DOSSIER VEILIG EN GEZOND WERK /
Onder de radar
TEKST Anaëlle Akwesi / Foto’s Maarten De Bouw / 8 APRIL 2026 / LEESTIJD 5 MINUTEN
23 april 2025 leek voor de 34‑jarige Andrii Syliuk een dag als een andere. ‘s Ochtends vroeg werd hij opgehaald aan het driekamerappartement dat hij met vijf andere gedetacheerde arbeiders deelde. Tegen zes uur stond hij op een werf in de Antwerpse haven. Een paar uur later lag hij onder een vrachtwagen, vechtend voor zijn leven. Het begin van een lijdensweg. Andrii vertelt wanhopig zijn verhaal. Het is niet alleen het relaas van een arbeidsongeval, maar ook van een systeem dat faalt: een systeem dat gedetacheerde werknemers naar België haalt zonder hen goed te beschermen en hen in de steek laat wanneer het misgaat.
Andrii groeide op in Lutsk, in West‑Oekraïne. “Ik ben een eenvoudige bouwvakker, heb altijd hard gewerkt. Ik wil gewoon mijn familie helpen.” Op 28 augustus 2024 kwam hij in België terecht, in dienst van een Poolse firma. Wie precies zijn opdrachtgevers waren, wist hij niet. “Ik kende alleen de naam van het bedrijf op mijn contract. Wie daarboven zat? Geen idee. Ik wist alleen dat ik naar de haven van Antwerpen moest, voor een prestigieus project.” Bij aankomst tekende hij documenten die hij nauwelijks begreep. “De veiligheidsopleiding bestond uit vijf korte vragen op een computer, waarbij drie juiste antwoorden volstonden. Daarna volgde een instructiedag, maar uitleg over mijn rechten, verzekeringen of wat er gebeurt bij een ongeval kreeg ik niet. Ze zeiden: dit is het werk, dit zijn je uren. Ik kreeg bijna 12 euro netto per uur. Geen vragen, geen discussie.”
De ochtend van het ongeval
“Hoe het ongeval gebeurde? Ik liep achter een truck door om mijn veiligheidslaarzen te halen. Toen ging het mis. De chauffeur had me niet gezien en maakte een manoeuvre. Plots lag ik tot mijn middel onder de vrachtwagen, onder het wiel. Ik overleefde door mezelf weg te duwen, maar mijn been was verbrijzeld.” Na enkele minuten verloor hij het bewustzijn. “Ik lag drie weken in coma. Artsen probeerden vier maanden lang mijn been te redden, maar uiteindelijk moest het geamputeerd worden.”
Dakloos na ontslag uit het ziekenhuis
“Meer dan acht maanden later werd ik ontslagen uit het ziekenhuis. Maar ik had geen opvang, er was geen begeleiding en geen gesprek over mijn rechten of re-integratie. In het ziekenhuis zeiden ze dat ik mij geen zorgen moest maken: ‘Er zijn veel mensen zoals jij. Het komt wel goed.’ Maar dat bleek een illusie. Er kwam geen hulp. Ik had geen onderdak en geen inkomen. Mijn Poolse werkgever drong erop aan dat ik naar Polen terugkeerde. ‘Kom naar Polen en we zien wel’, concreter werd het niet. Medisch transport? Niet voorzien. Financiële steun? Geen sprake van. Een woning? Onbestaand.” En België? Niemand leek bevoegd. België zag hem als Poolse werknemer; de socialezekerheidsbijdragen werden betaald in Polen. “Ik viel tussen de mazen van het net. Ik belandde op straat. Dakloos. Zonder been. In een land waarvan ik de taal niet sprak. Ik stond op het punt om mezelf iets aan te doen. Ik kon niet meer.”
Gered door mensen, niet door structuren
“Dat ik nog leef, heb ik te danken aan toevallige ontmoetingen.” Via een Oekraïense Facebookgroep kwam hij in contact met Anastasiia, die hem sindsdien helpt. Een journalist van Gazet van Antwerpen schreef over zijn situatie. Bart Vanraes, preventieadviseur, startte met anderen een crowdfunding ‘SOS Andrii’. Ze zochten opvang. “Ik verblijf momenteel bij Bart zijn ouders. Ze zorgen voor medische opvolging en brachten mijn verhaal naar buiten. Ik ben al die mensen eeuwig dankbaar. Het is wrang dat er geen enkele officiële instantie was om mij te helpen.”
Geen uitzondering, maar een patroon
Volgens Iwein Beirens, diensthoofd studie- en vormingsdienst van ACVBIE, is het verhaal van Andrii helaas geen alleenstaand geval. “Gedetacheerde werknemers lopen meer risico. Ze voeren vaak zwaar en risicovol werk uit, zonder volwaardige veiligheidsopleiding en met weinig toezicht. Ze werken in meertalige werfomgevingen, wat tot miscommunicatie leidt, en kloppen lange werkdagen.”
De bouwsector telt officieel 56.707 gedetacheerde werknemers en (schijn)zelfstandigen. In verhouding tot hun aantal zijn zij oververtegenwoordigd in de statistieken van zware ongevallen. “Arbeidsongevallen waarbij gedetacheerde werknemers zijn betrokken worden bovendien vaak ‘gemaskeerd’1: slachtoffers worden teruggestuurd vóór de aangifte, onderaannemers melden ongevallen bewust niet om inspecties te vermijden en werkgevers schuiven de verantwoordelijkheid van zich af in opzettelijk ondoorzichtige ketens. Heel wat buitenlandse tewerkstelling wordt bovendien niet geregistreerd. De officiële cijfers van arbeidsongevallen waarbij buitenlandse werknemers betrokken zijn, zijn dan ook een onderschatting, maar het topje van de ijsberg.”
Gedetacheerde werknemers vallen volgens EU‑regelgeving onder de sociale zekerheid van het land van herkomst, ook wanneer ze in België werken (Verordening 883/2004). Stefaan Peirsman, stafmedewerker discriminatie en migratie van het ACV: “Dat leidt vaak tot veel lagere vergoedingen dan in België. Soms is er zelfs geen dekking, wanneer werkgevers geen bijdragen betalen. Slachtoffers vallen dan tussen landen. Gedetacheerde werknemers zijn extreem kwetsbaar. Detachering is vandaag een businessmodel, gebouwd op lange ondoorzichtige onderaannemingsketens, postbusfirma’s, louche tussenpersonen en statuutconstructies. Gedetacheerde werknemers hebben geen zicht op wie aansprakelijk is bij een arbeidsongeval. Ze hebben geen middelen om lange juridische procedures te voeren en durven hun rechten niet opeisen uit vrees voor represailles of ontslag.” Iwein Beirens van ACVBIE beaamt dat er een machtsonevenwicht is. “Juridische stappen tegen malafide werkgevers zijn voor de meeste slachtoffers illusoir.”
Onzekere toekomst
Andrii leert Nederlands. “Ik probeer onder de mensen te komen, maar dat lukt niet altijd. Ik worstel met mijn zelfbeeld, heb trauma’s en pijn. Maar ik wil niet berusten. Ik wil een prothese en een goede revalidatie, zodat ik opnieuw kan werken en bijdragen aan de maatschappij. En mensen helpen, zoals ik zelf geholpen ben. Ik hoop vanuit België een toekomst te kunnen opbouwen. In Oekraïne kan ik nu niet de ondersteuning krijgen die ik nodig heb. Mijn broer zit aan het front. Voor mijn ouders zou ik een last zijn.”
28 april is de internationale dag voor veilig en gezond werk. Welke lessen wil Andrii nog meegeven? “Lees grondig je contracten. Zorg dat je weet wat je rechten zijn en dat je verzekerd bent. Een arbeidsongeval is snel gebeurd. Op elk moment kan je alles verliezen.” Iwein Beirens: “Het is aan ons als vakbond om preventie en veiligheid op de agenda te houden. Zolang accurate cijfers ontbreken, ketens ondoorzichtig blijven en de verantwoordelijkheid als een hete aardappel wordt doorgeschoven blijven mensen zoals Andrii met hun miserie onder de radar.” “De strijd tegen sociale dumping is een absolute prioriteit voor ACVBIE. Veilige werven voor alle werknemers staan daarbij op de eerste plaats. Daarom pleiten we via duidelijke beleidsvoorstellen voor strengere regels (zie kader 10-puntenplan met beleidsvoorstellen), betere controles en echte bescherming op elke bouwwerf.”, vult Patrick Vandenberghe, voorzitter ACVBIE, aan.
1. Een typisch voorbeeld van ‘Tippexongevallen’, een term die gebruikt wordt in de veiligheidswereld voor arbeidsongevallen die effectief plaatsvonden, maar niet (volledig) worden gemeld. Ze worden verborgen onder een spreekwoordelijk laagje Tipp-Ex.
10-puntenplan met beleidsvoorstellen van ACVBIE
- (Versterkte) zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot veiligheid en welzijn voor de hoofdaannemer en professionele opdrachtgever voor de werknemers van de onderaannemers en de zelfstandige onderaannemers zelf. Dit om arbeidsongevallen te voorkomen.
- Registratie en onderzoek van de arbeidsongevallen niet gedekt door een Belgische arbeidsongevallenverzekering.
- Een veralgemeende invoering van een checkin-checkout-systeem op de werven, zodat duidelijk is wie wanneer aanwezig is op de werf.
- Zorgen voor een aanzienlijke versterking en meer coördinatie van de inspectiediensten en de auditoraten (inclusief de nodige administratieve ondersteuning) en het voorzien in onderzoeksrechters gespecialiseerd in sociale dumping.
- De creatie van een ondersteuningsfonds om gedetacheerden, arbeidsmigranten en hun families bij te staan in geval van ernstige of dodelijke arbeidsongevallen of beroepsziekten.
- Mogelijkheden van de arbeidsmigrant versterken om effectief een klacht in te dienen
- Identieke veiligheids- en welzijnsverplichtingen voor binnenlandse en buitenlandse werknemers en zelfstandigen.
- De vereiste van minimale kennis van één van de drie landstalen of het Engels voor iedereen actief op de werf.
- Beperking van de keten van onderaanneming tot 2 niveaus.
- Betaling bijdragen in werkland of aan een Europese inningsinstantie in plaats van in het land van herkomst bij gedetacheerden.
Detachering?
Gedetacheerde werknemers worden vanuit één EU-land tijdelijk naar een ander gestuurd. Dat geldt ook voor werknemers van buiten de EU/EER (derdelanders) die wettig tewerkgesteld zijn in een lidstaat. Ze werken onder Belgische sectorale arbeidsvoorwaarden, maar hun socialezekerheidsbijdragen worden betaald in het land waar de onderneming gevestigd is. Bij een arbeidsongeval is dat land verantwoordelijk voor de opvolging. Detachering is geen marginaal systeem. In 2023 werden 232.000 werknemers naar België gedetacheerd: 196.000 werknemers en 38.900 zelfstandigen. Eén op vijf gedetacheerde werknemers is een derdelander. 24.824 Belgische ondernemingen maken gebruik van dit systeem.
Naar aanleiding van de Internationale Dag voor veilig en gezond werk vraagt het ACV aandacht voor de steeds groeiende groep kwetsbare werknemers, die onvoldoende beschermd zijn.