NATIONAAL CONGRES /
Natraject ACV-congres ‘Werk, daar is werk aan’
TEKST Patrick Van Looveren / FOTO’S Maarten De Bouw / 11 DECEMBER 2024 / LEESTIJD: 9 MINUTEN
Het nationaal congres van het ACV bevestigde de basisposities en keurde 10 actualiteitsresoluties goed. Voor het congresthema ‘Werk, daar is werk aan’ werd gekozen voor een andere werkwijze dan bij vorige congressen. Deze keer geen stemming over krachtlijnen op het congres, maar wel een open discussie in werkgroepen over drie thema’s: ‘zinvol werk vereist waardig werk’, ‘waardig werk vereist een waardig inkomen’ en ‘ons economisch en sociaal systeem herdenken’. Die discussie was niet vrijblijvend. De vele ideeën die werden geopperd in de werkgroepen, worden gebundeld in actiepunten die op hun beurt zullen worden omgezet in een 30-tal ACV-standpunten op de komende Algemene Raden.
De statuten van het ACV schrijven voor dat het ACV om de 4 jaar een congres houdt. Op zo’n congres wordt de balans opgemaakt van de voorbije vier jaar en worden de oriëntaties bepaald voor de komende jaren. “Voor dit 37ste statutaire ACV-congres kozen we voor een andere aanpak”, zeggen Marc Becker en Bart Vannetelbosch die het congres vanuit het Dagelijks Bestuur aanstuurden.
“Bij vorige congressen verdedigden militanten stellig de amendementen die hun organisaties indienden op de ontwerp-krachtlijnen. Wat hun goed recht was, maar dit leidde ertoe dat op het congres soms veel tijd verloren ging aan discussies over punten en komma’s. We wilden een meer open discussie op het congres, waar militanten in overleg met andere militanten in werkgroepen ideeën konden aanbrengen. En die aanpak wordt gesmaakt, als we de militanten mogen geloven die het evaluatieformulier invulden.”
Prioritaire actiepunten bepalen
Hoe ging het in het werk? Op het congres werden aan de hand van stellingen de drie bouwblokken ‘zinvol werk vereist waardig werk’, ‘waardig werk vereist een waardig inkomen’ en ‘ons economisch en sociaal systeem herdenken’ besproken in 12 werkgroepen. Ieder bouwblok werd dus door vier verschillende groepen behandeld. Dat leidde tot een heleboel actiepunten. Er werd dan in elk van de werkgroepen een prioritering aangebracht in die actiepunten. Alles werd achteraf samengelegd en er bleek een behoorlijk sterke consensus over welke actiepunten de belangrijkste zijn. Vaak kwamen dezelfde actiepunten of varianten daarop terug. Maar dan nog gaat het om een veelheid aan actiepunten. Het Nationaal Bestuur legt nu voor elk van de 3 bouwblokken een tiental actiepunten vast, waar op verder wordt gewerkt. Die 30 actiepunten worden elk op zich uitgewerkt tot korte ACV-standpunten waarbij de motivatie en context worden geschetst en de stappen die het ACV wil nemen om die actiepunten uit te voeren.
Actiepunten omzetten in ACV-standpunten
De uitwerking van die standpunten zal op een grondige manier gebeuren in de komende Algemene Raden (het hoogste ACV-orgaan na het statutair congres). Te beginnen met de Algemene Raad van 24 juni 2025. Het proces in de opmaak van de standpunten is verschillend naargelang de inhoud. Voor sommige standpunten kunnen we verder bouwen op bestaande standpunten en materiaal. Voor andere (volledig nieuwe) standpunten moeten we de bespreking nog opstarten.
Alle standpunten worden sowieso eerst voorgelegd aan het Nationaal Bestuur vooraleer ze ter goedkeuring aan de Algemene Raad worden voorgelegd.
Op volgende bladzijden brengen we kort verslag uit over de besprekingen in de werkgroepen op het congres, zodat je al een eerste zicht hebt op de actiepunten die verder worden uitgewerkt tot ACV-standpunten, onder voorbehoud van de goedkeuring door de Algemene Raad.
Meer over het ACV-congres
Op www.hetacv.be/nationaal-congres vind je:
• een aftermovie die een impressie geeft van het ACV-congres
• de goedgekeurde actualiteitsresoluties
• de slotspeech van ACV-voorzitter Ann Vermorgen
• het activiteitenverslag van het ACV van de voorbije jaren: bekijk de video of lees het verslag
Discussiëren over 3 bouwblokken in 12 werkgroepen
Zinvol werk vereist waardig werk
Veel werknemers hebben geen of onvoldoende grip op hun arbeidsinhoud en -omstandigheden. Dat geldt zeker voor werknemers in precaire statuten zoals flexi-jobbers, interimmers, platformwerkers, … Door de veelheid aan flexibele tussenstatuten of verzelfstandiging zijn veel werknemers momenteel niet vertegenwoordigd in het sociaal overleg. Daardoor kunnen zij hun bekommernissen niet delen, laat staan oplossen. Daarnaast is de druk op veel werknemers te hoog, waardoor ze langdurig uitvallen. Hun werk is niet zingevend, maar ziekmakend. Voor hen is het onhaalbaar om een volledige loopbaan en een pensioenleeftijd van 67 jaar te bereiken. Daarom zetten we in dit luik in op waardige arbeidsomstandigheden, voor alle statuten, om werknemers (opnieuw) meer grip te doen krijgen op hun werk en loopbaan.
De stelling die aan de congresgangers werd voorgelegd dat elke werknemer los van statuut of beroep recht moet hebben op sociaal overleg en syndicale vertegenwoordiging, leidde tot actiepunten en voorstellen om de syndicale drempels te verlagen en de bevoegdheden van de overleginstanties uit te breiden naar andere entiteiten, onderaannemers en statuten. Dat sociaal overleg moet ook tanden hebben, lees grotere bevoegdheden krijgen op het vlak van arbeidsvoorwaarden, arbeidsinhoud, arbeidsverhoudingen, arbeidsorganisatie en arbeidsomstandigheden. De vraag van de congresgangers was dan ook om tot een dwingender kader te komen voor de uitvoering van genomen beslissingen/afspraken, zowel publiek als privaat, net als sancties bij de niet-naleving ervan. De stelling dat alle werknemers moeten kunnen beschikken over individuele en collectieve loopbaanrechten was de aanleiding om te pleiten voor een recht op re-integratie en een ander eindeloopbaanbeleid. De stelling dat alle werknemers (meer) vat moeten hebben op hun loopbaanpad initieerde voorstellen zoals het klein verlet en familiaal verlof uitbreiden en lange woon-werkverplaatsingen mee laten tellen in de arbeidstijd. Om de controle op de inzet van precaire statuten aan te scherpen kwam uit de congresdiscussies om de vakbonds-afvaardigingen in ondernemingen een weigeringsrecht toe te kennen en alleszins de voorwaarden voor de inzet van flexibele statuten aan te scherpen.
Waardig werk vereist een waardig inkomen
De inkomensongelijkheid neemt wereldwijd toe, ook in België bewijst een recente studie van prof. André Decoster en anderen (lees het artikel op blz. 8). Dit ondermijnt de sociale samenhang en vertraagt de economische groei. Mensen met een te laag inkomen kunnen niet volwaardig meedraaien in de samenleving of zich verder ontwikkelen. Dat heeft niet alleen impact op henzelf, maar zo vergooi je als samenleving ook menselijk kapitaal. Er vindt weliswaar een herverdeling plaats via de sociale zekerheid en de belastingen, maar die zorgt niet voor een kentering. Er is ook meer transparantie nodig rond verloning en inkomens, om te komen tot een eerlijkere verdeling.
Gelijk loon voor gelijk werk, ongeacht leeftijd of gender was één van de voorstellen op het ACV-congres. Om inkomens te kunnen verhogen, moeten we kunnen inzetten op vrije collectieve onderhandelingen, zowel in de privésector op interprofessioneel en sectorniveau als in de openbare sectoren, zodat we alle werknemers bereiken. Een vereenvoudiging van het landschap van paritaire comités dringt zich op. Te bekijken hoe precies natuurlijk, werknemers mogen niet achteruit gaan. En er moet een algemene invoering komen van barema’s en functieclassificaties. Voor het ACV vormen brutolonen de basis voor een correcte verloning. Om de transparantie over lonen te vergroten moeten we komen tot een standaardmodel voor de loonfiche, was een actiepunt. Er moet ook een sterker kader komen voor cafetariaplannen. Omdat het niet meer dan billijk is dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, moeten alle vormen van belastingontwijking door ondernemingen en grote vermogens worden bestreden. Op het congres ging veel aandacht naar het bestrijden van sociale dumping (malafide onderaanneming, zwartwerk, substatuten, uitbuiting van mensen zonder papieren, …). De congresgangers vonden dat er een inperking moet komen van (onder)aannemingsketens, een versterking van de regelgeving rond overheidsopdrachten (Europees en nationaal) en een grotere slag- en mankracht voor de inspectiediensten en auditoraten.
Ons economisch en sociaal systeem herdenken
De ontwikkelingen op het vlak van demografie, digitalisering en klimaat dwingen ons om ons sociaal en economisch systeem te herbekijken. De noodzakelijke overgang naar een klimaatneutrale economie heeft gevolgen voor de job van heel wat mensen. Daarnaast zorgt de digitalisering en de opkomst van artificiële intelligentie voor grote veranderingen op de werkvloer. Werknemers moeten inspraak hebben in hoe bedrijven zich hierop aanpassen.
Wat de transitie naar een klimaatneutrale economie betreft, gaven de congresdeelnemers aan dat transitie een duidelijk gespreksonderwerp in het sociaal overleg moet worden, mogelijk via een transitieoverlegorgaan. Het kan niet zijn dat werknemers moeten opdraaien voor de ecologische transitie met slechtere arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Werknemers en werkzoekenden moeten begeleid worden in die transities. Met gegarandeerde persoonlijke opleidings- en begeleidingsrechten. De reconversiecellen moeten versterkt worden om werknemers wiens job op de helling staat beter te kunnen ondersteunen. Subsidies aan ondernemingen in functie van transities moeten gelinkt zijn aan sociale en klimaatvoorwaarden. En binnen de sociale zekerheid moet bescherming worden voorzien voor werknemers die geconfronteerd worden met transities. Een belangrijke rol is en blijft weggelegd voor collectieve diensten – zowel publiek als non-profit (onderwijs, zorg, mobiliteit, …). Ze vormen een garantie op een rechtvaardige verdeling. Basisbehoeften en nutsvoorzieningen moeten betaalbaar blijven, met focus op energie. Internationale arbeids-, mensen- en milieurechten moeten sterker worden afgedwongen in handelsakkoorden en in toeleveringsketens.