ACTUEEL /
De schaduw van de begroting
TEKST Maarten Gerard / FOTO Gargonia / 17 JUNI 2026 / LEESTIJD 4 MINUTEN
Anderhalf jaar bezig en de regering mag al voor de derde keer een ‘existentiële’ begrotingsoefening houden.
De regering is nog maar anderhalf jaar bezig, maar moet nu opnieuw een bijkomend bedrag van 7 miljard euro vinden om de begroting enigszins op koers te houden. Het Rekenhof sprak eerder zelfs van 15 miljard. Dat komt bovenop de begrotingsoefening van 23 miljard euro bij de start van de regering en de bijkomende oefening van 9 miljard euro in november vorig jaar. Moet de regering dan telkens meer geld vinden? Niet helemaal, de reden dat het budget blijft oplopen is niet louter een stijging van de tekorten, maar vooral het falen van de voorziene begrotingsmaatregelen zelf, gecombineerd met externe factoren. De initiële begroting rekende al 8 miljard euro aan terugverdieneffecten die door niemand geloofwaardig werden geacht. Ook de voorziene besparingen bevatten onrealistische opbrengsten, onder meer uit besparingen op migratie en leeflonen.
Sloophamer
Daarna kwam de begrotingsaanpassing, na enkele maanden slecht theater, wat ons onder andere met de centenindex opzadelde. Ook hier zijn veel maatregelen niet of pas veel later doorgevoerd, onder meer de btw-aanpassing. Tel daarbij nog de gestage afname van de inkomsten door allerlei kleine ingrepen en een minder strikte opvolging, samen met de stijgende rente en energieprijzen, en we staan amper verder op het vlak van de begroting. Meer zelfs: we staan er slechter voor. Intussen is de regering wel met de sloophamer door de werkloosheid, de ziekteverzekering en de pensioenen gegaan, allemaal in naam van diezelfde begroting.
Gezond verstand
De regering zal nu deze zomer op zoek gaan naar nieuwe maatregelen, waarbij nog moet blijken of we opnieuw een zomerakkoord mogen verwachten. De beperkte oefening van het Planbureau toont alvast dat het geld niet gehaald zal kunnen worden uit allerlei ideologische waanideeën, maar via concrete ingrepen. Ingrepen die – niet verrassend – vaak overeenkomen met de alternatieven die het ACV voorstelt: een betere fiscaliteit met uniforme tarieven en zonder fiscale koterijen, het beperken van subsidies voor bedrijven en het aanspreken van grote vermogens. Af te wachten of het gezond verstand deze keer wel indaalt.
-//-
“We staan er slechter voor met de begroting. Intussen is de regering wel met de sloophamer door de werkloosheid, de ziekteverzekering en de pensioenen gegaan, allemaal in naam van diezelfde begroting.”
_
Minachting voor sociale partners
Ondertussen loopt het regerings- en parlementair werk verder. Het parlement heeft intussen de pensioenhervorming gestemd, net als de centenindex. Beide maatregelen rammelen inhoudelijk en zijn discriminerend tussen werknemers. Bij gebrek aan gehoor zullen we moeten bekijken welke juridische stappen mogelijk zijn. Het is een constante bij deze regering: haar beleid wordt juridisch aangevochten omdat ze geen moeite wil doen om het via sociaal overleg uit te werken. Laat staan dat ze bereid is een beter voorstel over te nemen dat door de sociale partners wordt gedragen. Op dat vlak blijft de regering volharden in de boosheid. In de Nationale Arbeidsraad (NAR) en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) kwamen we samen met de werkgevers tot een gedeeld advies over het mobiliteitsbudget. De kern daarvan is het inperken van het gebruik van het budget voor fiscale optimalisatie. Maar zelfs nu, wanneer men voor de begroting elke cent moet omdraaien, lijkt die boodschap – een gedragen voorstel om fiscale optimalisatie te voorkomen – niet gehoord te worden.
Op het vlak van pensioenen zien we hetzelfde. Niet alle maatregelen zijn al gestemd en momenteel ligt in het parlement een bijkomende maatregel voor: de beperking van de gelijkgestelde periodes. Daardoor zouden periodes van SWT, werkloosheid en landingsbanen niet meetellen voor het pensioen wanneer ze meer dan 20% van de loopbaan uitmaken. Nochtans werd in het eindeloopbaanakkoord tussen de sociale partners van juli vorig jaar en in het unanieme advies van de Federale Pensioendienst gesteld dat landingsbanen hiervan zouden moeten worden uitgesloten. Meer hierover in volgend artikel.
Naast de centenindex en de pensioenhervorming stemde de Kamer eind mei ook over de bijkomende compensatie voor vervoersonkosten. Die zal enkel van toepassing zijn van mei tot en met juli. Via deze regeling kan de werkgeverstussenkomst in het woon-werkverkeer bij gebruik van de eigen wagen tijdelijk met maximaal 20% worden verhoogd. Werkgevers krijgen daarvoor een verhoogd belastingkrediet. Gezien de korte toepassingsperiode en het vrijwillige karakter van de regeling is het maar de vraag in welke mate hiervan gebruik zal worden gemaakt. Meer hierover in volgend artikel.
Discussie over tijdsregistratie
Intussen lopen de discussies over een aantal dossiers verder in de NAR. Het voorstel rond de veralgemeende invoering van tijdsregistratie – minimalistisch uitgewerkt en met zoveel mogelijk uitzonderingen – ligt nog ter bespreking voor. Belangrijk is te benadrukken dat tijdsregistratie niet het administratieve monster of de beperking van werknemers is waarvoor sommigen het graag doen doorgaan om het dossier te torpederen. Tijdsregistratie is simpelweg een correcte opvolging van de arbeidstijd, zodat die ook kan worden weerspiegeld in de arbeidsvoorwaarden: een verloning in verhouding tot de gewerkte uren en het respecteren van de nodige grenzen voor rust en deconnectie.
Wat met annualisering arbeidstijd?
Het is momenteel nog onduidelijk waar het dossier annualisering van de arbeidstijd – het toelaten van de uitvlakking van de gemiddelde wekelijks arbeidstijd over één jaar – zich binnen de regering bevindt. Een veralgemeende individuele invoering van een dergelijk systeem zet de deur open naar een totaal gebrek aan grip op stabiele arbeidsvoorwaarden en naar het afnemen van vergoedingen voor overwerk. Zeker gelet op eerdere flexibiliseringsmaatregelen, zoals het verlagen van de minimale arbeidsduur.
-//-
De regering moet een bijkomend bedrag van 7 miljard euro vinden om de begroting enigszins op koers te houden.
_
Gelobby tegen richtlijn loontransparantie
Ook het dossier rond loontransparantie ligt nog op tafel. Dat gaat over transparantie bij sollicitaties en over de verklaarbaarheid van loonverschillen. De Europese richtlijn moest tegen 7 juni worden omgezet. Hoewel het einde van de werkzaamheden van de sociale partners in april in zicht was, verlieten werkgevers de onderhandelingstafel om volop te lobbyen tegen de richtlijn. Het feit dat het VBO die zelfs koppelde aan de toekomst van onze industrie toont hoe absurd dat verhaal geworden is. Intussen kregen ze een duidelijk antwoord van de Europese Commissie: de richtlijn blijft ongewijzigd. Ministers Clarinval en Beenders hebben echter zelf weinig haast gemaakt met hun deel van de omzetting en vroegen recent aan de Commissie zes maanden uitstel voor de ingebrekestelling wegens een te late omzetting. Dat geeft ons nog tot het einde van het jaar, al hoeft het voor de aanpassing van de cao’s, gelet op het eerdere werk, niet zolang te duren.