ONDERNEMING /
Hoog tijd voor een regulering van AI in ondernemingen
TEKST Manon Van Thorre / FOTO Summit Art Creations / 14 JANUARI 2026 / LEESTIJD 4 MINUTEN
Op 17 december hebben de Europarlementsleden met een zeer ruime meerderheid een tekst goedgekeurd met een reeks aanbevelingen1 aan de Europese Commissie over digitalisering, artificiële intelligentie (AI) en algoritmisch management op het werk. Het is nu aan de Commissie om te handelen, want alleen zij kan een wetgevend initiatief nemen op dit vlak.
Vandaag bestaat er noch op Europees, noch op Belgisch niveau een specifieke wetgeving die het gebruik van AI-technologieën op de werkvloer regelt, terwijl de nood aan regulering steeds dringender wordt. Om een idee te geven: in België gebruikte in 2025 al meer dan één onderneming op drie (34,5%) minstens één technologie van artificiële intelligentie2. Bovendien belooft de impact op werknemers zeer groot te zijn.
Men denkt vaak in de eerste plaats aan de impact van AI op de arbeidsmarkt, aan de risico’s op jobverlies en aan de kansen op nieuwe jobs en, meer algemeen, aan de ingrijpende veranderingen in de aard van het werk, waarbij bepaalde taken geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd kunnen worden. Maar de impact van AI weerspiegelt zich vandaag al – en zal zich ook blijven weerspiegelen – in het dagelijkse werk van werknemers.
Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen het gebruik van AI-technologieën in het werk zelf (meestal via generatieve of voorspellende AI-tools), en AI-technologieën die worden ingezet in het personeelsbeleid (de zogenaamde “algoritmische managementsystemen”) waarbij AI wordt gebruikt voor aanwervingen, het opstellen van uurroosters, het bepalen van pauzes of doelstellingen, of bij evaluaties.
Die algoritmische managementsystemen houden grotere risico’s in voor de arbeidsvoorwaarden en vooral voor het welzijn op het werk. Studies tonen aan dat het toenemende gebruik van AI kan leiden tot meer psychosociale risico’s, zoals extra werkdruk, stress, angst om de job te verliezen mede door de ondoorzichtigheid van beslissingen die door machines worden genomen.
Europese AI-verordening is onvoldoende
De Europese AI-verordening van 13 juni 2024 was een eerste stap in de regulering van deze technologieën. Ze richt zich vooral op de toelating van AI-technologieën in functie van het risico dat ze vormen: hoe hoger het risico, hoe strenger de regels.
Hoewel sommige bepalingen relevant zijn voor het gebruik van AI op de werkvloer, biedt deze verordening onvoldoende bescherming tegen de problemen die werknemers vandaag ervaren. Bovendien dreigt een deel van de inhoud en vooral de timing van de verplichtingen te worden afgezwakt via de nieuwe Omnibus-richtlijn3.
Door de snelheid van deze ontwikkelingen en hun grote impact zijn de wettelijke beschermingen voor werknemers vandaag duidelijk onvoldoende. Zonder duidelijke en afdwingbare regels dreigt AI de kwaliteit van jobs en de rechten van werknemers te ondermijnen. Daarom verwelkomt het ACV dit duidelijke politieke signaal van het Europees Parlement: onbeperkte en ongereguleerde AI op het werk is onaanvaardbaar.
-//-
Algoritmische managementsystemen houden GROTE risico’s in voor de arbeidsvoorwaarden en vooral voor het welzijn op het werk.
_
Wat stelt het Europees Parlement concreet voor?
In de resolutie erkent het Europees Parlement dat algoritmisch management oorspronkelijk vooral werd gebruikt door digitale platformen, maar intussen overal op de arbeidsmarkt is doorgedrongen. Een jaar geleden werd al een richtlijn aangenomen voor platformwerkers, met belangrijke regels over algoritmisch management. Die geldt echter enkel voor platformwerkers.
Met deze nieuwe resolutie vraagt het Europees Parlement om die bescherming uit te breiden naar alle werknemers in Europa, in alle sectoren. Het Parlement pleit daarom voor een nieuwe richtlijn met duidelijke regels over transparantie, overleg en menselijke controle bij het gebruik van algoritmische (management)systemen op het werk. Enkele kernpunten uit het voorstel:
1. Menselijke controle en toezicht
Elke beslissing die door AI wordt genomen of ondersteund – zeker in het kader van personeelsbeheer – moet altijd onder echte, doeltreffende menselijke controle staan. Een machine mag nooit autonoom beslissen over werknemers.
2. Transparantie en recht op informatie
Werkgevers moeten de betrokken werknemers en hun vertegenwoordigers schriftelijk en op een begrijpelijke manier informeren over het (geplande) gebruik van algoritmische systemen op de werkvloer.
Die informatie moet worden verstrekt:
• uiterlijk op de eerste werkdag van de betrokken werknemer,
• vóór elke belangrijke wijziging in arbeidsvoorwaarden,
• en op elk moment op verzoek van de werknemer of zijn/haar vertegenwoordiger.
Werknemers moeten weten dat ze met AI werken, welke persoonsgegevens worden gebruikt, waarom en met welk doel. Er moet ook transparantie zijn over hoe de algoritmes werken.
3. Informatie en overleg met de werknemersvertegenwoordigers
De invoering of wijziging van algoritmische systemen die een impact hebben op loon, evaluatie, werkorganisatie, taakverdeling of arbeidstijd moet het voorwerp zijn van informatie- en overlegprocedures, aangezien het gaat om beslissingen die aanzienlijke veranderingen kunnen meebrengen in de arbeidsorganisatie of de contractuele relaties. Dat geldt ook voor de opleidingen die nodig zijn om werknemers nieuwe vaardigheden aan te leren en hen te helpen zich aan te passen aan veranderende taken.
4. Verboden praktijken
De richtlijn zou onder meer moeten verbieden:
• het verzamelen of verwerken van emotionele, psychologische, neurologische of biometrische gegevens van werknemers;
• het monitoren van privécommunicatie;
• het verzamelen van gegevens buiten de arbeidstijd.
Volgens de GDPR (Algemene Verordening Gegevensbescherming) behoren ook vakbondsgegevens tot de gevoelige gegevens en moeten ze dus absoluut beschermd blijven.
5. Welzijn, gezondheid en veiligheid
Werkgevers moeten, samen met de werknemersvertegenwoordigers, de risico’s van algoritmisch management opnemen in hun welzijnsbeleid. Dat geldt voor:
• arbeidsongevallen,
• psychosociale risico’s,
• ergonomische belasting,
• en buitensporige werkdruk.
AI mag het welzijn en de fysieke en mentale gezondheid van werknemers niet ondermijnen. Waar nodig moeten preventieve maatregelen worden genomen. De welzijnswetgeving moet worden nageleefd en er moeten regelmatig risicoanalyses gebeuren, met betrokkenheid van de werknemersvertegenwoordigers.
1. Volledige tekst: https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-10-2025-0337_NL.html
2. Statbel-enquête: https://statbel.fgov.be/nl/themas/ondernemingen/ict-en-e-commerce-bij-ondernemingen
3. https://digital-strategy.ec.europa.eu/nl/library/digital-omnibus-regulation-proposal
AI moet het onderwerp zijn van sociaal overleg
Het ACV heeft niet gewacht op dit Europese initiatief om onderhandelingen op te starten over de invoering en het gebruik van AI op de werkvloer. AI moet het onderwerp zijn van sociaal overleg in alle betrokken sectoren en ondernemingen, zodat alle werknemers die ermee te maken krijgen – omdat ze ermee werken of omdat ze de gevolgen ondervinden – vertegenwoordigd zijn en hun rechten worden verdedigd.
Daarom heeft het ACV een model van ondernemings- of sector-cao uitgewerkt. Dat model kan ter inspiratie dienen om lokale of sectorale afspraken te maken, aangepast aan de concrete situatie. Zoals je zal merken, komen een aantal elementen overeen met de aanbevelingen van het Europees Parlement .
De model-cao rond artificiële intelligentie, die je kan inspireren voor jouw onderneming vind je via www.hetacv.be/nieuwe-technologie-op-de-werkvloer.
Het ACV is alleszins duidelijk: sociale dialoog en collectieve onderhandelingen moeten centraal staan bij de invoering en de uitrol van AI op de werkvloer.
Voor vragen hierover kan je altijd terecht bij je vakbondssecretaris.