close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

Onderneming /

“De oorzaken van ziekmakend werk moeten worden aangepakt”

TEKST Laurent Lorthioir / Foto Stock Asso / 13 november 2024 / leestijd: 5 minuten

Twee jaar geleden werd de wetgeving over de re-integratie van langdurig zieken aanzienlijk hervormd. We beschikken ondertussen over statistieken op basis waarvan eerste lessen kunnen worden getrokken uit die nieuwe wetgeving. De regeringsonderhandelaars van de Arizona-coalitie hebben de langdurig zieken in het vizier en willen hen kost wat kost zo snel mogelijk opnieuw aan het werk. Ze nemen best de cijfers goed onder de loep, vooraleer ze drastische beslissingen nemen.

De hervorming van oktober 2022 voorzag twee aparte procedures, waar er voorheen slechts één was:

Het ‘re-integratietraject’, waarbij de arbeidsarts bepaalt wanneer de zieke werknemer opnieuw aan het werk kan (aangepast of niet). Als de arbeidsarts van mening is dat de werknemer aangepast werk kan uitvoeren vóór het einde van zijn arbeidsongeschiktheid, ligt de bal bij de werkgever die een re-integratieplan moet voorstellen.

De ‘specifieke procedure medische overmacht’. Die procedure heeft tot doel te bepalen of de werknemer ooit nog zal kunnen terugkeren naar zijn werkplek (via een ‘normale’ werkhervatting of via aangepast werk). Het is aan de arbeidsarts om hierover te beslissen. Als – en enkel als – de werknemer definitief ongeschikt wordt verklaard, kan de werkgever de werknemer ontslaan wegens medische overmacht. Deze procedure kan – zowel door de werkgever als door de werknemer – pas worden opgestart na een ononderbroken arbeidsongeschiktheid van minstens negen maanden.

Deze dubbele procedure is een verbetering ten opzichte van de oude wetgeving. In het vroegere systeem kon de werkgever de werknemer wegens medische overmacht ontslaan aan het einde van een mislukte re-integratiepoging, wat het systeem effectief tot een goedkoper ontslaginstrument maakte voor werkgevers. Dit zorgde voor verwarring bij zowel werknemers als arbeidsartsen, aangezien men niet meer kon spreken van ‘re-integratie’ als het doel toch ontslag was.

Resultaten voor 2023

In 2023 werden 6.685 re-integratietrajecten en 23.074 specifieke procedures voor medische overmacht afgerond.

Re-integratietrajecten

Drie op de vier trajecten worden opgestart op verzoek van de werkgever. Wanneer de werkgever het re-integratietraject aanvraagt, wordt slechts iets meer dan één derde van de werknemers door de arbeidsarts geschikt bevonden om aangepast werk te verrichten (tijdelijk of permanent).

Wanneer de werknemer zelf het re-integratietraject aanvraagt, worden 8 op de 10 werknemers geschikt bevonden voor aangepast werk.

Naast het officiële ‘re-integratietraject’ lijkt een minder formele weg naar werkhervatting steeds populairder, via de ‘bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting’ (66.784 in 2023). Het gaat om een vrijblijvend overleg tussen de arbeidsongeschikte werknemer en de arbeidsarts tijdens de ziekteperiode. We beschikken echter niet over gegevens over de werkhervattingen die het gevolg zijn van zo’n bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting.

Specifieke procedure voor medische overmacht

70% van de aanvragen om deze procedure op te starten worden geïnitieerd door werkgevers.

Wanneer de werkgever het initiatief neemt voor deze procedure, wordt 1 op 4 werknemers door de arbeidsarts geschikt bevonden (en kan dus niet worden ontslagen wegens medische overmacht).

Wat kunnen we uit deze cijfers leren?

De meerderheid van de werkgevers verkiest om werknemers te ontslaan wegens medische overmacht dan om hen te re-integreren. In 2023 hebben werkgevers namelijk 4.881 aanvragen voor re-integratietrajecten ingediend tegenover 16.202 aanvragen voor een specifieke procedure medische overmacht. Deze procedure wordt door werkgevers overigens vaak zonder het gewenste resultaat ingezet, aangezien 25% van hun aanvragen resulteert in de onmogelijkheid om wegens medische overmacht te ontslaan, omdat de werknemer niet definitief ongeschikt wordt verklaard door de arbeidsarts.

-//-

Er moet meer worden ingezet op preventie op de werkvloer om het aantal werknemers dat ziek wordt door het werk te doen dalen.
_


Wanneer een werknemer zelf het initiatief neemt voor zijn re-integratie, verloopt deze veel doeltreffender. In dat geval wordt 78% van de werknemers door de arbeidsarts geschikt bevonden voor aangepast werk (tegenover minder dan 35% wanneer de werkgever het initiatief neemt).

Toch moeten we deze cijfers relativeren: eens de werknemer geschikt wordt verklaard voor aangepast werk, moet de werkgever nog steeds een (redelijk) voorstel doen. Hiervoor hebben we helaas geen recente bruikbare gegevens...

Meer in het algemeen moeten deze cijfers ons vooral aan het denken zetten over twee zaken:

Zolang werkgevers niet verplicht worden om mee te werken aan re-integratie, zal de meerderheid van hen verkiezen om (indien mogelijk tegen lagere kosten) afscheid te nemen van een zieke werknemer in plaats van deze een tijdelijk of permanent aangepast werk aan te bieden.

In België zijn nu meer dan 500.000 werknemers al minstens een jaar arbeidsongeschikt. Sommigen hebben tijd nodig om voldoende te herstellen om (weer) te kunnen werken, terwijl anderen nooit meer zullen kunnen werken. Het is zeker niet door hen tegen hun wil en voor hun herstel volledig is terug naar het werk te duwen dat we de situatie gaan verbeteren. Integendeel, de oorzaken van ziekmakend werk moeten worden aangepakt. Er moet meer worden ingezet op preventie op de werkvloer om het aantal werknemers dat ziek wordt door het werk te doen dalen. Zodat ze in een gunstiger en gezonder werkklimaat kunnen terugkeren naar de werkvloer.


Related articles