EEN BEGROTING WAARIN JE MEETELT /
"Op deze manier gooi je het geld in een bodemloze put"
TEKST Bram Van Vaerenbergh / FOTO Bearfotos / 13 MEI 2026 / LEESTIJD 4 MINUTEN
België telt heel wat loonsubsidies. Die zijn niet allemaal even efficiënt, doeltreffend of nuttig.
Een opvallend voorbeeld is de subsidie voor de eerste aanwerving, ook bekend als de plusplannen. Die kostte in 2025 al 620 miljoen euro per jaar, zonder duidelijk bewijs van effectiviteit. “Mijn conclusie is dat deze middelen efficiënter kunnen worden ingezet. Daarom pleit ik er voor om deze maatregel af te schaffen”, zegt professor Bart Cockx van de Universiteit Gent, die onderzoek deed naar de loonlastenverlaging voor de eerste werknemer.
Kan u even situeren waar de subsidie voor de eerste aanwerving vandaan komt?
“De subsidie werd in 2016 ingevoerd om kleine bedrijven te ondersteunen bij het aanwerven van personeel. Het idee was dat die kleine ondernemingen de motor van de economie zijn en dus extra steun verdienden om te kunnen groeien. Het Rekenhof heeft die maatregel nadien geëvalueerd, maar heeft zich daarbij vooral gericht op mogelijke misbruiken, niet op de effecten van de maatregel zelf. Mijn team en ik hebben vanuit economisch standpunt bekeken of die loonsubsidie effectief en doelmatig is.”
Wat kon u concluderen?
“Je ziet na 2016 een enorme toename van bedrijven met één werknemer, maar er is geen gelijkaardige groei te bespeuren bij bedrijven met twee, drie of vier werknemers. Met andere woorden: de ondernemingen nemen wel iemand aan, maar groeien nadien niet verder. Het is moeilijk om te zeggen of er aan netto jobcreatie gedaan is: die werknemers hadden evengoed in andere bedrijven aan de slag kunnen gaan. Onze modellen wijzen er op dat de totale tewerkstelling nauwelijks is toegenomen, en mogelijk zelfs gewoon verschoven is van grotere naar kleinere bedrijven. Bovendien zien we dat het vooral gaat om minder productieve bedrijven. De kwantiteit van de jobs stijgt, maar de kwaliteit daalt.”
Kunnen we dan stellen dat de subsidie haar doel mist?
“Ze bereikt één doel: meer kleine bedrijven nemen een eerste werknemer aan. Maar dat betekent dus niet dat de totale werkgelegenheid stijgt. Bovendien kost de maatregel de overheid enorm veel geld. Mijn conclusie is dat die middelen efficiënter kunnen worden ingezet. Daarom pleit ik er voor om deze maatregel af te schaffen. Bovendien blijft de kost oplopen naarmate meer bedrijven er gebruik van maken, gezien het oneindige karakter van de subsidie. Voor 2016 bestond deze maatregel ook al, zij het met een tijdelijk karakter. Maar ook toen was er geen enkele reden om aan te nemen dat hij economische groei zal stimuleren. Deze maatregel richt zich niet op bedrijven met groeipotentieel. Een beter alternatief zou zijn om te investeren in opleiding, waarvan we weten dat het wél effect heeft.”
“Een beter alternatief zou zijn om te investeren in opleiding, waarvan we weten dat het wél effect heeft.”
Bart Cockx, professor economie Universiteit Gent
Criticasters zullen zeggen dat veel bedrijven hun enige werknemer zullen ontslaan zonder subsidie.
“In een krappe arbeidsmarkt zullen die werknemers elders werk vinden. Bovendien kan je de vrijgekomen middelen inzetten voor maatregelen die wél nieuwe tewerkstelling creëren. Op deze manier gooi je het geld in een bodemloze put. Het is dus belangrijk om te kijken naar het totaalplaatje.”
Worden zulke maatregelen dan voldoende geëvalueerd?
“Dat is niet eenvoudig. In Nederland bijvoorbeeld moeten zulke maatregelen voorafgaand geëvalueerd worden. Je zou ook met een proefproject kunnen starten vooraleer je ze algemeen invoert voor iedereen. Dus dat is zeker iets waar op voorhand over nagedacht moet worden, maar dat horen politici niet graag. Dan riskeren ze dat ze met hun neus op de feiten worden gedrukt en moeten vaststellen dat hun geplande maatregel niet werkt.”
Eerste aanwerving 620 miljoen euro
Wat is het?
De doelgroepvermindering voor eerste aanwervingen geeft werkgevers een korting op de RSZ-bijdragen wanneer ze personeel in dienst nemen. In 2026 bedraagt die korting voor de eerste werknemer maximaal 3.100 euro per kwartaal, zonder tijdsbeperking. Voor de tweede en derde werknemer geldt een lagere vermindering, beperkt tot 13 kwartalen.
Het regeerakkoord voorziet een hervorming: 2.000 euro per kwartaal voor de eerste werknemer (onbeperkt in de tijd) en 1.000 euro per kwartaal gedurende drie jaar voor de tweede tot en met de vijfde werknemer.
Wat stelt het ACV voor?
Wij stellen een volledige uitdoving van de maatregel voor. Er worden geen nieuwe rechten meer toegekend, en bestaande voordelen doven uit over maximaal 13 kwartalen. Ook voor de eerste werknemer wordt de duur beperkt.
Waarom?
Evaluaties van het Rekenhof en de UGent, UCLouvain en de Nationale Bank tonen aan dat de maatregel geen aantoonbare economische meerwaarde heeft. Er is geen duidelijk effect op jobcreatie, productiviteit of de groei van ondernemingen.
De maatregel leidt vooral tot een verschuiving van werkgelegenheid: werknemers bewegen van grotere, productievere bedrijven naar kleinere, minder productieve ondernemingen. De totale impact op tewerkstelling is verwaarloosbaar en de economische output daalt licht.
Daarnaast zijn er aanwijzingen van misbruik en zorgen controles geregeld voor juridische betwistingen. Ook de sociale partners adviseerden al om de maatregel in te perken, zonder gevolg.
Kortom: de subsidie stimuleert vooral kleine bedrijven om één werknemer aan te nemen, maar niet om door te groeien. Ze verhoogt de kwantiteit, maar niet de kwaliteit van werkgelegenheid.
Wat brengt het op?
De maatregel is budgettair zwaar: in 2025 bedroeg de kost 620 miljoen euro, en door het systeem blijft die kost geleidelijk verder oplopen. Zonder ingrijpen blijft dit een structurele uitgave.
Door de maatregel uit te doven, kan deze kost volledig verdwijnen tegen 2029. De vrijgekomen middelen kunnen ingezet worden voor effectievere beleidsmaatregelen die wél bijdragen aan duurzame tewerkstelling en economische groei.