close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

INTERVIEW /

“Brussel gaat alle werknemers van het land aan”

TEKST Donatienne Coppieters / FOTO Donatienne Coppietes en VanderWolf Images / 13 MAART 2026 / LEESTIJD: 5 MINUTEN

Na meer dan 600 dagen in lopende zaken heeft het Brussels Gewest eindelijk opnieuw een regering. Benoît Dassy, gewestsecretaris van ACV Brussel, maakt de balans op van die lange periode, kijkt naar de nieuwe beleidsverklaring en schetst de uitdagingen voor de hoofdstad.

Wat waren de gevolgen van meer dan 600 dagen zonder volwaardige Brusselse regering?

“Die gevolgen waren heel concreet, vooral voor de openbare diensten en de socialprofitsector. In de overheid konden geen nieuwe werknemers worden aangeworven, waardoor de druk op het aanwezige personeel sterk toenam. In de gesubsidieerde social profit zorgde onzekerheid over de financiering ervoor dat contracten niet werden verlengd en opdrachten onder druk kwamen te staan. Burgers voelden de impact onder meer doordat bepaalde verenigingen hun dienstverlening moesten stopzetten. Ook de RENOLUTION-premies (Brusselse renovatiepremies) werden eerst opgeschort en daarna afgeschaft voor wie zijn of haar woning wilde renoveren.”

Nu er een regering is, worden die problemen snel opgelost?

“Zeker niet. In de overheid blijft het moratorium op aanwervingen behouden en wordt het zelfs verlengd tot eind 2026. Dat treft ook operationele diensten zoals de MIVB en de afvalophaling. Daardoor dreigt de kwaliteit van de dienstverlening aan de Brusselaars te verminderen.”

Is de situatie nu duidelijker voor verenigingen?

“Er is opnieuw een gesprekspartner, maar er komen ook besparingen in de samenwerking tussen overheid en social profit. Voor veel organisaties is het nog onduidelijk wat dat concreet zal betekenen. We staan immers nog maar aan het begin van de legislatuur. Bovendien is het regeerakkoord erg beknopt: amper 25 pagina’s met een vaag budgettair kader. Ik vrees dat de regering nog lang zal discussiëren over de uitvoering ervan.”

Kon ACV Brussel het sociaal overleg onderhouden tijdens die periode?

“Dat was vaak moeilijk. Politici verscholen zich achter de ‘lopende zaken’ om geen beslissingen te hoeven nemen. Maar als vakbonden voldoende druk zetten lukte soms wel via het parlement, dat wél volledig bevoegd bleef. Een voorbeeld is de verhoging van de dienstencheques. Een ander voorbeeld is het overleg over de begeleiding van werkzoekenden die getroffen worden door de federale maatregelen rond werkloosheid.”

Geeft de nieuwe regering hoop?

“Het is in elk geval geen exacte kopie van het federale Arizona-akkoord. In de beleidsverklaring staan enkele positieve elementen. Maar de budgettaire druk kan de ambities sterk beperken.”

Is het echt noodzakelijk om zo sterk te besparen?

“Niet in de mate waarin dat soms wordt voorgesteld. Het doemscenario van een shutdown was overdreven. Tegelijk is het wel een feit dat de Brusselse schuld en de rentelasten stijgen. Dat geld gaat naar kapitaal in plaats van naar publieke investeringen.
We moeten dus nadenken over hoe het tekort kan dalen, maar dat hoeft niet alleen via besparingen. Ook extra inkomsten zijn mogelijk.”

benoit.jpg

“In de beleidsverklaring van de nieuwe Brusselse regering staan enkele positieve elementen, maar de budgettaire druk kan de ambities sterk beperken.”

Benoit Dassy

Welke sectoren riskeren het meest geraakt te worden?

“De regering rekent sterk op een hervorming van de openbare instellingen om 500 miljoen euro te besparen. Dat lijkt mij erg optimistisch als men dat zonder ontslagen wil doen. Ook in de samenwerking met de social profit zijn besparingen voorzien, maar zelfs de bevoegde minister lijkt nog niet precies te weten hoe die verdeeld zullen worden.”

Wat zijn volgens u de prioriteiten voor de komende jaren?

“Voor ACV Brussel zijn er drie grote prioriteiten. Ten eerste: de gevolgen opvangen van de uitsluitingen uit de werkloosheid, via sociale dienstverlening, opleiding en werkgelegenheidsbeleid. Ten tweede: investeren in de sectoren welzijn en gezondheid, met bijzondere aandacht voor mentale gezondheid en toegankelijke eerstelijnszorg. Ten derde: een grote hervorming van het openbaar ambt, met onder meer aandacht voor interne mobiliteit, loopbaanontwikkeling en het behoud van verworven rechten bij fusies. Daarnaast is er nood aan meer engagement van bedrijven in opleiding en stages. Bedrijven willen vaak meteen volledig opgeleide werknemers, zonder zelf tijd te investeren in begeleiding. Het is dan ook moeilijk te aanvaarden dat ze fiscale voordelen vragen voor werknemers die met publieke middelen zijn opgeleid. Tot slot moeten we ook de industriële dynamiek in Brussel versterken. Zo mag de site van Audi Brussels niet braak blijven liggen; er moet een nieuw industrieel perspectief komen.”

Hoe kan ACV Brussel politieke beslissingen beïnvloeden?

“Een klassieke weg is adviezen geven via Brupartners, de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Wanneer vakbonden en werkgevers samen een standpunt innemen, wordt daar vaak naar geluisterd door de politiek. Daarnaast proberen we vroeg in gesprek te gaan met ministers, nog vóór er een definitief wetsvoorstel ligt. En natuurlijk blijven lobbywerk en mobilisatie belangrijke middelen om politieke keuzes te beïnvloeden.”

Waarom is het volgende congres van ACV Brussel belangrijk voor werknemers in heel het land?

“Het congres op 1 oktober staat in het teken van ‘BXL bougeert voor werk’. We willen nagaan wat mensen helpt om werk te vinden én te behouden. We behandelen vier thema’s: sterke collectieve diensten als basis voor werk, kwaliteitsvolle opleiding en jobs, de strijd tegen discriminatie – volgens onze militanten het grootste obstakel – en betere arbeidsomstandigheden om burn-out te voorkomen.”

Waarom zou ook wie niet in Brussel woont, zich daarvoor interesseren?

“In het Brussels Gewest werken ongeveer 800.000 mensen. 400.000 daarvan wonen in Brussel. Maar Brussel is dus ook de werkplek van heel veel mensen die er niet wonen: 250.000 uit Vlaanderen en 150.000 uit Wallonië. Zij hebben er alle belang bij dat het stadsgewest goed functioneert en dat de inwoners vooruitgaan. Veel beleidsdomeinen – zoals mobiliteit of economische ontwikkeling – hebben impact op werknemers uit heel het land. Zo werkten bij Audi bijvoorbeeld heel veel werknemers uit Vlaanderen en Wallonië. De toekomst van die site gaat dus veel meer mensen aan dan alleen de Brusselaars.”

Related articles