ACTUEEL /
100 dagen Arizona, een stand van zaken
TEKST Maarten Gerard / FOTO Branding Pot / 22 mei 2025 / leestijd: 7 minuten
We zijn de laatste dagen overspoeld door berichtgeving over het bereiken van de 100-dagen grens voor deze federale regering. Een nogal vreemde fixatie die is overgewaaid vanuit de Verenigde Staten, waar wetgeving anders tot stand komt en de eerste 100 dagen een belangrijke mijlpaal zijn. Maar desalniettemin is het goed een stand van zaken op te maken van de maatregelen die de Arizona-regering heeft aangekondigd.
Sociale protesten tegen deze regering zouden in de voorbije 100 dagen nog geen deuk in een pakje boter hebben geslagen, aldus sommigen. Dat roept meteen al de vraag op wat er dan precies aangepast zou kunnen zijn. Tot dusver heeft deze regering nog geen enkel wezenlijk voorstel neergelegd in het parlement. Veel boter is er dus nog niet geweest. Voorlopig blijven we in verwachting van de programmawet die de begroting voor 2025 moet stutten.
Al zitten er natuurlijk een hele sliert maatregelen in de pijplijn die in de dagen die volgen op dit schrijven moeten leiden tot een akkoord over de programmawet in tweede lezing. Concreet gaat het over, onder meer, de hervorming van de werkloosheid, de responsabiliseringmaatregelen voor werknemers en werkgevers bij ziekte, ingrepen in de aanvullende pensioenen en een resem fiscale bepalingen.
In de Nationale Arbeidsraad zijn we er in geslaagd een unaniem advies uit te brengen over een deel van de hervorming van het return-to-work beleid. Al zitten de voorstellen zo gebetonneerd in het regeerakkoord, dat van aanpassingen, hoe gedeeld ze ook zijn, niet te veel moet verwacht worden.
De vraag is wat er zal gebeuren met de maatregel rond de uitgestelde indexering van sociale uitkeringen en ambtenarenlonen. Binnen de NAR is unaniem gevraagd om de impact op de cao’s uit te sluiten, net als op de regelgeving die bepaalde sectoren financieren en die allemaal deze wetsartikels gebruiken als grondslag. De vraag is of dit ook zal gevolgd worden. Zo niet moeten er tal van bepalingen gewijzigd worden, anders zullen honderdduizenden werknemers ook mee de impact voelen. Voor een regering die administratieve vereenvoudiging hoog in het vaandel draagt, kan dat tellen. Maar zelfs dan stelt zich ook de vraag naar de impact op de regionale overheden, waaronder onderwijs. Sommige politieke partijen hopen al op een regionale besparing zonder actief hun nek hiervoor te moeten uitsteken.
Pensioen
De pensioenmaatregelen voor 2025 lijken waarschijnlijk wel verder doorgang te vinden, met een aanvullende heffing van 2% op aanvullende pensioenen boven de 150.000 euro en een verhoging van de Wynickx-bijdrage naar 12,5%. De huidige pensioenbonus sneuvelt dan tegen het einde van het jaar. Voor de pensioenhervorming zelf is het wachten op het rapport van het Planbureau en de eerste teksten vanuit de regering.
Het grootste dossier dat in deze programmawet zal verschijnen, is de hervorming van de werkloosheid. De haast waarmee dergelijke hervorming op een drafje door de overlegorganen is geduwd toont het gebrek aan sérieux dat deze regering en haar minister van Werk tonen ten opzichte van sociale rechten en van het sociaal overleg. En evenzeer het negeren van de belangen van de deelstaten, wat met deze premier toch dient te verbazen. Er is geen enkel wezenlijk overleg geweest tussen de regionale en federale bevoegde ministers van Werk, laat staat dat regelgeving en timing op elkaar worden afgestemd.
-//-
“Voor de pensioenhervorming is het wachten op het Planbureau en de eerste teksten vanuit de regering.”
_
Wat de hervorming precies inhoudt, lees je verderop in deze Vakbeweging, al is het voor de meest concrete bepalingen ook nog wachten tot de finale knopen worden doorgehakt. Tot dusver lijken de eerste aanpassingen op ons aandringen beperkt, maar is bijvoorbeeld tijdelijke werkloosheid wel opnieuw gelijkgesteld met gewerkte dagen, een kleine overwinning. Ziekte en mogelijk zelfs arbeidsongevallen blijven echter niet meetellen als gelijkgestelde periode.
De programmawet zal ook een resem fiscale bepalingen bevatten, waaronder te verwachten het optrekken van het vrijgestelde bedrag voor flexi-jobs van 12.000 naar 18.000 euro. De meerwaardebelasting zal er niet in te vinden zijn. Die zweeft ook nog ergens in ontwerpen rond, met elke dag een nieuw publiek voorstel om ze vooral af te zwakken.
Naast de programmawet zweven ook een reeks van koninklijke besluiten die nog niet zijn gevalideerd, zoals de verlaging van de sociale bijdragen voor de werkgevers, maar ook aanpassingen aan landingsbanen en SWT.
Gezien de werkgevers zelfs geen schijn van kritiek over de lippen konden krijgen rond de royale voordelen die ze toebedeeld krijgen, en dat wanneer overal rondgebazuind wordt dat er budgettaire problemen zijn, is er weinig terug te vinden in de adviezen van de NAR. Het voorziet in een loonplafond waarboven geen sociale bijdragen meer geheven worden. Voorlopig staat dat op 85.000 euro per kwartaal. Tegelijk wordt de structurele vermindering voor de laagste en middenlonen opgetrokken, waardoor de zeer lage loongrens met een tussenstap in april naar 3.125 euro gaat vanaf juli dit jaar. In één beweging is er ook al compensatie voorzien voor de stijging van de minimumlonen in 2026.
Loonnorm
Voor de andere KB’s, landingsbanen en SWT, komen we op het terrein van de interprofessionele onderhandelingen. Het behoud van de mogelijkheid van landingsbanen op 55 met 35 jaar loopbaan vanaf 2030 ligt in de weegschaal, net als een reeks overgangsbepalingen bij SWT waar iedereen duidelijkheid wenst. Het voorstel van KB van de minister laat nog steeds dubbelzinnigheden en problemen op het terrein toe. De Raad van State toont zich alvast vernietigend voor het retroactief ingrijpen met voorwaarden en data. Juridisch houdt het dus al geen steek.
Werkgevers plakken de advisering daarover ook aan de besprekingen rond de verlengingen van bepaalde afspraken rond landingsbanen en medisch SWT. De klok daarvoor tikt, gezien deze eind juni aflopen.
-//-
De programmawet zal ook een resem fiscale bepalingen bevatten, waaronder te verwachten het optrekken van het vrijgestelde bedrag voor flexi-jobs van 12.000 naar 18.000 euro.
_
Een doorbraak in het interprofessioneel overleg is er echter nog niet, waarbij de loonnorm zoals bij de voorbije onderhandelingen de discussies bemoeilijkt. Officieel is er een nulmarge voor de komende twee jaar. Op basis van de gefabriceerde parameters van de wet welteverstaan. En ook hier zijn vragen bij te stellen. Gelet op de gewijzigde indexvooruitzichten én de werkgeverskortingen die worden toegekend lijkt er duidelijk wel marge te zijn. Maar de minister van Werk steekt zichtzelf weg door zowel naar de loonnorm als naar de kortingen en mogelijkheden voor herberekening te wijzen. Wat eigenlijk impliciet het erkennen van de absurditeit van het systeem van de loonnorm is.
Maar dat betekent dat de discussies nog volop lopen. Hopelijk kan er de komende weken een doorbraak worden bekomen waarbij werkgevers beseffen dat ze niet tegelijk kunnen cadeaus krijgen en blijven beweren dat er absoluut geen koopkrachtverhoging mogelijk is.
Sowieso blijft de agenda van het sociaal overleg ook daarnaast nog gevuld de komende weken. In de NAR zijn intussen ook de vragen voor een vervolmaking van het eenheidsstatuut toegekomen, samen met de vraag naar de herinvoering van een proefperiode tegen 31 december 2025. Gezien de afschaffing van de proefperiode net één van de stappen was naar het eenheidsstatuut, lijkt het bijna misplaatste humor van de bevoegde minister.