close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

kijker

/“Het gaat ons niet om liefdadigheid, wel om herverdeling”

TEKST Patrick Van Looveren / Foto Guy Puttemans / 13 NOVEMBER 2024 / LEESTIJD: 5 MINUTEN

In 1974 richtten ACW (nu beweging.net) en MOC, onder impuls van het ACV de organisatie Wereldsolidariteit op. Naast vakbonden wordt er samengewerkt met gezondheidsorganisaties, coöperaties, vrouwen-, jongeren- en ouderenbewegingen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Sinds 2019 gaat de ngo door het leven als WSM – We Social Movements. We maken met directeur Bart Verstraeten de balans op van 50 jaar WSM. Van ontwikkelingshulp naar internationale samenwerking, waarbij rechten en een herverdeling van de macht centraal staan.

INTERVIEW /

Wat is het dna van WSM?

“De kernwaarden van WSM zijn rechten, gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Onze werkterreinen zijn waardig werk en sociale bescherming. Het gaat ons niet om liefdadigheid, wel om herverdeling. Het eerste artikel van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens stelt dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren. Maar de praktijk is helaas anders. Er wordt een loopje genomen met de rechten van groepen van mensen. Er is bijvoorbeeld nog veel werk rond gendergelijkheid. Maar er is ook discriminatie van mensen actief in de informele economie, van jongeren, ouderen, mensen met een andere seksuele oriëntatie, migranten, vluchtelingen, … Met WSM leggen we de nadruk op collectieve rechten en dus ondersteunen we sociale bewegingen van mensen die samen opkomen voor hun rechten en daarover de dialoog aangaan met overheden en werkgevers(organisaties). Om zo te komen tot een verbetering van hun werk- en leefomstandigheden en sociale rechtvaardigheid.”

Je zegt ‘het gaat ons niet om liefdadigheid, wel om herverdeling’. Die herverdeling is nodig om te komen tot de beoogde sociale rechtvaardigheid?

“Bij herverdeling gaat het niet alleen om een herverdeling van middelen. Vroeger werd gesproken over ontwikkelingshulp, cru gesteld over het helpen van de stakkers in het Zuiden. Maar je moet mensen vooral de middelen geven om zich te kunnen organiseren, zodat ze zelf kunnen opkomen voor hun rechten en hun stem kunnen laten horen. Dus je moet de macht herverdelen. De focus moet niet liggen op ontwikkelingshulp, maar op internationale samenwerking. Het is niet België of de Europese Unie dat aan Burkina Faso, Bolivia of Bangladesh moet gaan uitleggen hoe ze zich moeten ontwikkelen, neen we moeten stimuleren dat daar een krachtig middenveld kan zijn dat overheden en economische spelers uitdaagt. Ook de machtsverhoudingen tussen landen zitten helemaal scheef. We moeten de oorzaken van al die ongelijkheden aanpakken.”

Waarom is het belangrijk dat WSM en ACV goed samenwerken?

“Het ACV gaat net zoals WSM uit van een rechtenbenadering en vindt dat solidariteit niet mag stoppen aan de landsgrenzen. Vakbonden moeten samenwerken met gelijkgezinde sociale bewegingen aan die herverdeling. Een mooie illustratie hiervan is de samenwerking in 2011 rond conventie 189 en aanbeveling 201 voor ‘waardig werk voor huispersoneel’ op de Internationale Arbeidsconferentie. Het ACV gaf daarvoor een duidelijk onderhandelingsmandaat aan ACV Voeding en Diensten dat de 145.000 huishoudhulpen die in België actief zijn via dienstenchequebedrijven vertegenwoordigt. Maar toenmalig ACV-voorzitter Luc Cortebeeck schakelde ook de expertise van WSM In. Vanuit WSM werken we immers samen met de National Domestic Workers Movement (nvdr. die Jeanne Devos oprichtte) in India die bijna 2 miljoen huishoudhulpen bereikt. Een andere WSM-partner is de jongerenbeweging JOC Peru, die allerlei diensten opzet voor huispersoneel, zoals kinderopvang. Door al die wereldwijde ervaringen samen te brengen zijn we erin geslaagd om huispersoneel zelf het woord te laten nemen tijdens dit topoverleg. Zo kom je tot een breed draagvlak voor die regelgeving. Zodat huishoudhulpen nu in heel wat landen geschreven contracten krijgen, verlof krijgen betaald en toegang tot sociale bescherming.”

-//-

“We kunnen als sociale organisaties heel wat leren van elkaar” 

Bart Verstraeten

_


Een mooi voorbeeld van samenwerking is ook de Schone Kleren Campagne, gecoördineerd door WSM…

“Ook hier gaat het om netwerking tussen verschillende organisaties: vakbonden, ngo’s en consumentenorganisaties. Hoe kom je tot waardig werk in de kledingindustrie? Vroeger spraken we over de ‘verantwoordelijkheid’ van bedrijven en vrijwillige ‘gedragscodes’. Maar de taal en aanpak zijn veranderd. Het gaat nu over ketenzorgplicht. Bedrijven moeten verplicht worden om doorheen gans hun keten te kijken welke risico’s er zijn op schendingen van arbeidsrechten, mensenrechten en milieunormen. Hoe kunnen we die voorkomen? En wat als er echt schendingen zijn? Hoe compenseer je dat? Daar zijn enorme stappen vooruit gezet. Het veiligheidsakkoord in Bangladesh dat er kwam na de ramp in Rana Plaza in 2013 zou er nooit gekomen zijn als die verschillende sociale bewegingen niet samen op tafel hadden geklopt en de wereld duidelijk gemaakt dat het niet langer kon dat grote bedrijven gigantische winsten maken, terwijl ze zich geen zier aantrekken van de onderste schakeltjes in hun toeleveringsketen: de uitgebuite werkers. We hebben de Europese Unie zover gekregen dat ze er een richtlijn over stemde. Die Europese richtlijn gaat niet ver genoeg, maar is wel een opstap en een ‘wapen’ voor ngo’s en vakbonden om de bedrijfswereld zover te krijgen om echt aan ketenzorg te doen.”

Ben je nu, als directeur van WSM, optimistisch of pessimistisch? In een wereld waarin de arbeidsrechten en de democratie langs alle kanten onder druk staan en de klimaatveranderingen almaar meer ontwrichtend werken…

“Ik ben optimistisch, het glas is altijd halfvol. Als ik zie in welke moeilijke omstandigheden sociale organisaties er in slagen om mensen te blijven organiseren en een stem te geven, hun noden en verwachtingen te blijven vertalen naar het beleid, dan doe ik daar mijn hoed voor af. We kunnen als sociale organisaties heel wat leren van elkaar. We zullen onze organisatiemodellen moeten vernieuwen om in te spelen op nieuwe realiteiten. Mensen in de platformeconomie bijvoorbeeld kan je niet op dezelfde manier bereiken en organiseren als mensen die samen op een fabrieksvloer actief zijn. Een ander vraagstuk is hoe je mensen in de informele economie organiseert en toegang laat krijgen tot sociale bescherming. Via het thematisch netwerk INSP!R, dat WSM faciliteert, worden ervaringen uitgewisseld en maken sociale bewegingen samen een vuist voor een volwaardig beleid rond sociale bescherming. Met succes! In Nepal bijvoorbeeld is er een nieuwe wetgeving rond sociale zekerheid gekomen die expliciet voorziet dat mensen in de informele economie kunnen aansluiten. En – hoewel de focus van WSM ligt op waardig werk en sociale bescherming – moeten we klimaatrechtvaardigheid meenemen in ons verhaal, want de impact van de klimaatveranderingen is gigantisch.”

Meer artikels over

zorgplicht internationaal interview WSM