ACTUEEL /
Nieuwe IAO-conventie moet werknemers beter beschermen tegen biologische risico’s
TEKST Karin Debroey / FOTO Violaine Martin/ILO / 18 juni 2025 / leestijd 5 minuten
Van 2 tot 13 juni vond in Genève de 113de Internationale Arbeidsconferentie plaats. Een 5000-tal afgevaardigden van regeringen, werkgevers en vakbonden van 187 landen kwamen samen om afspraken te maken ter verbetering van de rechten en situatie van werknemers. Dit alles in de schoot van de Internationale Arbeidsorganisatie, de IAO. Een delegatie van het ACV, onder leiding van Ann Vermorgen, nam actief deel aan de besprekingen in de diverse commissies.
De blikvanger was ditmaal een nieuwe IAO-conventie die werknemers beter moet helpen beschermen tegen biologische gevaren. Dit gaat onder andere over de blootstelling aan bacteriën, virussen en schimmels. De COVID-19-pandemie heeft aangetoond hoe belangrijk het is werknemers daar afdoende tegen te beschermen. Maar ook in ‘normale’ tijden worden werknemers blootgesteld aan deze micro-organismen in de zorg, labo’s, afvalverwerking, voedingsindustrie, … Onder druk van de werknemersgroep werden ook de gevaren die contacten met planten en dieren met zich kunnen meebrengen opgenomen in de conventie en de aanbeveling. De landen die de conventie en aanbeveling ratificeren moeten hun beschermingswetgeving hieraan aanpassen.
Op weg naar IAO-conventie over platformwerk
Er werd dit jaar ook een belangrijke eerste stap gezet naar een internationale regelgeving rond platformwerk. Platformwerkers zijn in alle landen ter wereld een groeiende groep werknemers. Vaak zonder duidelijk statuut, met amper tot geen toegang tot sociale rechten. Voor de vakbonden moet internationale regelgeving een betere bescherming van platformwerkers voor ogen hebben. Er werd in dit eerste jaar van de onderhandelingscyclus die over twee jaar loopt al een belangrijk resultaat geboekt: de uitkomst wordt een conventie, dus een dwingend wetgevend kader. Maar er blijft nog heel wat discussie- en onderhandelingsstof voor volgend jaar. Cruciale kwestie is dat de werkgevers niet willen erkennen dat een digitaal platformbedrijf een werkgever is. Het gaat volgens hen louter om een technologie die een zelfstandige werknemer in contact brengt met een klant voor het aanbieden van een dienstverlening. Volgens ons gaan veel platformbedrijven héél wat verder: ze controleren en organiseren het werk van hun werknemers via een niet transparant algoritme.
Van Informeel naar formeel werk
In 2015 werd met een aanbeveling aan regeringen en sociale partners voor de allereerste keer internationale regelgeving aangenomen over de transitie van informeel naar formeel werk. Nu, 10 jaar later, werd de balans opgemaakt. Ondanks heel wat goede praktijken van regeringen en sociale partners om informeel werk om te zetten in formeel werk, blijft informeel werk wijdverbreid. Wereldwijd is 60% van de werkende bevolking tewerkgesteld in de informele economie, vooral in de sectoren landbouw, bouw, transport, huispersoneel en platformeconomie. In de commissie werd een resolutie uitgewerkt met een plan van aanpak voor regeringen en sociale partners voor een betere uitvoering van de aanbeveling uit 2015. In aanloop naar de IAO-bespreking werkte WSM een brochure uit met acties van vakbonden en sociale bewegingen om betere rechten af te dwingen voor werknemers in de informele economie. Je vindt deze brochure bij dit artikel op het digitaal platform van Vakbeweging (www.vakbeweging.be).
25 landen op het beklaagdenbankje
Elk jaar is er ook een vaste commissie die toekijkt op de naleving van de afgesproken arbeidsnormen door de lidstaten. Sinds decennia is de ACV-voorzitter de woordvoerder voor de werknemersgroep in die Commissie voor de Toepassing van de Normen, en legt zoals een openbare aanklager de schendingen van de arbeidsrechten voor aan de regeringen die op het beklaagdenbankje moeten verschijnen.
Op het lijstje stonden dit jaar met stip Afghanistan, gelet op de totale onderdrukking van vrouwen op tal van domeinen, Tsjaad voor kinderarbeid, Ecuador voor de miskenning van het recht op vrije onderhandelingen en de organisatie van vakbonden, Kirgistan voor het totale gebrek aan arbeidsinspectie en Libië voor mensenhandel en het gebruik van dwangarbeid bij vluchtelingen. Een speciale zitting werd gewijd aan Wit-Rusland, omwille van de meedogenloze syndicale repressie (arrestaties, criminalisering van elke syndicale activiteit) en ook vooral omdat de regering sinds jaren de aanbevelingen van de commissie naast zich neerlegt.
De meeste regeringen van de landen die op het beklaagdenbankje terecht kwamen namen een constructieve houding aan en engageerden zich voor verdere samenwerking met de IAO voor een betere toepassing van de conventies. Een verontrustende tendens is wel dat twee landen – Afghanistan en Nicaragua - helemaal niet opdaagden. Nicaragua besloot zelfs om zijn lidmaatschap op te zeggen en zich geheel en al te onttrekken aan de IAO-supervisie van naleving van de internationale arbeidswetgeving.
In de marge van de Internationale Arbeidsconferentie dienden de Afrikaanse vakbondskoepel, de internationale sectorfederatie van de bouw BWI en heel wat vakbondsconfederaties – met inbegrip van het ACV - ook een klacht in tegen Saudi-Arabië, dat stelselmatig de arbeidsrechten van migranten uit Afrika schendt. Dwangarbeid, loondiefstal, raciale discriminatie en gevaarlijke werkomstandigheden zijn bij de meest voorkomende schendingen en die kunnen erger worden met de World Cup 2034 in zicht.
Lees ook het artikel 'IAO-conferentie: ACV hekelt Belgische sociale afbraak' op https://visie.net/artikel/iao-conferentie-acv-hekelt-belgische-sociale-afbraak
Beter toezicht op arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van vissers
Tijdens de Internationale Arbeidsconferentie ratificeerde België twee conventies: C-131 over minimumlonen en C-188 over werken in de visserijsector. Wat C-188 betreft, deden onze buurlanden Nederland, Frankrijk en Groot-Brittannië dit al eerder. De conventie stelt minimumnormen vast voor werk op vissersvaartuigen. Ze bevat bepalingen over de minimale leeftijd voor vissers, transparante arbeidsovereenkomsten, toegang tot medische zorg, fatsoenlijke accommodatie en voeding op het schip, sociale zekerheid waaronder repatriëring bij ziekte of ongeval, inspectie en handhaving van de arbeidsvoorwaarden in de visserij. De conventie is er op gericht uitbuiting te bestrijden. In de visserijsector – vooral op internationale wateren – is er vaak sprake van slechte arbeidsomstandigheden, lange werktijden, lage lonen en zelfs dwangarbeid. C-188 is een instrument om deze misstanden tegen te gaan. De Belgische overheid moet alle zeevissersvaartuigen onder Belgische vlag inspecteren. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen kan de Belgische overheid ook zeevissersvaartuigen met een andere vlag controleren in de Belgische wateren. Als tijdens de inspectie blijkt dat het zeevissersvaartuig niet aan de eisen van C-188 voldoet, kan het schip aan de ketting worden gelegd.