ZWART OP WET /
Hof van Justitie bevestigt: EU mag optreden voor toereikende minimumlonen
TEKST Alexis Fellahi / Foto PreciousJ / 17 december 2025 / leestijd 4 minuten
Mogen Europese instellingen zich bemoeien met minimumlonen? Die vraag stond centraal in een zaak die Denemarken aanspande tegen de EU. Met een recent arrest van het Hof van Justitie komt er eindelijk duidelijkheid over hoever de EU mag gaan in het ondersteunen van eerlijke lonen en sterke collectieve onderhandelingen. Dat is belangrijk nieuws voor werknemers en vakbonden in heel Europa.
Het Europees Parlement en de Raad namen op 19 oktober 2022 een richtlijn aan over toereikende minimumlonen. Deze richtlijn wordt beschouwd als een van de meest markante sociale wetgevingsinstrumenten van de EU van de afgelopen jaren. Ze heeft tot doel collectieve onderhandelingen te bevorderen en ervoor te zorgen dat de lidstaten mechanismen invoeren die garanderen dat hun wettelijk minimumloon voldoende is om van te leven. Niet alle lidstaten waren het daar mee eens. Vooral Denemarken stelde de vraag of de EU wel bevoegd is om regels vast te leggen die verband houden met lonen. Het land stapte naar het Hof van Justitie van de EU en diende een beroep tot nietigverklaring van de richtlijn in.
Positieve gevolgen voor werknemers en economie
In een arrest van 11 november 2025 heeft het Hof de fundamentele beginselen van de richtlijn bevestigd, evenals de bevoegdheid van de EU om op dit terrein wetgevend op te treden. Het Hof verwierp dus het verzoek van Denemarken om de richtlijn in haar geheel nietig te verklaren.
Het Hof vernietigde wel enkele specifieke bepalingen. Zo mochten de lidstaten niet verplicht worden om vaste criteria te hanteren bij de beoordeling van de toereikendheid van het wettelijk minimumloon. Ook de bepaling die verbood dat een automatisch indexeringsmechanisme zou kunnen leiden tot een verlaging van het minimumloon, werd vernietigd. Op deze twee punten oordeelde het Hof dat de Europese wetgever te ver was gegaan. Met andere woorden: de lidstaten behouden hier een zekere beleidsruimte.
-//-
“Deze richtlijn wordt beschouwd als een van de meest markante sociale wetgevingsinstrumenten van de EU van de afgelopen jaren.”
_
Voor het overige bevestigde het Hof de geldigheid van de richtlijn en liet het de belangrijkste bepalingen intact. Zo blijven lidstaten verplicht om procedures en criteria vast te leggen voor de periodieke beoordeling van de toereikendheid van het wettelijk minimumloon. Cruciaal is bovendien dat zij maatregelen moeten nemen ter bevordering van collectieve loononderhandelingen. Lidstaten waar minder dan 80% van de werknemers onder collectieve onderhandelingen valt, moeten een actieplan opstellen om die dekkingsgraad te verhogen.
Na omzetting zal de richtlijn in belangrijke mate bijdragen tot een verhoging van de minimumlonen in Europa, met positieve gevolgen voor zowel werknemers als de economie. De Europese Commissie zal er op moeten toezien dat de richtlijn correct wordt omgezet in de lidstaten en zal, indien nodig, inbreukprocedures moeten opstarten. Ook op nationaal niveau is syndicale druk nodig om een correcte en ambitieuze omzetting af te dwingen.
Impact reikt verder
De impact van dit arrest reikt verder dan de loutere bevestiging van de richtlijn inzake toereikende minimumlonen. Het Hof verduidelijkt hoe de uitsluiting van EU-bevoegdheid op het vlak van verloning moet worden geïnterpreteerd. Daardoor opent het arrest de deur voor andere Europese wetgevende initiatieven inzake arbeidsvoorwaarden. Het is nu duidelijk dat de Europese wetgever bevoegd is wanneer regelgeving slechts een indirecte impact heeft op de lonen en er geen sprake is van een rechtstreekse inmenging in de nationale loonvorming. Dit arrest betekent dan ook een duidelijke versterking van de sociale dimensie van Europa.