close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Retour au numéro actuel

DE STELLING /

Dat vrouwen vaker langdurig ziek zijn is biologisch te verklaren

TEKST Patrick Van Looveren & Maarten Hermans / FOTO BearFotos / 15 OKTOBER 2025 / LEESTIJD 5 MINUTEN

Vandaag zijn in België 526.000 mensen langdurig ziek en dus arbeidsongeschikt. Dat aantal is de voorbije 10 jaar sterk toegenomen. In zijn wekelijkse column in het Laatste Nieuws geeft professor arbeidseconomie Stijn Baert aan hoe dat volgens hem komt.
“De grotere deelname van vrouwen aan onze arbeidsmarkt in de voorbije decennia is natuurlijk een belangrijke verklaring. Zowel de kans op bijvoorbeeld depressie of burn-out als de ernst en duurtijd van pakweg rugklachten ligt vaak hoger bij vrouwen. De verklaring is dus grotendeels biologisch.”

bieke.jpg

“Het gaat om een samenspel van factoren. Biologie heeft er weinig mee te maken.”

Bieke Purnelle,

directeur van Rosa, kenniscentrum voor gender en feminisme

“Het aantal langdurig zieke vrouwen verdrievoudigde de voorbije twintig jaar. Ook bij mannen steeg de arbeidsongeschiktheid, maar veel minder sterk. Dat heeft echter weinig te maken met biologie, wel met een samenspel van factoren.”, zegt Bieke Purnelle.

Zo zijn rugklachten meestal gerelateerd aan overbelasting, niet aan geslacht. Wie patiënten moet tillen of hele dagen schoonmaakt, zal sneller met rugklachten te kampen hebben dan wie dat niet hoeft te doen. De sectoren waarin vrouwelijke werknemers het vaakst langdurig ziek worden, zijn net die waar flexibiliteit, autonomie en verloning laag zijn. Wie in de dienstensector of de zorg werkt, is dus vatbaarder. Ongeveer 70 procent van de werknemers in die sectoren zijn vrouwen. Bovendien zijn sectoren waar veel vrouwen aan de slag zijn vaak sectoren waar deeltijds werk de norm is en voltijdse contracten eenvoudigweg een onbereikbaar ideaal blijven, met economische onzekerheid en precariteit als gevolg, wat het mentale en fysieke welzijn niet meteen bevordert. Daarnaast raken vrouwen uitgeput door de combinatie van werk en zorgtaken. Vrouwen besteden gemiddeld veel meer tijd dan mannen aan huishoudelijke taken en zorg voor kinderen of familie en houden dus minder vrije tijd en rust over. De belangrijkste risicofactoren voor burn-out zijn dus niet biologisch, maar hebben te maken met de specifieke werkcontext en de maatschappelijke realiteit waarin van vrouwen verwacht wordt dat ze naast hun betaalde baan het leeuwendeel van de onbetaalde zorgarbeid op zich nemen.

En als we het dan toch over biologie moeten hebben: welja, er is ook een biologische factor. Vrouwen menstrueren en worden zwanger. Beide factoren hebben impact op hun functioneren. Maar vooral: meer dan 40 procent van de werkende vrouwen is ouder dan 45 en dus in de perimenopauze, een levensfase die helaas voor velen gepaard gaat met fysieke en mentale klachten waar te weinig kennis over bestaat, te weinig begrip voor wordt getoond en niet zo gek veel remedies voor bestaan.”

sarah.jpg

“Je hebt geen moment om op adem te komen”

Sarah Rigo, begeleider wonen en leven in woonzorcentrum

Een sector met veel zieken is die van de woonzorgcentra. “We hebben een groot ziekteverzuim. Het loopt de spuigaten uit. Dat zet extra druk op de werknemers die wel aan de slag blijven en de afwezigheden moeten opvangen”, zegt Sarah Rigo. Sarah is begeleider wonen en leven (animator) en zorgkundige op een afdeling met bewoners met dementie in het woonzorgcentrum Heilig-Hart in Sint-Niklaas. Dat maakt deel uit van de vzw Woonzorg Samen Ouder. Ze is er ook hoofddelegee voor ACV Puls.

Door de afwezigheden zijn we momenteel met zes zorgkundigen en/of verpleegkundigen minder dan voorzien om iedereen te wassen, naar het toilet te begeleiden, medicatie te geven, eten te geven. Met de begeleiders wonen en leven en de ergotherapeuten springen we regelmatig in omdat het anders niet werkbaar is. De directie/leidinggevende zegt – terecht – dat ‘de mensen ook moeten kunnen genieten’ en verwacht dat de animatieactiviteiten zoals gepland plaatsvinden. Maar als begeleider denk je dan ‘ze moeten wel in de eerste plaats gewassen worden’. Je hebt geen moment om op adem te komen.

Als ik thuiskom na een shift ben ik kapot. Dan moet ik eerst even gaan liggen. In 2018 kreeg ik de diagnose leukemie. Ik ben genezen verklaard, maar ben wel nog snel moe. Ik ben progressief terug aan de slag gegaan. Eerst 20 uur in de week, nu 28 uur. Progressief werken in een woonzorgcentrum betekent minder uren doen. Aangepast werk is moeilijk. Tillen hoort er nu eenmaal bij. Er is weinig begrip bij de collega’s als iemand van de dokter alleen maar weinig belastend werk mag doen. ‘Allemaal goed en wel, maar ik wil niet alleen moeten sleuren’ hoor je dan. We hebben enkele heel langdurig zieken. Vaak omwille van fysieke klachten. Hun rug is kapot. Vroeger waren er nog geen tilliften. Die zijn er nu wel. Maar omdat er te weinig tijd is, worden die niet altijd gebruikt. Je hoort jobstudenten – toch in de fleur van hun leven – al zeggen ‘dat ga ik hier niet lang volhouden’.

Ik doe mijn job heel graag, maar het is niet alleen fysiek, maar ook psychisch zwaar. Je pakt veel mee naar huis. Je moet kunnen ventileren over je job, de stress van je af kunnen praten. Je hebt nood aan een begripvolle partner. We hebben ook mensen die met een depressie of een burn-out thuiszitten. Vaak is dat een combinatie van hun situatie privé en op het werk. Mensen zien geen uitweg meer en laten zich ziek schrijven. Vrouwen doen ook veel meer huishoudelijke taken dan mannen. En als een kindje ziek is, wordt bijna altijd naar de vrouw gekeken om de opvang te regelen. Een collega blijft nu een maand thuis, omdat haar kindje een gebroken been heeft. De school wil niet voor de opvang instaan en andere opvangmogelijkheden heeft ze niet, dus moet ze het zelf doen. Heel wat collega’s werken sowieso al deeltijds voor de opvang van hun kleine kinderen. Het is moeilijk opvang vinden in de regio Sint-Niklaas.

Om afwezigheden op te vangen doet onze directie vaak een beroep op zelfstandige zorg- en verpleegkundigen via Zorg met Zorg. Een aantal collega’s klust zelf in andere woonzorgcentra bij, omdat ze anders niet rondkomen. Maar ze raken dan overwerkt en vallen op hun beurt uit.”

plus

En jij

Wat is jouw reactie op de stelling van Stijn Baert?
Laat het ons weten op vakbeweging@acv-csc.be

Plus d'articles sur

de stelling ziekte

Articles liés publiés précédemment