DOSSIER VEILIG EN GEZOND WERK /
Huishoudhulpen verdienen ook gezond werk
TEKST Maarten Hermans / FOTO Daenin / 8 APRIL 2026 / LEESTIJD 4 MINUTEN
De 140.000 huishoudhulpen in de dienstenchequesector vormen een grote, vaak precaire groep werknemers die structureel ziekmakend werk moet uitvoeren. Het gevolg is een enorm hoog en stijgend aandeel onder hen dat kort of langdurig ziek uitvalt.
In België werken via dienstencheques 140.000 werknemers als huishoudhulp. Het gaat om werknemers met een atypische werksituatie waarbij ze hun arbeid verrichten bij klanten thuis, en met een gemiddeld meer precaire arbeidsmarktpositie: vrouwelijk, korter geschoold, met migratieachtergrond, en vaker alleenstaand.
Hoewel het dienstenchequesysteem ervoorzorgt dat deze groep minder in werkloosheid of zwartwerk belandt, tonen studie na studie aan dat het werk dat ze moeten doen structureel ziekmakend is. Zo heb je na vijf jaar werk in de dienstenchequesector maar liefst 35 keer meer kans op een spier- en skeletaandoening, zoals bijvoorbeeld tendinitis. Ook zorgt de dagelijkse blootstelling aan een allegaartje van kuisproducten bij klanten thuis voor aandoeningen aan de huid en luchtwegen.
Noodgedwongen blijven werken
Hun atypische werksituatie en precaire arbeidsmarktpositie maken huishoudhulpen extra kwetsbaar voor blootstelling aan ziekmakend werk. Met een relatief laag loon in de sector en weinig andere kansen op de arbeidsmarkt moeten huishoudhulpen vaak kiezen tussen voltijds werken om rond te komen en hun gezondheid. In de praktijk kan slechts 10% van hen het volhouden om voltijds te werken, wat resulteert in een gemiddeld bruto maandloon in de sector van slechts 1.615 euro. En bij werk in je eentje bij klanten thuis is het moeilijker om gezonde werkomstandigheden op te volgen en collectief af te dwingen.

De gevolgen van zulk ziekmakend werk zie je overduidelijk in de ziektecijfers (zie figuur). Op een gemiddelde werkdag kan maar liefst één op vijf huishoudhulpen niet werken omdat ze daarvoor te ziek zijn, wat aanzienlijk meer is dan in andere sectoren (8,5%). Meer dan één op tien huishoudhulpen is langdurig ziek – drie keer zoveel als onder de rest van de werknemers (3,4%). Al meer dan een decennium blijven deze hoge ziektecijfers verder stijgen en neemt de gezondheidsongelijkheid met de andere sectoren toe.
Gealarmeerd door deze enorme en stijgende gezondheidsproblematiek houdt de arbeidsinspectie sinds 2022 quasi jaarlijks een inspectiecampagne in de dienstenchequesector. En ieder jaar stelt de inspectie bij de meerderheid van de controles inbreuken vast op de wetgeving rond veiligheid en gezondheid op het werk, zoals het ontbreken van periodieke gezondheidsbeoordelingen, geen verplichte risicoanalyse, geen intakegesprek bij nieuwe klanten/gebruikers om te controleren of ze wel veilig materiaal en veilige producten ter beschikking stellen, enzovoort.
Voorkomen, erkennen en aanpakken
Ondanks het grote en toenemende probleem van ziekmakend werk, langdurige ziekte en de vaststellingen van de arbeidsinspectie blijven doortastende politieke of wetgevende stappen uit. Voor het ACV is het dan ook absoluut nodig dat er voor huishoudhulpen actie komt op drie punten: voorkomen, erkennen en aanpakken.
Het belangrijkste is voorkomen dat het werk huishoudhulpen ziek maakt. Wat zou helpen is onder andere een sectorale lijst met verboden en toegestane gezonde schoonmaakproducten. Bijvoorbeeld een verbod op irriterende schoonmaakproducten zoals agressieve antikalk- en antischimmelmiddelen en voorrang voor natuurlijke producten. Idem voor ergonomische minimumstandaarden: de dweil met de hand moeten uitwringen zoals 40 jaar geleden, terwijl er zoveel ergonomisch materiaal bestaat, is niet langer te verantwoorden.
-//-
“Spier- en
skeletaandoeningen
moeten worden erkend
als beroepsziekte voor huishoudhulpen.”
_
Een tweede actiepunt is erkennen dat het hun werk is dat huishoudhulpen zo vaak en langdurig ziek maakt. De politiek moet beginnen met dat feit te erkennen, in de plaats van langdurig zieke werknemers af te schilderen als onwerkwilligen en hen te sanctioneren. De controles, uitkeringssancties en schrappingen die de regering wil opvoeren voor langdurig zieken zullen ziekgemaakte huishoudhulpen dubbel treffen. Wat vooral nodig is, is dat spier- en skeletaandoeningen worden erkend als beroepsziekte voor huishoudhulpen. Statistieken en onderzoek tonen immers overduidelijk aan dat het werk dat huishoudhulpen doen, leidt tot spier- en skeletaandoeningen. Dat betekent dat als je aan een spier- en skeletaandoening leidt en je hebt als huishoudhulp gewerkt, er voor de erkenning verondersteld wordt dat dit werk de oorzaak is van je ziekte. Zolang dit niet geregeld is zoals in andere sectoren met beroepsziektes, moet je als individuele werknemer de oorzaak van je beroepsziekte proberen te bewijzen in wat in de praktijk eigenlijk een schijnprocedure is. Via deze procedure wijst het federaal agentschap voor beroepsziekten Fedris immers al jarenlang 99,8% van de aanvragen voor erkenning af.
Tenslotte is het nodig de verantwoordelijken die het ziekmakend werk blijven organiseren aan te pakken. Als de arbeidsinspectie in de dienstenchequesector jaar na jaar vaststelt dat werkgevers en hun preventiediensten de wetgeving rond veiligheid en gezondheid op het werk niet respecteren, moet daar een gepast gevolg aan worden gegeven. Tegenover een sector die draait op 1,6 miljard euro aan overheidssubsidies heeft de overheid alle middelen in handen om doortastend op te treden. Want huishoudhulpen verdienen ook gezond werk.
Naar aanleiding van de Internationale Dag voor veilig en gezond werk vraagt het ACV aandacht voor de steeds groeiende groep kwetsbare werknemers, die onvoldoende beschermd zijn.