HET PUNT /
Stel je eens voor dat je niet voltijds werkt
tekst Stijn Gryp / foto shutterstock / 22 mei 2025 / leesduur: 2 minuten
Je zal maar eens niet voltijds werken. Stel je dat eens voor, dat je het aandurft om niet minstens 38 uur per week op de werkvloer mee te draaien omdat je er voor kiest om pakweg ouderschapsverlof te nemen voor de kinderen of zorgverlof voor een zieke partner of ouder. Stel je eens voor dat je langdurig ziek bent of een beperking hebt, waardoor je geen voltijds werk aan kan. En stel je dan eens voor dat je daarvoor – zeker geen keuze in veel gevallen – gestraft wordt. Goed nieuws: je hoeft het je niet voor te stellen, de Vlaamse regering ziet voltijds werk als de norm. En de anderen vallen uit de boot.
Een werknemersvriendelijk beleid, het is niet enkel het probleem van de Arizona-regering. Ook het Vlaams beleid laat op dat vlak te wensen over. Hoewel we voor het eerst in tien jaar konden hopen op een omschakeling van een rechts naar centrum-links beleid in de Vlaamse regering, zitten we ook daar met een allesbehalve werknemersvriendelijk beleid.
Het Vlaamse arbeidsmarktbeleid moet deze regeerperiode enorm veel besparen. Het begint al bij de VDAB, die 10% moet inbinden terwijl de uitdagingen waarmee VDAB geconfronteerd wordt alleen maar groter worden. Instrumenten die werknemers moeten versterken, zoals loopbaanbegeleiding en Vlaams Opleidingsverlof, worden van de ene dag op de andere ingeperkt. In plaats van een broodnodig opleidingsoffensief, organiseert deze Vlaamse regering een opleidingsaftocht. Ook rond werkbaar werk zien we geen visie, buiten het kortwieken van het weinige dat er wel was. Het lijkt alsof duurzame inzetbaarheid van werknemers als beleidsdoelstelling is verdwenen. Gelukkig zien we wel eerste stappen om het aantal jobs in de sociale economie uit te breiden. Dit is broodnodig gezien er nog altijd heel veel kwetsbare werkzoekenden een job op maat in onze maatwerkbedrijven kunnen gebruiken.
Het arbeidsmarktbeleid ziet er op dit moment dus niet fraai uit. Tegelijk zien we in andere beleidsdomeinen dan ook nog eens het hebben van werk - voltijds werk - als norm opduiken om bepaalde rechten te openen. Getuige de voorrangsregels in de kinderopvang. De vorige Vlaamse regering maakte deze strenger, en deze Vlaamse regering verdedigde deze verstrenging; enkel ouders die minstens 4/5de werken kregen nog voorrang. Pech voor de rest, want er zijn nog steeds te weinig plaatsen. Maar heel veel werknemers – en vooral werkneemsters - werken minder dan 80%: in bijvoorbeeld de zorgsector of de sector van de dienstencheques is deeltijds werk de norm. Veel werknemers met een langdurige ziekte of handicap kunnen geen voltijds werk aan. Er zijn tal redenen waarom mensen geen voltijdse job hebben, ze zijn allemaal valabel. Waarom zouden deze werknemers geen nood hebben aan opvang? En waarom zouden hun kinderen geen recht mogen hebben op de pedagogische en sociale voordelen van de kinderopvang?
Maar laat het duidelijk zijn: als deze regering werknemers tegen elkaar wil opzetten, voltijdse tegen deeltijdse werknemers, of werkzoekende werknemers tegen werkende werknemers, … Daar doen wij niet aan mee! En we staan niet alleen.
Het Grondwettelijk Hof heeft zeer duidelijk de Vlaamse regering teruggefloten over de discriminerende voorrangsregels in de kinderopvang. Een belangrijke overwinning, ook te danken aan de brede coalitie waar we deel van uitmaakten. Maar we moeten de druk hoog houden. Want de Vlaamse regering probeert hetzelfde trucje nu uit op het Vlaams Opleidingsverlof, waar deeltijds werkenden ook hun opleidingsrechten zouden verliezen. Ook hier zeggen we: niet met ons.