LENTE-OFFENSIEF /
Sociale afbouw, groter armoederisico en discriminatie: pensioenhervorming is fundamenteel fout
TEKST Bram Van Vaerenbergh / 11 februari 2026 / leestijd 3 minuten
De pensioenhervorming van de Arizona-regering gaat een beslissende fase in. De regering maakte haar voorontwerp van wet over aan de Raad van State, waarna de wetteksten naar het parlement gaan. Ondertussen is er al heel wat bijgestuurd. Actievoeren loont. In vergelijking met de aanvankelijke regeringsplannen tellen tijdelijke werkloosheid en ziekte nu wel mee voor het pensioen. Ook het aantal dagen dat je moet presteren tijdens je eerste loopbaanjaar werd naar onder toe bijgesteld. Maar de geplande pensioenhervorming blijft bol staan van de onrechtvaardigheden. Dat willen we niet laten passeren.
1. De mythe van de ‘onbetaalbare’ pensioenen
De regering-De Wever rechtvaardigt de pensioenhervorming met het argument dat de pensioenuitgaven onhoudbaar worden. Dat beeld klopt maar gedeeltelijk: volgens de Studiecommissie voor de vergrijzing zit de sterkste toename van de vergrijzingskosten niet bij de pensioenen, maar bij de gezondheidszorg. Werknemers hebben hun hele loopbaan al bijgedragen aan hun pensioenrechten. Door daar nu op te besparen, verschuift de rekening naar al wie al betaald heeft. Vooral de laagste pensioenen leveren het sterkste in, terwijl het opgebouwde vermogen buiten de sociale zekerheid buiten schot blijft bij anderen. De vermeende onbetaalbaarheid is geen natuurwet, maar het gevolg van politieke keuzes.
2. De prijs van de politieke keuzes: 240 miljard euro
240 miljard euro is het waanzinnige bedrag van minder inkomsten voor de sociale zekerheid door de structurele verlaging van allerhande werkgeversbijdragen. Begin 2000 lag de werkgeversbijdrage nog rond de 35%, in 2025 was dit al maar 27% meer. Door die politieke keuzes heeft ons land jaarlijks 13 miljard euro minder budget om de vergrijzing op te vangen. Het is een tendens die tussen 2015 en 2020 zijn hoogtepunt kende, met de taxshift die de werkgeversbijdragen structureel verlaagde. Tel daarbij de shift naar arbeid waarop weinig of geen sociale bijdragen worden betaald – zoals studenten en flexi-jobs – en het wordt duidelijk dat het gat aan de inkomstenkant ontstond, niet door de uitgaven.
3. 156 dagen? Een technische norm met een enorme sociale impact
De nieuwe definitie van een loopbaanjaar – minstens 156 gewerkte dagen, in plaats van 104 – lijkt technisch, maar heeft ingrijpende gevolgen. Werknemers met deeltijdse contracten of onregelmatige uurroosters riskeren loopbaanjaren te verliezen voor hun recht op vervroegd pensioen. Er is dan wel een tolerantie van vijf dagen over de loopbaan, maar die volstaat niet om de (vaak sectorale) realiteit op te vangen. Zo worden werknemers gestraft voor arbeidsvoorwaarden waar ze geen controle over hebben.
4. Compensatie voor een zware loopbaan? Quasi onbestaand
Zware loopbanen tellen niet meer mee. Er komt alleen een specifiek systeem voor vervroegd pensioen op 60 jaar. Maar alleen voor wie 42 loopbaanjaren heeft met telkens 234 effectief gewerkte dagen. In de praktijk wordt dit vervroegd pensioen dus nog enkel mogelijk voor werknemers met een voltijdse, ononderbroken loopbaan. Ziek geweest, even zonder werk gezeten of zorgonderbrekingen opgenomen? Pech. Cijfers tonen dat vooral zelfstandigen hiervan profiteren, terwijl werknemers – en zeker vrouwen – nauwelijks toegang krijgen. De belofte om rekening te houden met zware loopbanen wordt zo grotendeels leeg.
5. Een neutrale bonus-malus? Vooral sociale afbouw
Het systeem met pensioenbonussen en -malussen verlaagt het pensioen bij vervroegde opname en verhoogt het bij uitstel van je pensioen. Klinkt aannemelijk, maar de bonus is enkel bereikbaar voor een kleine groep, terwijl de malus breed toeslaat. Voor jongere werknemers loopt die op tot 5% voor elk jaar dat je volgens de overheid niet lang genoeg werkte. Het is voor veel werknemers onhaalbaar om tot 67 jaar te werken aan het huidige werktempo. Uit de laatste cijfers blijkt dat de levensverwachting in goede gezondheid in ons land 63,7 jaar bedraagt. Dus een maatregel die als neutraal wordt voorgesteld, leidt in werkelijkheid tot structurele pensioenverlagingen voor de meerderheid.
6. Spelregels tijdens spel veranderen is niet fair
De geplande pensioenhervorming past nieuwe én strengere regels retroactief toe op loopbaanjaren uit het verleden. Werknemers die – binnen de toen geldende regels – een loopbaankeuze maakten, dreigen nu achteraf gesanctioneerd te worden. Wat met het vertrouwensbeginsel en de rechtszekerheid? Toch fundamentele pijlers in een rechtsstaat. Mensen die dicht bij hun pensioen staan, kunnen hun loopbaan niet meer bijsturen en dragen een disproportionele last. Een hervorming mag niet gelden voor rechten die al opgebouwd zijn.
7. Armoederisico bij gepensioneerden wordt groter
Microsimulaties van de Federale Pensioendienst tonen forse pensioenverliezen: gemiddeld 170 euro per maand voor modale werknemers, met zelfs verliezen tot meer dan 300 euro. In het laagste pensioenkwintiel – dus de 20% laagste pensioenen - ziet 42% zijn pensioen nóg dalen. Voor velen wordt vervroegd pensioen zo onmogelijk. Maar nog belangrijker: achter die cijfers schuilen mensen met zware loopbanen en gezondheidsproblemen. Een beleid dat zulke verliezen normaliseert, vergroot het armoederisico op oudere leeftijd.
8. Vrouwen worden disproportioneel geraakt
Vrouwen lopen een hoger risico op pensioenverlies. Omdat ze vaker deeltijds werken, vaker zorgonderbrekingen opnemen en gefragmenteerde loopbanen hebben. En net die realiteit wordt in de geplande hervorming onvoldoende erkend. De kans op een pensioenmalus ligt voor vrouwen beduidend hoger. 49% van de vrouwelijke werknemers wordt getroffen door de pensioenmalus. 8 op 10 gepensioneerden die niet aan 35 loopbaanjaren komen, zijn vrouwen. De regering creëert op deze manier indirecte discriminatie én ondergraaft eerdere inspanningen om de pensioenkloof te verkleinen.
9. Eindeloopbaanregelingen? Eerder een valkuil
Landingsbanen moeten werknemers helpen om langer aan het werk te blijven, maar tellen dan weer niet mee als effectieve tewerkstelling voor de malusvrijstelling. Ze verminderen zelfs de pensioenopbouw. Wie bewust langer blijft werken via een eindeloopbaanregeling, riskeert zo een lager pensioen of een malus. Het beleid dat langer werken wil stimuleren, ondermijnt tegelijk de instrumenten die dat mogelijk maken. Eindeloopbaanregelingen verdienen bescherming, geen afstraffing.
10. Chaotische implementatie, onbetrouwbare informatie
De Federale Pensioendienst geeft aan dat correcte rekenmodellen en datakwaliteit pas vanaf eind 2027 gegarandeerd zijn. De pensioenhervorming dreigt dus te worden ingevoerd zonder dat de uitvoering technisch op punt staat. Tot dan riskeren burgers foutieve of onvolledige informatie op www.mypension.be en moeten ze belangrijke pensioenkeuzes maken zonder te weten wat de impact zal zijn. Voor er een hervorming komt, moeten de systemen betrouwbaar zijn én transparante informatie geven.
Een rechtvaardig alternatief is mogelijk
“There is no alternative” herhaalt Bart De Wever tot in den treure. Maar een rechtvaardige pensioenhervorming is wel mogelijk. Nieuwe regels moeten enkel gelden voor toekomstige loopbaanjaren, met respect voor opgebouwde rechten. Zorgperiodes, ziekte en werkloosheid moeten volwaardig gelijkgesteld blijven. Het minimumpensioen mag nooit ondergraven worden door een malus. Ruimere toleranties én duidelijke overgangsmaatregelen zijn essentieel: pensioenbeleid moet zekerheid bieden, geen levenslange sancties opleggen.

////////////////////
Lees het artikel 'Het moet anders: tijd voor een Lente-offensief'
Lees het artikel 'Regering neemt index op de schop'
Lees het artikel 'Een ander beleid is mogelijk: tijd voor onze alternatieven!'