close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

ACTUEEL /

Gedeeltelijke indexsprong treft helft werknemers

TEKST François Sana / Foto Dejan Dundjerski / 17 december 2025 / leestijd 5 minuten

Het mechanisme van de automatische loonindexering wordt opnieuw aangevallen. De door de Arizona-regering geplande gedeeltelijke indexsprong komt werkgevers en overheid ten goede, maar tast de koopkracht van werknemers en sociale uitkeringsgerechtigden ernstig aan.

Op 24 november 2025 kondigde de Arizona-regering aan dat ze in 2026 en 2028 een dubbele gedeeltelijke indexsprong wil doorvoeren. De lonen boven 4.000 euro bruto zouden gedeeltelijk niet geïndexeerd worden, alleen voor het deel boven die grens. Voor sociale uitkeringen geldt een drempel van 2.000 euro bruto.

Besparing voor werkgevers en overheid

De maatregel levert werkgevers een directe besparing op voor hun werknemers met een loon boven 4.000 euro bruto. De regering wil de helft van die besparing recupereren via een bijdrage aan de overheid, wat sterk doet denken aan de loonmatigingsbijdrage uit 1984. In de publieke sector vormt de niet-indexering van lonen en uitkeringen een rechtstreekse besparing voor de overheid. In totaal rekent de regering op 272 miljoen euro in 2026 en 883 miljoen euro in 2029. Dat bedrag omvat zowel de besparingen op uitkeringen en lonen van ambtenaren als de inkomsten uit de bijdragen van bedrijven.

Helft van loontrekkenden geviseerd

De grens van 4.000 euro ligt rond het mediaanloon. Volgens Statbel bedroeg het mediaanloon in 2022 3.728 euro en zal dit door de indexering in 2025 dicht bij de 4.000 euro liggen. Ongeveer de helft van de werknemers wordt dus geraakt. Voor de drempel van 2.000 euro bij uitkeringen bestaat geen inhoudelijke verantwoording. Het gaat om een louter budgettaire keuze.

De maatregel roept tal van praktische vragen op.

• Wat wordt met ‘loon’ bedoeld: Het gemiddelde maandloon, het jaarloon gedeeld door twaalf, …? Worden premies meegerekend of niet? Tellen de eindejaarspremie en het vakantiegeld mee en zo ja, hoe wordt het verschil tussen arbeiders en bedienden verwerkt? Wat met tijdelijke afwezigheden?

• Werknemers kunnen meerdere jobs combineren en zo onder de drempel blijven, ook al ligt hun totale inkomen erboven. Hoe wordt deeltijds werk meegerekend?

• Hoe wordt rekening gehouden met verschillende indexeringsmomenten?

Het is zeer onzeker of hierover tegen januari 2026 duidelijke antwoorden zullen bestaan.

 

-//-

Een gedeeltelijke of beperkte indexering is ook schadelijk voor de solidariteit tussen werknemers.

_

 

Onaanvaardbaar!

Deze inperking van de indexering is onaanvaardbaar. Ze ondermijnt de collectieve arbeidsovereenkomsten en het sociaal overleg tussen werkgevers en werknemers. Het aanpassen van de index betekent dat de lonen voor een zeer groot aantal werknemers en uitkeringsgerechtigden niet langer worden aangepast aan de levensduurte.

In de praktijk verhoogt het voorgestelde systeem de complexiteit en de ondoorzichtigheid van de brutoloonvorming enorm. Het wordt quasi onmogelijk om de juistheid van het nettoloon te controleren. Denk bijvoorbeeld aan honderden verschillende tarieven voor werknemersbijdragen aan de sociale zekerheid, die zullen variëren naargelang het loon boven de 4.000 euro bruto.

Bovendien wordt ook de loonnorm op de helling gezet. De regering had die zelf vastgelegd op 0%, rekening houdend met de indexeringen in 2025 en 2026. Door te stellen dat de loonnorm afhankelijk is van de indexering, spreekt de regering zichzelf tegen, aangezien beide instrumenten nu samen tegen de werknemers worden ingezet.

Raming impact

Onderstaande tabel geeft een raming van de impact van een dergelijke indexsprong voor verschillende voltijdse loonniveaus. Ze is gebaseerd op een inflatiehypothese van 2% per jaar. Het is onduidelijk of de regering het vakantiegeld en de 13de maand (die technisch gezien loon zijn) meerekent bij de bepaling van de grens van 4.000 euro bruto per maand. Dat maakt een aanzienlijk verschil. Doe je dat wel, dan moet je uitgaan van een loon van 3.473 euro vóór vakantiegeld en 13de maand. In de tabel gaan we hiervan uit.

Solidariteit ondergraven

Een gedeeltelijke of beperkte indexering is ook schadelijk voor de solidariteit tussen werknemers. Gezien de vele vragen die dit systeem oproept, zullen er onvermijdelijk tal van ongelijkheden ontstaan. Dat ondergraaft de solidariteit tussen werknemers, terwijl de zogezegde sociale correctie in werkelijkheid neerkomt op een herverdeling van lonen naar kapitaal, zelfs als een deel door de staat wordt afgeroomd.

Ook economisch is dit problematisch. De hoogste lonen bevinden zich net in de meest productieve sectoren, waar de loonkost minder doorweegt. Precies daar worden de lonen nu beperkt, wat het gebruik van alternatieve verloningsvormen nog verder zal aanmoedigen.

Haaks op belofte om werk te belonen

Deze maatregel is principieel onaanvaardbaar en praktisch onuitvoerbaar. De regering kiest er ideologisch voor om bedrijven te bevoordelen en werknemers te laten betalen, terwijl er alternatieven bestaan om de sterkste schouders - de rijkste gezinnen en de grote ondernemingen – eerlijker te laten bijdragen. De automatische indexering – een belangrijke syndicale verworvenheid – is bijzonder doeltreffend om werknemers te beschermen tegen de stijgende levensduurte. Ze ondermijnen staat haaks op de regeringsbelofte om werken te belonen.

Meer artikels over

index

Related articles