ACTUEEL /
De centenindex uitgelegd
TEKST François Sana / FOTO lush / 17 JUNI 2026 / LEESTIJD 2 MINUTEN
De centenindex is een maatregel van de regering. De maatregel maakt deel uit van de programmawet die de Kamer op 29 mei goedkeurde. De centenindex voorziet in een dubbele, gedeeltelijke vermindering van de automatische indexering in 2026 en 2028.
Hoe wordt de centenindex berekend?
De brutolonen tot 4.000 euro worden geïndexeerd. De uitkeringen tot 2.000 euro eveneens. Echter het deel boven de 4.000 euro voor de brutolonen en het deel boven de 2.000 euro voor de uitkeringen wordt niet langer meer geïndexeerd. Door deze maatregel verliezen werknemers en uitkeringsgerechtigden onmiddellijk koopkracht. Maar de centenindex heeft ook negatieve gevolgen op de lange termijn, omdat de vermindering doorwerkt op toekomstige barema’s en verhogingen. Goed om weten: onder ‘loon’ wordt het bruto maandloon verstaan en premies en andere extralegale voordelen worden niet meegenomen in de berekening.
Als de inflatie meer dan 2% bedraagt, geldt er een andere berekening. In dat geval baseert men zich op het inflatiepercentage en wordt er 2% afgetrokken om de indexering te berekenen.
Wat is je loonverlies bij een jaarlijkse indexering – een voorbeeld
Een werknemer verdient 5.000 euro bruto per maand. Eén keer per jaar vindt een indexering plaats in januari en de inflatie bedraagt in 2026 2%. De werknemer krijgt dan door de centenindex in januari 2027 de volgende indexering: (4.000 + (4.000 X 2%)) + (1000 + (1000 X 0%)) = 4.080 + 1000 = 5.080 euro. Met het oude systeem, zonder de centenindex, zou de werknemer in januari 2027 5.100 euro ontvangen: (5.000 + (5000 X 2%)).
Bij een inflatie van 4% in 2026 krijgt diezelfde werknemer via de centenindex in januari 2027 de volgende indexering: (4.000 + (4.000 X 4%)) + (1000 + (1000 X 2%)) = 4.160 + 1.020 = 5.180 euro. Met het oude systeem zou de werknemer in januari 2027 5.200 euro ontvangen: (5.000 + (5.000 X 4%)).
Wat is je loonverlies bij een maandelijkse indexering – een voorbeeld
Voor een werknemer uit een sector met een maandelijkse indexering ligt de maandelijkse inflatie structureel ruim onder de 2% (vaak rond de 0,1% tot 0,4% per maand). In dat geval voorzien de regels uit de programmawet over de centenindex in een cumulatieve overdracht: de centenindex geldt totdat de drempel van 2% indexering is bereikt.
Concreet: voor het loongedeelte tot 4.000 euro bruto: de maandelijkse indexering wordt iedere maand normaal en volledig toegepast; en voor het loongedeelte boven 4.000 euro bruto: dit deel van het loon wordt niet geïndexeerd zolang de som van maandelijkse indexeringen minder dan 2% is.
Voorbeeld
Stel: een werknemer verdient 5.000 euro bruto per maand en werkt in een sector met een maandelijkse indexering.
Maand 1: indexering van 1%
• Op de eerste 4.000 euro wordt de indexering van 1% toegepast. Dat betekent een stijging van 40 euro.
• De resterende 1000 euro wordt op dat moment niet geïndexeerd.
• Het nieuwe brutoloon bedraagt dus 5.040 euro.
Maand 2: indexering van 1,5%
• De sectorale indexering komt daarmee in totaal op 2,5% (1% + 1,5%). De grens van 2% is dus overschreden.
• Om aan die eerste 2% te komen, wordt op de eerste 4.000 euro nog 1% indexering toegepast. Deze 1% wordt nog steeds niet toegepast op het deel boven 4.000 euro. Dat geeft opnieuw een stijging van 40 euro.
• Het gedeelte van de inflatie boven die 2% — in dit geval 0,5% — wordt daarna toegepast op het volledige loon, + 25,20 euro.
• Het totale brutoloon bedraagt 5.105,20 euro.
Bij een maandelijkse indexering is de blokkering van het loondeel boven 4.000 euro dus niet blijvend. Dat deel van het loon wordt alleen tijdelijk afgeremd tijdens de eerste 2% indexering, berekend vanaf 1 juni 2026. Zodra die 2% bereikt is door de opeenvolgende maandelijkse indexeringen, wordt het volledige loon opnieuw normaal geïndexeerd.
Verdien je meer dan 4.000 Euro Bruto, dan word je getroffen door de centenindex. Bereken op www.Hetacv.Be/tool-centenindex hoeveel je verliest.
Wat vindt het ACV van de centenindex?
Volgens het ACV is deze maatregel een regelrechte aanval op het automatische indexeringsmechanisme. De maatregel leidt tot een blijvend verlies aan koopkracht. Bovendien is de toepassing ervan oneerlijk. In het geval van de uitkeringen houdt de maatregel immers geen rekening met gezinssituaties. De implementatie in veel sectoren is bijzonder complex. De maatregel is, ook al moet in theorie een deel van de winst die het oplevert voor bedrijven worden teruggestort, een voordeel voor de werkgevers dat betaald wordt door de werknemers.
En wat met het voorstel van de sociale partners?
De sociale partners, onderhandelden in april 2026 over een alternatief voor de centenindex. De belangrijkste verdienste van dit akkoord tussen de sociale partners is de afschaffing van de centenindex in de private sector. De maatregel zou wel gedeeltelijk van toepassing blijven in de publieke sector en op bepaalde uitkeringen.
Het akkoord van de sociale partners bevat ook andere belangrijke aanpassingen, waaronder een wijziging in de manier waarop energieprijzen (gas en elektriciteit) worden meegenomen bij de berekening van de index. Het doel is om de index stabieler en meer representatief voor reële prijzen te maken, door rekening te houden met oude, maar nog steeds lopende energiecontracten en door schommelingen af te vlakken door het prijsgemiddelde over twaalf maanden te nemen. Tegelijkertijd wordt het behoud van het sociaal tarief voor energie bevestigd, zodat een groot aantal kwetsbare gezinnen beschermd kunnen blijven tegen prijsstijgingen.
Het ACV steunt dit akkoord omdat het een sterk negatieve maatregel voor werknemers afweert, terwijl de kern van het automatische indexeringssysteem behouden blijft. Het beperkt het verlies van koopkracht, garandeert meer stabiliteit en beschermt de meest kwetsbare gezinnen. Het akkoord voorkomt ook overwogen scenario’s die nog nadeliger waren, zoals een diepgaandere aanpassing van het indexeringssysteem en de barema’s.