingsprocedure voor asbestwerken strenger: alle werkzaamheden moeten voortaan via een online meldingsplatform worden aangegeven. Dit zorgt voor meer transparantie en een betere controle door de inspectiediensten. Als asbestwerken niet of verkeerd gemeld worden is dat een alarmsignaal voor mogelijk onveilige situaties. Zie hierop toe als werknemersafgevaardigde.
Meer richtlijnen gezondheidstoezicht
Tot slot worden de richtlijnen voor gezondheidstoezicht uitgebreid, met meer aandacht voor bijkomende asbestgerelateerde aandoeningen. Ook dit versterkt de bescherming van werknemers. Zie erop toe dat er een goede opvolging is door de arbeidsarts en dat alle collega’s weten waarop ze recht hebben.
ACVBIE vraagt Asbestforum
“Er is nu wel een aangescherpte federale wetgeving rond de blootstelling aan asbest, wat we toejuichen. Maar de bevoegdheden blijven versnipperd over verschillende niveaus: federaal, regionaal en lokaal. Dat maakt een goede bescherming tegen asbest complex. Er is dringend nood aan coördinatie en afstemming tussen de verschillende regelgevingen en acties.” Dat stelde het ACV aan de orde in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, zegt Dirk Coninckx van ACV bouw – industrie & energie. “Daarom dringen we sterk aan op de oprichting van een Asbestforum, waarin alle betrokken partijen samenkomen, zowel bij de uitwerking van de regelgeving als bij de uitvoering ervan. We mogen de veiligheid van werknemers en de impact op het milieu niet laten versnipperen. Er is nood aan een coherente aanpak die voor iedereen realistisch en transparant is.”