close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

EEN BEGROTING WAARIN JE MEETELT /

Fiscale koterij en vermogens: het kan eenvoudiger én rechtvaardiger

TEKST Bram Van Vaerenbergh / FOTO Shutterstock AI / 13 MEI 2026 / LEESTIJD 4 MINUTEN

Het Belgische belastingsysteem is vandaag uitgegroeid tot een kluwen van uitzonderingen, gunstregimes en achterpoortjes. Waardoor het niet alleen complex en ondoorzichtig is geworden, maar ook onrechtvaardig. Wie werkt voor zijn inkomen, betaalt daar vaak daar een zwaardere prijs voor dan wie zijn inkomsten haalt uit vermogen of slimme constructies. Daarom pleit het ACV voor een grondige hervorming, die eenvoud én rechtvaardigheid centraal zet. Alle maatregelen hieronder vormen samen een belangrijke stap in die richting.

Alle inkomsten gelijk behandelen: 12,9 miljard euro

Vandaag hangt de belastingdruk in België sterk af van de oorsprong van het inkomen. Arbeid wordt progressief en relatief zwaar belast, terwijl inkomsten uit kapitaal – zoals dividenden, huurinkomsten of meerwaarden – vaak apart en gunstiger worden behandeld. Dat leidt tot situaties waarin mensen met een gelijkaardig totaalinkomen toch heel verschillende belastingen betalen.

Door alle inkomsten te globaliseren – zeg maar: in dezelfde pot te steken – en ze te belasten volgens dezelfde progressieve tarieven, wordt dat onderscheid weggewerkt. Zo draagt iedereen bij volgens zijn werkelijke draagkracht.

Het Federaal Planbureau berekende in aanloop naar de federale verkiezingen van 2024 wat de opbrengst voor de federale overheid zou zijn van een globalisering van alle inkomsten voor de belastingen. Ze pasten de gemiddelde aanslagvoet in onze belastingen toe op alle inkomsten uit financieel vermogen en hieven een belasting aan marginaal tarief op financiële meerwaarden. Dit kan tot 12,9 miljard euro opleveren.

Eerlijke bijdrage op alternatieve verloning: 756 miljoen euro

Een groeiend deel van werknemers wordt momenteel voor een deel alternatief verloond. Denk maar aan winstpremies of aandelenopties. Aandelenopties geven werknemers het recht om in de toekomst aandelen van hun bedrijf – of een ander helemaal niet-gerelateerd bedrijf – te kopen aan een vooraf vastgelegde prijs. Als de beurskoers later hoger ligt dan die prijs, kunnen ze winst maken door de aandelen goedkoper te kopen en duurder te verkopen. Werkgevers en werknemers betalen er minder sociale bijdragen op.

Nochtans gaat het in essentie om verloning voor geleverde arbeid. In het geval van aandelenopties, gereserveerd voor een beperkt aantal werknemers - vooral hogere kaderleden - gaat het om 183.201 werknemers die voor bijna twee miljard aan aandelenopties ontvingen volgens de laatste cijfers van 2024. Enkel een werkgeversbijdrage van 25% op die alternatieve vorm van verloning, zou al ruim 493 miljoen euro opleveren.


-//-

Arbeid wordt progressief en relatief zwaar belast, terwijl inkomsten uit kapitaal vaak apart en gunstiger worden behandeld.

_


Beperking inkoop eigen aandelen: 1 miljard euro

Steeds meer grote bijdragen gebruiken hun winsten om eigen aandelen in te kopen. Daarmee verhogen ze de waarde voor aandeelhouders, vaak onder fiscaal gunstige voorwaarden. Een studie van het ACV toont aan dat tussen 2018 en 2026 bedrijven uit de BEL20 voor minstens 6,1 miljard euro aan eigen aandelen inkochten. En deze cijfers hebben enkel betrekking op de bedrijven op de BEL20, met andere woorden: nog maar het topje van de ijsberg.

Het probleem is dat deze middelen niet terechtkomen bij investeringen, innovatie of werknemers. Integendeel: ze onttrekken op een fiscaal voordelige manier kapitaal uit de onderneming om de koers van het aandeel omhoog te duwen en de aandeelhouders op die manier te verrijken. Bovendien tonen internationale studies aan dat bedrijven die massaal eigen aandelen inkopen, op termijn vaak zwakker presteren. Logisch, want de reserves die gebruikt worden om aandelen in te kopen kunnen niet meer aangewend worden om te investeren in de onderneming.

Daarom wil het ACV dat bedrijven geen fiscale voordelen meer krijgen wanneer ze winst gebruiken voor zulke operaties. De extra inkomsten ramen we op 1 miljard euro, maar minstens even belangrijk: het moedigt bedrijven ook aan om opnieuw te investeren in hun toekomst én hun werknemers.

Aanpak managementvennootschappen: 526 miljoen euro

Een groeiend aantal kaderleden en consultants laat zich vandaag vergoeden via een eigen vennootschap. Op die manier kunnen ze hun belastingdruk aanzienlijk verlagen én sociale bijdragen beperken. En dat zorgt voor grote verschillen: waar voor werknemers in de hoogste looncategorieën tot bijna 60% van de totale loonkost naar sociale bijdragen en belastingen gaat, ligt dat bij managementvennootschappen rond de 35%.

Dit systeem leidt tot een verschuiving van inkomsten uit de personenbelasting naar de vennootschapsbelasting, en ondergraaft zo de financiering van onze sociale bescherming. Bovendien gaat het vaak niet om echte ondernemersactiviteiten, maar om werknemers die zich in een vennootschap “verpakken” om fiscale redenen. En dat is zuivere fiscale ontwijking, die de overheid bakken geld kost.

Het ACV wil hier paal en perk aan stellen, zonder het ondernemerschap te beknotten. Dat kan door de voordelen voor managementvennootschappen te beperken en ondernemingen gelijker te gaan behandelen: afschaffing van het verlaagd tarief en beperking van uitzonderingsregimes zoals VVPR-bis (waarmee ondernemers aan een verlaagd tarief van 15% reserves uit de onderneming kunnen halen). Ook een verhoogd minimumloon voor de bedrijfsleider zal geld in het laatje brengen. Op basis van cijfers van de FOD Financiën brengt dit minstens 526 miljoen euro op, maar het potentieel is nog groter.

Een eerlijke bijdrage van grote vermogens: 5 miljard euro

Daarnaast is er ook de vaststelling dat de rijkste Belgen vandaag relatief minder bijdragen aan de fiscus dan de gemiddelde Belg. Terwijl de doorsnee belastingdruk rond 43% ligt, betaalt de rijkste 1% gemiddeld slechts 23% belastingen op zijn inkomen, omdat dit vooral uit vermogensinkomsten bestaat. Dat ondergraaft het draagvlak van ons progressief belastingsysteem.

Daarom pleit het ACV voor de invoering van een vermogensbelasting op grote kapitalen. Het gaat om een progressieve heffing op het netto-vermogen van eenieder, dus ná aftrek van schulden (zoals bv. hypothecaire kredieten). Concreet stellen we voor om een belasting van 1% in te voeren op de eerste schijf van 1 tot 1,5 miljoen euro, 1,25% op de schijf van 1,5 tot 2 miljoen euro en 1,5% op alles daarboven. Ook onroerend vermogen wordt daarbij meegenomen, op basis van de reële waarde van het goed, maar niet de eigen gezinswoning.

Deze maatregel zorgt ervoor dat wie het meeste bezit, ook een eerlijkere bijdrage levert. Tegelijk helpt hij om de groeiende ongelijkheid in onze samenleving terug te dringen én de financiering van publieke diensten veilig te stellen. De opbrengst wordt geraamd op ongeveer 5 miljard euro tegen 2029 en wordt gestaafd door een studie van het Federaal Planbureau.

Meer artikels over

begroting fiscaliteit

Related articles