ACTUEEL /
Pensioenhervorming is mokerslag voor 3 op 10 werknemers
TEKST An-Sofie Bessemans / Foto Hananeko Studio / 15 oktober 2025 / leestijd 3 minuten
Werknemers getroffen door de pensioeningrepen van minister Jambon verliezen gemiddeld 318 euro per maand, een kwart van hun pensioen. Dat blijkt uit ramingen van de Federale Pensioendienst (FPD). “Niet enkel de pensioenmalus maakt slachtoffers, ook voor wie werkt tot de pensioenleeftijd dreigt fors verlies te lijden.”, zegt Anne Léonard, nationaal secretaris van het ACV die het pensioendossier opvolgt.
De FPD becijferde op vraag van de sociale partners de impact van de pensioeningrepen: de pensioenmalus, de retroactieve ‘cap’ of begrenzing van de gelijkgestelde periodes tot maximaal 20% en de koppeling van het minimumpensioen aan de werkvoorwaarde van 5000 gewerkte dagen. Toegepast op recente gepensioneerden is het resultaat glashelder: tegenover langere loopbanen zullen gemiddeld lagere pensioenen staan. Ongeveer 30% van de werknemers verliest gemiddeld 318 euro per maand, waardoor hun pensioen zakt van 1.390 naar 1.072 euro, ver onder de Europese armoededrempel.
Vrouwen en lage lonen zwaarst getroffen
De hervorming treft vooral vrouwen, 7 op de 10 getroffen werknemers zijn vrouw. Ook de allerlaagste pensioenen krijgen de zwaarste klappen: bij de 20% laagste pensioenen ziet 4 op 10 zijn of haar pensioen dalen. Wie geen voltijdse loopbaan haalt, betaalt het gelag. Zo is 44% van de bij vervroegd pensioen getroffen werknemers (langdurig) arbeidsongeschikt. Ook wie werkt tot de pensioenleeftijd, dreigt verlies te lijden door de ‘cap 20% gelijkstellingen’. De regering beweert ‘effectief werk te herwaarderen’, maar treft ook werknemers met lange loopbanen, zoals wie deeltijds werkt met een inkomensgarantie-uitkering of specifieke statuten zoals kunstwerkers en onthaalouders of werknemers die door ziekte of een arbeidsongeval net niet aan de 35 jaar geraken (voor de vrijstelling malus) of werknemers in progressieve werkhervatting.
“De enige zekerheid voor volgende generaties is een lager pensioen.”
Anne Léonard
Juridisch wankel
Het retroactief knippen in gelijkgestelde periodes veroorzaakt juridische problemen. Mensen kunnen hun loopbaan niet meer aanpassen. Dat schendt het rechtszekerheidsbeginsel en treft vrouwen disproportioneel, met risico op discriminatie.
Niks veilig gesteld voor morgen
De regering noemt de ingrepen ‘budgettair noodzakelijk’, maar ondergraaft tegelijkertijd de financiering van de sociale zekerheid. Meer dan de helft van de pensioenbesparingen gaat naar bedrijven om hun ‘competitiviteit te verbeteren’. Er wordt helemaal niks ‘veilig gesteld voor de volgende generaties’. Voor volgende generaties is er geen zekerheid, behalve een lager pensioen. Nu al bedraagt een pensioen gemiddeld slechts 48% van het laatste loon. België zit daarmee fors onder het Europese gemiddelde. Tegen 2070 zakt dat nog eens met 9%.