DE STELLING /
Wetsontwerp-Quintin vormt een bedreiging voor de vrijheid van vereniging
TEKST Donatienne Coppieters / FOTO Bart Dewaele / 19 NOVEMBER 2025 / LEESTIJD 5 MINUTEN
Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin heeft een voorontwerp van wet ingediend dat de regering zou toelaten om organisaties die als ‘radicaal’ worden bestempeld, te verbieden. De Ministerraad keurde het voorstel goed op 18 juli 2025. Dat veroorzaakt grote bezorgdheid bij vakbonden en middenveldorganisaties. Zij vrezen dat de wet het mogelijk maakt om op arbitraire wijze elke organisatie te ontbinden die de regering als ‘te gevaarlijk’ of ‘te radicaal’ beschouwt.
Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens (FIRM) bracht een ongunstig advies uit. Volgens het FIRM is de tekst te vaag en onduidelijk, en creëert hij een risico op willekeur en ontsporingen. In zijn huidige vorm brengt het voorstel de vrijheid van vereniging en meningsuiting – beschermd door de Grondwet en internationale mensenrechtenverdragen – in gevaar. Binnenkort wordt ook het advies van de Raad van State verwacht.
“Het wetsontwerp-Quintin vormt een
bedreiging voor de vakbonden”
Alexis Fellahi,
jurist bij de studiedienst
van het ACV
“Minister Quintin verzekert dat zijn wetsontwerp geen bedreiging vormt voor de vakbonden. Strikt genomen liegt hij niet: erkende of representatieve vakbonden zijn inderdaad uitgesloten van de toepassing,” zegt Alexis Fellahi van de ACV-studiedienst. “Maar wat Quintin niet benadrukt is dat wanneer de regering vindt dat een vakbond afwijkt van zijn ‘verklaarde of erkende doel’ en daden stelt die een ‘ernstige en actuele bedreiging vormen voor de nationale veiligheid of de duurzaamheid van de democratische orde’, het voorstel wél kan worden toegepast.”
Die uitzondering geldt ook voor andere zogezegd uitgesloten categorieën zoals erkende politieke partijen, erediensten en beroepsorganisaties. “De uitsluiting is dus geen echte uitsluiting. Dat is bijzonder verontrustend.”
Fellahi geeft een concreet voorbeeld: “Toen het ACV een mailing stuurde naar zijn leden die in 2026 geconfronteerd zouden worden met het verlies van werkloosheids-uitkeringen, werd de vakbond door een regeringslid meteen beschuldigd van ‘manipulatie’ en ‘praktijken die mensen bang maken en de straat op sturen’. Terwijl het ACV gewoon correct informeerde.”
Hoewel het ACV die beschuldiging weerlegde, toont het incident volgens Fellahi hoe snel sommige politici geneigd kunnen zijn om vakbonden af te schilderen als een bedreiging voor de democratische orde. “Als een minister op basis van zo’n interpretatie kan oordelen dat een vakbond zijn doel ‘verlaat’, dan komt zelfs een erkende vakbond in het vizier.”
Daarom is de ongerustheid groot. “Zelfs al zou er een echte immuniteit bestaan – wat niet zo is – dan nog hebben vakbonden redenen om zich zorgen te maken over de gevolgen voor andere middenveld-organisaties waarmee ze samenwerken. Ook die kunnen getroffen worden, direct of indirect.”
“Dit wetsontwerp bedreigt
de vrijheid van vereniging en de mensenrechten”
Pierre-Arnaud Perrouty,
directeur van de Liga voor
Mensenrechten
“De tekst voorziet in de ontbinding of het verbod van bepaalde groeperingen, met of zonder rechtspersoonlijkheid. Dat is een rechtstreekse inbreuk op de vrijheid van vereniging en een indirecte inbreuk op de vrijheid van meningsuiting”, stelt Pierre-Arnaud Perrouty van de Liga voor Mensenrechten.
De vrijheid van vereniging – het recht om zich te organiseren, groepen op te richten en een publiek discours te voeren – is een essentiële pijler van de democratie. Ze geldt voor formele of informele groepen, sociale bewegingen en activistische organisaties, ongeacht of men het eens is met hun standpunten. Daarom wordt dit recht beschermd door de Belgische Grondwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en internationale verdragen zoals het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.
“Het fundamentele probleem,” legt Perrouty uit, “is dat het voorstel de uitvoerende macht de bevoegdheid geeft om een organisatie via een koninklijk besluit te ontbinden. Maar in een democratie mag een regering of minister dat niet kunnen beslissen; dat is een bevoegdheid van de rechterlijke macht.”
Volgens de regering viseert het wetsvoorstel onder meer pro-Palestijnse bewegingen en radicale ecologische groepen.
De organisaties Samidoun en Code Rouge/Rood werden expliciet genoemd, hoewel ze tot nu toe nooit vervolgd of veroordeeld werden.
“Het risico bestaat dat deze maatregel later wordt uitgebreid naar andere organisaties,” waarschuwt Perrouty. “Er zijn wel ‘waarborgen’ voorzien: vakbonden, politieke partijen, erkende erediensten en middenveldorganisaties zouden niet geviseerd worden – tenzij ze zouden ‘afwijken’ van hun oorspronkelijke doel. Maar wie bepaalt dat? Als een minister vindt dat een organisatie te kritisch is of zich uitspreekt over een thema dat volgens hem buiten haar doel valt, kan dat leiden tot ontbinding. Dat is bijzonder problematisch.”
“Zo zou een minister kunnen oordelen dat een jeugdorganisatie ‘geen politiek mag voeren’ en dat deelname aan een actie tegen extreemrechts een afwijking van haar doel vormt. Die interpretatie ligt volledig open. Het voorontwerp biedt geen enkele garantie dat dit soort misbruik wordt voorkomen.”
Kom naar debat over wetsontwerp-Quintin
Op donderdag 27 november wordt van 18.00 u. tot 20.00 u. in de Brusselse Pletinckxstraat 19 een debat georganiseerd over het wetsontwerp van minister Quintin en de reële bedreigingen dat dit meebrengt. Het recht om te protesteren en je te organiseren staan op het spel voor vakbonden, ngo’s en burgercollectieven. De rechtsstaat en democratie zijn in gevaar. Met Alexis Fellahi (ACV-studiedienst), Sixtine Van Outryve (Brussels Antifascistisch Front) en Carine Thibaut (Amnesty International).
Iedereen is welkom. Na het debat worden een drankje en wraps aangeboden. Schrijf je hier in.
