MOBILITEIT /
Met zijn allen mobiel
TEKST Matthijs Driesen / FOTO Andreas Vancoillie / 11 september 2024 / leestijd: 6 minuten
Tussen 16 en 22 september vinden in tientallen Vlaamse gemeenten en over heel Europa acties plaats om openbaar vervoer, fietsen en wandelen te stimuleren: autovrije zondagen, inhuldigingen van verkeersvrije straten, … De week van de mobiliteit is toegankelijk voor iedereen: ook jij kan een actie op touw zetten in je gemeente of bedrijf.
Hetzelfde kan niet gezegd worden over het vervoer zelf. Niet iedereen heeft toegang tot dezelfde middelen en faciliteiten. Zo houden allerlei drempels mensen tegen: het is niet altijd evident om met het openbaar vervoer familie te bezoeken in het ziekenhuis, inkopen te doen of een job vol te houden die moeilijk bereikbaar is. De toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor mindervaliden blijft ook een gigantisch probleem. Zo is openbaarvervoersmaatschappij De Lijn in 2023 nog veroordeeld door de rechter omdat zij niet genoeg inspanningen doet om toegankelijk te zijn voor personen met een handicap. Maar ook wanneer we toegankelijkheid breder opvatten, blijkt niet iedereen even mobiel.
Schrapping van meer dan 3.000 bushaltes
De Lijn schrapte begin dit jaar meer dan 3.000 bushaltes. De bedoeling was sterker in te zetten op druk bereden assen en daar vaker een bus te laten rijden. Mensen die al goed verbonden waren, werden dus nog mobieler. De Lijn voorziet dan wel een aanbod met flexbussen in meer landelijke gebieden – de ‘zwarte gaten’ tussen de centrale assen – maar die flexbussen moet je vooraf reserveren en je hebt geen garantie dat er een bus beschikbaar is. De Vlaamse overheid maakte een keuze voor efficiëntie ten koste van inclusie. Mensen die in zo’n ‘vervoerswoestijn’ wonen, staan soms voor een onmogelijk dilemma: urenlang onderweg of toch maar met de wagen? Onderzoek toont aan dat naarmate de pendeltijd stijgt, het risico op stress bij werknemers toeneemt, net als de kans op motivatieproblemen of de wil om van werk te veranderen. In een tijd waarin vacatures moeilijk ingevuld raken, waarin de oplossing voor elk budgettair probleem wordt gezocht in het verhogen van het aantal mensen dat werkt… moeten we in zo’n tijd niet de drempels verlagen voor mensen om een job te vinden? Toegang tot vervoer is een van de belangrijkste elementen om werk te vinden en te blijven werken. Wat doet dan iemand die in een vervoerswoestijn woont, geen werk heeft maar ook geen rijbewijs?
-//-
“De Vlaamse overheid maakte een keuze voor efficiëntie ten koste van inclusie.”
_
Nu vaak geen andere keuze dan auto
Maar vervoersarmoede treft ook werkenden: al voor de hervorming van De Lijn bevond 1 op 5 Vlamingen zich in vervoersarmoede. Zo blijven de nationale luchthaven en de havengebieden moeilijk bereikbaar voor de tienduizenden werknemers die er dagelijks naar toe moeten: door weer en wind, en op het ritme van hun – soms erg late en vroege – shiften. Net als op veel kleinere bedrijfsterreinen en industriezones heerst hier een schrijnend gebrek aan de ‘basisbereikbaarheid’ die Vlaanderen in 2019 wou invoeren. Er is een mismatch tussen waar mensen wonen en werken. Veel bedrijfsterreinen worden eenvoudigweg niet bediend door een bushalte. Sommige bedrijven trachten dit op te lossen door zelf vervoer te organiseren of door carpoolen aan te moedigen. Ze worden daar soms zelfs voor gesubsidieerd. Maar dit zijn druppels op de hete asfaltstrook. Een degelijke openbaarvervoeroptie ontbreekt voor veel mensen. Het enige alternatief is vaak de wagen, met alle kosten die daaraan verbonden zijn. Maar ook bij het vervoer met de wagen zijn de voorwaarden niet voor iedereen dezelfde. Sommige werknemers krijgen van hun werkgever een bedrijfs- of salariswagen, ook al kunnen ze perfect het openbaar vervoer gebruiken. Ze staan dus mee in de file en maken deze voor iedereen langer. Terwijl andere werknemers worden gedwongen bovenop de vaste maandelijkse kosten met eigen middelen een wagen te onderhouden, te voorzien van brandstof en verzekeringen te betalen. Om nog te zwijgen van die grote aankoop.