ACTUEEL /
Stratego voor gevorderden
TEKST Maarten Gerard / FOTO Chat GPT / 18 JUNI 2025 / LEESTIJD 2 MINUTEN
Het interprofessioneel loonoverleg zit geblokkeerd. Met een loonnorm van 0% en werkgevers die geen enkele opening laten valt er dan ook niets te rapen. Ondertussen is ook een discussie gaande over (de verlenging van) de eindeloopbaanmaatregelen en werkt de regering aan de uitvoering van een aantal voorstellen uit haar regeerakkoord. Alle maatregelen zijn met elkaar verweven en zijn het voorwerp van politieke deals. Stratego voor gevorderden dus.
We zijn ondertussen half juni en tot dusver kunnen we niet spreken van een doorbraak in het interprofessioneel loonoverleg. Half mei kwam minister van Werk Clarinval met een zogenaamd bemiddelingsvoorstel. Zogenaamd, want inhoudelijk was het vooral zo uitgewerkt dat er vanuit de minister geen concrete pistes werden voorgelegd. Het voorstel maakt gewoon een oplijsting van feiten, zonder de onderlinge logica te bekijken: de loonnorm is 0%, de inflatieprognoses wijzigen, het regeerakkoord maakt melding van maaltijdcheques en er bestaat zoiets als artikel 10 in de loonnormwet dat uitzonderingen toelaat.
Kortom, een alles- en dus nietszeggende tekst die de werkgevers toeliet om volledig op het standpunt van een 0%-loonnorm te blijven kamperen, wat ze dan ook blijven doen. Voor de werkgevers kan er voorlopig geen sprake zijn van een herziening van de loonmarge of zelfs nog maar van het toekennen van een premie. Ook maaltijdcheques kunnen niet, tenzij misschien in een traject over meerdere jaren – lees als voorafname op volgende akkoorden – zonder nu al iets toe te kennen. Toevallig of niet is ook de regering opeens heel stil over de maaltijdcheques, terwijl ze zich er bij haar start nog over op de borst klopte.
Op 11 juni tekenden de sociale partners vanuit de Groep van 10 dan ook officieel hun niet-akkoord met de loonnorm. Het valt te bekijken of de regering alsnog met een voorstel komt en welke vorm dit dan zal aannemen.
Discussie over eindeloopbaanmaatregelen
Een andere zaak is de discussie over de eindeloopbaanmaatregelen. De specifieke regimes SWT en de bijhorende cao’s eindigen op 30 juni door de beslissingen in het regeerakkoord, met uitzondering van medisch SWT. Maar voor dat medisch SWT moet de cao dan wel verlengd worden, net als voor de aflopende cao’s rond landingsbanen vanaf 55 en de speciale regimes in bouw, nachtwerk etc. De verlenging spoort samen met de aanpassing van de bijhorende KB’s waarbij minister Clarinval de landingsbanen op 55 zou schrappen vanaf 2030, tegen het regeerakkoord in. De besprekingen over de aanpassingen aan de KB’s en de verlenging van de bijhorende cao’s zijn wel lopende. Niets te vroeg gezien ze aflopen op 30 juni. We hopen dan ook een deel van de juridisch onzekerheden rond SWT mee opgelost te krijgen. Binnenkort daar dus meer over. We mogen hopen hierover op het moment dat dit magazine in de bus valt witte rook te hebben, maar zoals steeds in deze discussies werken dergelijke akkoorden alleen als de afspraken als één geheel en ondeelbaar worden uitgevoerd. Zodra er over zowel de eindeloopbaanmaatregelen als eventueel de koopkrachtmaatregelen duidelijkheid is kunnen de sectoren aan zet komen. Voor de verlengingen van de cao’s wordt het dan weer kort dag, dus het wordt nog te bekijken hoe we dat opvangen.
-//-
“Voor de werkgevers kan er voorlopig geen sprake zijn van een herziening van de loonmarge of zelfs nog maar van het toekennen van een premie.”
_
UitwerkingArizona-beleidsmaatregelen
De regering gaat intussen verder met het uitwerken van haar beleid. De programmawet ligt sinds eind mei voor in het parlement. Intussen zijn er al veel zaken uit verdwenen en verschoven naar andere wetgeving voor een later tijdstip. Het hele luik re-integratie en de responsabiliseringsmaatregelen zouden opgenomen worden in een nieuwe wet. Wat in dit stadium overblijft is een reeks fiscale maatregelen, de uitgestelde indexering van de uitkeringen, een uitbreiding van het pleegouderverlof, de inperking van de pensioenindexatie en vooral de hervorming van de werkloosheid.
Eerst de fiscale maatregelen. De programmawet brengt een reeks maatregelen in stelling uit het luik ‘sterkste schouders’ zoals een verstrengde DBI-aftrek, de carried interest en de exit taks. Belangrijk is ook de aanscherping van de effectentaks, al blijft zonder toegang tot het centraal dataplatform van de rekeningen maar de vraag wat het effect zal zijn.
De wet legt ook het principe van een loonplafond in de sociale zekerheid vast, het maximumloon waarboven geen sociale bijdragen moeten worden betaald. Het bedrag zelf zal per KB kunnen worden aangepast, maar zou starten op 90.000 euro per kwartaal. Een groot cadeau aan bedrijven voor hun grootverdieners. In cynische equivalentie worden tegelijk de indexeringen voor de uitkeringen en ambtenarenlonen uitgesteld tot telkens 3 maanden na de overschrijding van de spilindex. Op vraag van de NAR zijn de cao’s die deze wettelijke bepalingen gebruiken vrijgesteld en blijft daar de huidige termijn van indexatie gelden. Ook voor de federale publieke sectoren gezondheidszorg, inclusief openbare thuisverpleging en openbare wijkgezondheidscentra geldt een uitzondering. Zij behouden het oude systeem.
Voor pensioenen bevat de wet al de beperking van de indexering van de hoogste pensioenen tot eind 2029. Iedereen boven het maximumplafond van een bruto pensioen van 5.250 euro krijgt enkel nog een indexatie gelijk aan deze voor het minimumpensioen. Nieuw is dat de maatregel maximaal bij 5 indexaties zal worden toegepast indien er meer plaatsvinden vóór die datum. De maatregel treft voornamelijk de publieke sector, maar het raakt ook de gemengde loopbanen en enkele specifieke werknemerspenisoenen.
Het grootste luik en de zwaarste besparing zit natuurlijk in de werkloosheid. Op basis van de besprekingen voor en na de eerste lezing zijn een aantal elementen verzacht. Kunstwerkers werden er uitgehaald, tijdelijke werkloosheid wordt nu gelijkgesteld met gewerkte dagen voor het openen van het recht op werkloosheid en de inkomensgarantie-uitkering zal niet worden beperkt voor diegenen die minstens halftijds werken. Kleine overwinningen, maar het geheel blijft diep problematisch. Zo is er voor jongeren zonder diploma geen recht meer op inschakelingsuitkeringen en er zijn geen uitzonderingen op de beperking in de tijd voor oudere werklozen, werklozen met een arbeidsbeperking, of wie een opleiding volgt. De onkunde en het gebrek aan inschatting van de gevolgen bleek nogmaals na de besprekingen in de Commissie sociale zaken toen bleek dat amper 10% van de langdurig werkzoekenden ouder dan 55 hun uitkering zullen behouden. Ondanks dat we dit al vanaf het begin aankaartten, viel iedereen zogezegd uit de lucht dat de loopbaanvoorwaarde van 30 en al zeker 35 jaar ongemeen hard is voor deze groep. Het valt te bekijken of er alsnog bijsturingen komen.
-//-
Iedereen boven het maximumplafond van een bruto pensioen van 5.250 euro krijgt enkel nog een indexatie gelijk aan deze voor het minimumpensioen.
_
De stemming in de Kamer is voorzien eind juni, maar de inwerkingtreding van het luik werkloosheid kan pas na het goedkeuren van een koninklijk besluit dat pas genomen wordt bij het afkloppen van de meerwaardebelasting. Een politieke deal dus. Maar die meerwaardebelasting is nog steeds niet rond. Met alle lopende besprekingen en lopende dossiers, waaronder intussen ook de supplementen in de gezondheidszorg, lijkt het waarschijnlijk dat we weer afstevenen op een grote discussie en mogelijke beslissingen in de vorm van een Zomerakkoord.
Ondertussen beginnen ook adviesvragen voor andere maatregelen binnen te druppelen in de Nationale Arbeidsraad. Daar zijn nu voorstellen toegekomen over de vervolmaking van het eenheidsstatuut samen met de vraag naar de herinvoering van een proefperiode en nu ook een voorstel rond de annualisering van de arbeidstijd. Allerminst evidente dossiers. Volgens de aankondigingen broedt de minister van Werk ook op een wet die alle andere bepalingen van het regeerakkoord zou bevatten zoals de inperking van de opzegtermijnen en de uitbreiding van overuren. Daar is het nog wachten op een adviesvraag om te beoordelen wat het precies wordt.