RUGGESPRAAK /
Sonja, Aflosser Jacques ijs
TEKST Patrick Van Looveren / FOTO Maarten De Bouw / 13 MAART 2026 / LEESTIJD: 3 MINUTEN
/“Zieke mensen worden altijd gestraft.”
Sinds 1 januari hebben werkgevers aanzienlijk minder verplichtingen tot betaling van gewaarborgd loon aan werknemers die hervallen in ziekte nadat ze het werk hervatten en aan werknemers die het werk progressief hervatten en daarnaast deels een invaliditeitsuitkering krijgen. Sonja Diels bevindt zich in dat laatste geval. Ze kreeg onder meer de diagnose CVS – chronische vermoeidheidssyndroom – en fibromyalgie. In 2015 zou ze volledig invalide worden verklaard, maar daar kon ze zich niet bij neerleggen. Ze wilde blijven werken. “Uiteindelijk mocht ik maximaal halftijds werken. In de praktijk werk ik nu 14 uur per week, als aflos in onze ploeg. Ik vervang de mensen die gaan eten. De ene week is dit in de ochtend en de andere week in de avond. Meer werken lukt gewoon niet. Ik ben heel snel moe, daar kan ik niets aan doen. Vroeger heb ik altijd voltijds gewerkt: eerst 8 jaar in een zeefdrukkerij, daarna 11 jaar als koerier bij G4S en sinds 2012 bij Jacques Ijs in Westerlo, een Belgisch familiebedrijf. Met 180 werknemers maken we ijsjes in allerlei vormen en smaken. Ondanks dat ik maar 14 uur per week werk, word ik bij de sociale verkiezingen steeds met veel stemmen verkozen. Dat doet deugd. De mensen op de vloer appreciëren dat ik voor hen opkom en goed kan onderhandelen. Tijdens corona heb ik bijvoorbeeld een premie van 500 euro kunnen afdwingen voor de collega’s, weliswaar pro rata volgens de tijd die je werkt. In mijn geval – en voor andere collega’s in progressieve tewerkstelling – lag die premie dus een stuk lager. Dat wringt wel: vaak kom je niet in aanmerking voor een premie of slechts in beperkte mate. Je kiest er niet voor om ziek te worden, maar dat lijken werkgevers en beleidsmakers soms te vergeten. Nu komt daar die nieuwe wetgeving bovenop, waardoor je geen aanspraak meer kan maken op gewaarborgd loon. Ik kan geen slecht woord zeggen over mijn werkgever, noch over mijn collega’s. Ik ben hier altijd goed behandeld. Ik ben dankbaar dat ik kan werken. Ik krijg ook de vrijheid om mijn syndicaal mandaat uit te oefenen. Maar de regeltjes zijn nu eenmaal de regeltjes, en als werknemer met een aandoening ben je daar vaak het slachtoffer van. Hoe graag ik ook meer zou werken, omdat alles pro rata wordt berekend, krijg ik bijvoorbeeld ook geen volwaardig vakantiegeld. Zieke mensen worden uiteindelijk altijd gestraft.”