close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Retour au numéro actuel

WELZIJN OP HET WERK /

Van ziek gaan werken naar langdurige ziekte

TEKST Maarten Hermans / Foto Maarten De Bouw / 17 juni 2026 / leestijd 3 minuten

Belgische werknemers gaan één op drie ziektedagen toch werken. Met zoveel langdurig zieken verdient dat veel meer aandacht van het beleid en op de werkvloer.

Nieuwe gegevens uit het European Working Conditions Survey tonen dat het aantal Belgische werknemers dat ziek gaat werken al minstens vijftien jaar zeer hoog is en blijft: ongeveer één op twee werknemers is het afgelopen jaar minstens één dag ziek gaan werken. Van alle ziektedagen samen wordt er meer dan een op drie (33%) toch gewerkt (presenteïsme), tijdens de overige dagen blijven werknemers ziek thuis (absenteïsme).

Dat zoveel werknemers zo vaak ziek (moeten) gaan werken is niet alleen een probleem voor henzelf en voor hun collega’s die ze mogelijk besmetten. Het ondergraaft ook elk werkgeversbeleid of elke bespreking in het Comité PB rond absenteïsme. Zonder cijfers over presenteïsme kan je immers nauwelijks zinvolle conclusies trekken over absenteïsme (-beleid).

Daalt het absenteïsme bijvoorbeeld nadat een werkgever een strikter beleid heeft gevoerd rond het contact houden met zieke werknemers of sneller een controlearts inschakelt, dan is de kans groot dat er niet minder zieke collega’s zijn, maar gewoon meer collega’s die de druk voelen om ziek te komen werken.

Hoe precairder het inkomen, hoe meer presenteïsme

Die druk om ziek te komen werken speelt extra bij collega’s in een zwakkere positie tegenover de werkgever, bijvoorbeeld door een tijdelijk contract of een meer precair huishoudinkomen. Werknemers met een precair huishoudinkomen gaan dan ook veel vaker ziek werken: meer dan een kwart van hen werkt twee werkweken of meer per jaar ziek door.

Een zwakkere positie betekent vaak dat werknemers toch ziek gaan werken uit vrees hun job te verliezen of financieel niet rond te komen op het einde van de maand. Het betekent ook vaker dat ze ziekmakend werk moeten doen, waardoor werken ziekte veroorzaakt of verergert.

Ziekmakend werk zorgt voor meer ziektedagen

Vooral de combinatie van een zwakkere positie en ziekmakend werk zorgt voor meer presenteïsme én absenteïsme (figuur 1). Werknemers die financieel gemakkelijk rondkomen en een job hebben die geen risico vormt voor hun gezondheid, hebben gemiddeld zo’n zeven ziektedagen per jaar, waarvan ze op twee ziektedagen toch zijn gaan werken. Aan het andere uiterste hebben werknemers in een zeer precaire inkomenssituatie én met werk dat een risico vormt voor hun gezondheid, gemiddeld zo’n 36 ziektedagen per jaar, waarvan ze ongeveer de helft werken en de helft ziek thuisblijven.

Of een werknemer ziek gaat werken, hangt af van hun eigen situatie, het werk én de bredere arbeidscontext. Zo ligt in regio’s met een hogere werkloosheidsgraad ook het presenteïsme hoger, en dat geldt nog sterker voor werknemers met een lager inkomen of een lagere scholingsgraad.

plus

Dat zowel presenteïsme als absenteïsme hoger liggen op werkplekken met gezondheidsrisico’s, toont aan hoe contraproductief een beleid is dat enkel naar absenteïsmecijfers kijkt. Ziekmakend werk zorgt voor meer ziektedagen, zeker bij precaire werknemers. Negeer je die oorzaak dan zal het absenteïsme niet dalen, of onder druk om lagere absenteïsmecijfers te rapporteren, gewoon veranderen in presenteïsme.

Op de radar van Comité PB

Presenteïsme op de werkplek is op zich ook een gezondheidsrisico dat op de radar zou moeten staan van HR-verantwoordelijken, Comité PB-afgevaardigden en preventiediensten. Want vanaf meer dan één à twee dagen per jaar ziek gaan werken, beginnen de schadelijke gevolgen op te lopen.

Werknemers die ziek gaan werken, hebben een gevoelig hogere kans om later meer gezondheidsproblemen te ontwikkelen en uit te vallen voor een korte of langere periode. Op langere termijn hebben zij ook een aanzienlijk grotere kans om de arbeidsmarkt vroeger te verlaten richting een uitkeringsstelsel of pensioen.

Een degelijk collectief preventie- en re-integratiebeleid rond absenteïsme moet daarom ook gebaseerd zijn op kennis over de mate van presenteïsme op de werkvloer. Dat wordt extra belangrijk door de regeringsmaatregelen en de druk om absenteïsmecijfers te doen dalen. Zo moeten werkgevers sinds 1 januari 2026 een ‘actief afwezigheidsbeleid’ invoeren om contact te houden met zieke werknemers (lees het artikel in Vakbeweging 1014 - www.vakbeweging.be). Maar het risico bestaat dat dit soort beleid ook ongezonde druk zet op zieke werknemers om toch ziek te komen werken, waardoor het absenteïsme op langere termijn net toeneemt.

Wanneer de werkgever absenteïsmecijfers of het absenteïsmebeleid bespreekt, is het daarom belangrijk te benadrukken dat absenteïsme samen met presenteïsme moet worden bekeken. Het is dan ook nuttig om via het Comité PB een beeld te krijgen van het voorkomen van presenteïsme, bijvoorbeeld door hierover vragen op te nemen in welzijnsbevragingen, de arbeidsarts te vragen er aandacht aan te besteden in de rapporteringen aan het Comité PB of zelf een bevraging onder werknemers op te zetten.

Minder zichtbare collega’s

Het is daarbij belangrijk niet te vergeten dat presenteïsme ongelijk verdeeld is. Het zijn vaak de collega’s die meer druk voelen om toch ziek te komen werken – bijvoorbeeld door een tijdelijk contract, onzekerheid over hun job of een krapper inkomen – die hier het meest mee te maken krijgen. Net die collega’s bevinden zich vaak ook niet in een positie om te militeren of snel naar de vakbond te stappen, waardoor hun problemen minder zichtbaar blijven.

Sinds 1 januari 2026 zijn bovendien aanpassingen doorgevoerd aan het gewaarborgd loon. Daardoor is de werkgever dit loon minder snel verschuldigd – of zelfs helemaal niet in het geval van een deeltijdse werkhervatting – wanneer een werknemer opnieuw ziek wordt. Ook dit kan er toe leiden dat zieke collega’s, zeker wie een krapper inkomen heeft, omwille van loonbehoud toch ziek komen werken.

Ook in het sociaal overleg en in de akkoorden die worden afgesloten, verdient presenteïsme aandacht. Zo kunnen cao 90-akkoorden rond bonusplannen extra druk creëren om ziek te komen werken, bijvoorbeeld wanneer daarin doelstellingen rond aanwezigheid of het aantal ziektedagen zijn opgenomen, of wanneer de bonus wordt geschaald op basis van aanwezigheid.

Door in het Comité PB en het sociaal overleg ook het probleem van presenteïsme op de radar te zetten, verschuift de aandacht bovendien van de gevolgen waar werkgevers vooral van wakker liggen – werknemers die wegens ziekte afwezig zijn – naar de oorzaken ervan, zoals ziekmakend werk en de druk om toch ziek te blijven werken.

Meer over welzijn op het werk en langdurige ziekte lees je hier.

Lees ook het artikel in Sampol: https://www.sampol.be/2026/05/van-ziek-gaan-werken-naar-langdurige-ziekte

Articles liés publiés précédemment