MOBILITEIT /
"Wie mensen aan het werk wil krijgen, moet mobiliteit ernstig nemen"
TEKST Fien Vandamme en Matthijs Driesen / FOTO Maarten De Bouw / 13 MEI 2026 / leestijd 4 minuten
Het artikel ‘Onderweg naar het werk’ eindigde met de vraag hoe we de modal shift – de verschuiving naar duurzame vervoersmiddelen – werkelijkheid maken. Die vraag stelden we aan Thomas Vanoutrive, mobiliteitsonderzoeker bij de Universiteit Antwerpen. “Mobiliteit wordt in de media vaak herleid tot files, snelheid of het aantal auto’s op de weg”, zegt hij. Maar volgens Vanoutrive draait het vooral om bereikbaarheid: kunnen mensen geraken waar ze moeten zijn? Naar het werk, school, familie en zorg? En geldt dat voor iedereen?
Hoe maken we van die modal shift een realiteit?
“Je kan sjoemelen met cijfers, zoals rond dit thema soms gebeurt in de Vlaamse Regering. Beleidsdoelstellingen bestaan al jaren, maar de resultaten worden vaak gemeten via het aantal verplaatsingen in plaats van afstand. Een wandeling van 100 meter weegt dan even zwaar door als een autorit van 80 kilometer. Zelfs met die gunstige methode worden de doelen niet gehaald. Volgens het Federaal Planbureau blijven autokilometers stijgen. De meeste overheidsmiddelen gaan ook systematisch naar de wagen. Alleen de fiets wint terrein, vooral dankzij de elektrische fiets. Het potentieel van openbaar vervoer blijft grotendeels onbenut. Dat toont dat we onze samenleving anders moeten organiseren, en er dus vooral in investeren. Voor fietsen gebeurt dat via leasing, infrastructuur en vergoedingen. Maar niet voor iedereen is de fiets geschikt. Investeren in fietsen mag dus niet ten koste gaan van een degelijk openbaar vervoersnet – en dat dreigt wel te gebeuren.”
-//-
“Bereikbaarheid is eenvoudig: hoe raak je ergens? Kunnen mensen hun werk, school, ziekenhuis, winkel of familie bereiken om volwaardig deel te nemen aan de samenleving?”
Thomas Vanoutrive
_
Kan je wat meer vertellen over je onderzoek over jobbereikbaarheid?
“Bereikbaarheid is eenvoudig: hoe raak je ergens? Kunnen mensen hun werk, school, ziekenhuis, winkel of familie bereiken om volwaardig deel te nemen aan de samenleving? Voor werk is dat heel concreet. Een job op 50 kilometer afstand kan op papier beschikbaar zijn, maar zonder auto, met slechte verbindingen én zorgtaken wordt die in de praktijk onbereikbaar. Onderzoek toont dat bereikbaarheid ongelijk verdeeld is. Mensen met een hoger inkomen hebben een hogere bereikbaarheid en kunnen dus gemiddeld veel meer jobs bereiken. Ze hebben bij voorbeeld vaker een auto. Mensen met een lager inkomen werken vaker op bedrijventerreinen of locaties die moeilijk bereikbaar zijn met openbaar vervoer. Zo ontstaat vervoersarmoede: wie al minder kansen heeft, krijgt er nog een extra drempel bij. Het merendeel van de middelen gaat nog steeds naar de auto, terwijl openbaar vervoer maatschappelijke voordelen biedt. Het is goedkoper voor de samenleving, inclusiever en vereist geen rijbewijs. Voorwaarde is wel dat het beschikbaar is wanneer mensen het nodig hebben. Voor ploegenarbeiders is een vroege of late bus geen luxe, maar een basisvoorwaarde om te kunnen werken.”
-//-
“Mobiliteit en ruimte moeten beter op elkaar aansluiten.”
Thomas Vanoutrive
_
Wat betekent dat voor het beleid?
“Wie mensen aan het werk wil krijgen, moet mobiliteit ernstig nemen. “Werk, werk, werk” roepen volstaat niet als mensen hun werkplek niet op een redelijke manier kunnen bereiken. Mobiliteit hangt bovendien sterk samen met zorgtaken. Wie kinderen moet afzetten, boodschappen doet of voor familie zorgt, heeft een complex verplaatsingspatroon. Lange reistijden maken het moeilijk om werk en privé te combineren. Daarom moet het beleid breder kijken en andere stemmen betrekken, door te luisteren naar armoede- en werknemersorganisaties, of vzw’s voor mensen met een beperking. Zij worden vandaag te weinig gehoord, terwijl hun ervaringen cruciaal zijn. Ik werk veel met studies, zoals die van hierboven, maar die studies alleen mogen het beleid niet bepalen. Ook projecten als Straatvinken (tellingen door burgers van verkeer in hun straat, red.) zijn belangrijk.”
Wat zou je doen als je één dag minister van Mobiliteit was?
“Ik zou meteen met Ruimtelijke Ordening rond de tafel zitten: mobiliteit en ruimte moeten beter op elkaar aansluiten. Daarnaast zou ik het openbaar vervoer versterken zodat basisbereikbaarheid gegarandeerd is. Even belangrijk is dat mobiliteitsbeleid democratischer wordt. Beleidskeuzes bepalen immers het dagelijks leven van burgers. Vakbonden, armoedeorganisaties, groeperingen voor mensen met een beperking en buurtcomités weten waar het wringt: een gevaarlijk kruispunt, een bus die net te laat komt of een bedrijventerrein zonder veilige toegang. Op langere termijn moeten we anders nadenken over waar we wonen, werken en voorzieningen bouwen. Waar zetten we ziekenhuizen? Toch niet op plekken waar je alleen met de auto kan geraken? Maar ik zou niet langer dan één dag op de stoel van Annick De Ridder (huidig Vlaams minister van Mobiliteit, red.) mogen zitten, hoor. Ik word waarschijnlijk al voor het einde van die dag ontslagen.”
www.hetacv.be/mobiliteit
Lees ook het artikel 'Onderweg naar het werk'.
Lees ook het artikel 'Recht op mobiliteitsbudget in plaats van bedrijfswagen'.