ONDERNEMING /
“Jouw job verdwijnt misschien niet door AI, maar hij verandert wel drastisch”
TEKST Sam Coomans / Foto Rob Stevens / 17 JUNI 2026 / LEESTIJD 3 MINUTEN
Software die de planning maakt, een AI-tool die teksten schrijft, systemen die prestaties opvolgen… Voor werknemers roept dat veel vragen op. Wordt het werk lichter of net intensiever? Biedt AI ondersteuning of leidt het tot meer controle? En wat betekent dat voor mijn job op langere termijn? HIVA-onderzoeker Thomas Boogaerts onderzocht samen met collega Tim Goesaert in opdracht van het ACV wat AI doet met jobs, de jobkwaliteit en tewerkstelling in België.
Waar duikt AI vandaag al op in het werk?
“AI is vandaag vooral sterk in routineus denkwerk: teksten opstellen, vertalen, informatie samenvatten, data analyseren en softwarecode schrijven. Dat kan tijdswinst opleveren. In een klantendienst kan AI bijvoorbeeld sneller een antwoord voorstellen. In de zorg kan technologie administratieve taken verminderen, waardoor meer tijd vrijkomt voor patiënten. Maar de belangrijkste vraag is niet alleen of de tool werkt. De vraag is: voor wie werkt die tool? Helpt AI werknemers om hun job beter te doen, met meer ruimte en ondersteuning? Of wordt dezelfde technologie gebruikt om het tempo op te drijven, werknemers sterker te controleren of taken uit functies weg te knippen?”
Moeten werknemers bang zijn voor hun job?
“Massaal jobverlies zien we vandaag nog niet. Maar de inhoud van jobs verandert wél, en dat proces is volop bezig. Jobs verdwijnen meestal niet in één keer. Ze bestaan uit taken. Sommige taken worden overgenomen door AI, andere blijven bestaan of worden net belangrijker. Dat kan positief zijn. Eenvoudige, repetitieve of saaie taken kunnen verdwijnen, waardoor werknemers meer tijd krijgen voor complexer, menselijker of interessanter werk. Maar het kan ook anders uitdraaien. Als de eenvoudige taken verdwijnen, blijft soms vooral het moeilijke en intensieve werk over. Dan stijgt de werkdruk. Ook de verwachtingen kunnen toenemen: meer taken in minder tijd, hogere normen, strakkere opvolging en minder ruimte voor menselijk oordeel. Daarom mogen we AI niet alleen bekijken door de bril van productiviteit of jobverlies. We moeten ook kijken naar de kwaliteit van het werk: wat gebeurt er met werkdruk, autonomie, leerkansen, samenwerking en vakmanschap?”
Welke werknemers lopen vandaag het meeste risico?
“In België werkt ruim vier op de tien werknemers in een job die sterk blootgesteld is aan AI. Vooral administratieve functies, kennisjobs en managementfuncties komen met de huidige AI-technologie in beeld. Maar blootstelling is niet hetzelfde als jobverlies. In sommige jobs kan AI vooral ondersteunend werken. Het risico wordt groter wanneer taken makkelijker te automatiseren zijn. Administratieve functies zijn extra kwetsbaar omdat ze grotendeels bestaan uit automatiseerbare taken zoals tekstverwerking, data-invoer en informatieanalyse. Bovendien werken in die jobs veel vrouwen. Ook jonge werknemers verdienen aandacht. Sommige buitenlandse studies tonen dat bedrijven minder aanwerven voor bepaalde instapjobs, bijvoorbeeld in IT, consultancy of administratie. Het bewijs is nog niet sluitend, maar het signaal is belangrijk. Als bedrijven minder jongeren aanwerven omdat AI instaptaken overneemt, waar leren jonge werknemers dan nog het vak? En wie wordt over tien jaar de ervaren collega, expert of leidinggevende?”
Worden werknemers vaardiger door AI?
“Niet automatisch. AI kan mensen helpen om sneller of beter te presteren, maar dat betekent niet dat ze de onderliggende vaardigheden ook zelf leren. Sommige onderzoekers vergelijken AI met een exoskelet: het geeft kracht zolang je het draagt, maar het traint je spieren niet vanzelf. Daarom moeten werknemersafgevaardigden niet alleen vragen of werknemers toegang krijgen tot AI, maar ook of ze opleiding krijgen. Begrijpen werknemers hoe het systeem werkt? Blijft hun vakkennis behouden? Krijgen ze tijd om te leren? Of wordt AI vooral gebruikt om sneller meer werk te verzetten? Zonder opleiding en begeleiding kan AI leiden tot afhankelijkheid en verlies van expertise op de werkvloer. AI-geletterdheid wordt een basisvoorwaarde om mee te kunnen op het werk. Anderzijds kan AI bepaalde expertise breder beschikbaar maken. Iemand zonder specifieke opleiding kan met AI-hulp taken uitvoeren die vroeger specialistenwerk waren. Dat biedt kansen, maar kan er ook toe leiden dat bepaalde expertise minder waard wordt op de arbeidsmarkt. Veel hangt af van welke taken AI precies overneemt en welke taken in de job overblijven.”
Veel militanten maken zich zorgen over controle via technologie. Terecht?
“Ja. AI gaat niet alleen over taken uitvoeren. Het gaat ook over werknemers aansturen, beoordelen en controleren. Dat noemen we algoritmisch management. Denk aan software die uurroosters maakt, prestaties meet, targets opvolgt, werknemers rangschikt of input geeft voor evaluaties, promoties of ontslag. Dat kan voordelen hebben: een betere planning en minder subjectieve beslissingen. Maar er zijn ook duidelijke risico’s: stress, minder autonomie, foutieve beslissingen, privacyproblemen en minder vertrouwen op de werkvloer. Werknemers mogen niet herleid worden tot data in een dashboard. Ze moeten weten welke systemen worden gebruikt, welke gegevens verzameld worden, hoe beslissingen tot stand komen en hoe fouten kunnen worden betwist.”
Wat kan je als werknemersafgevaardigde concreet doen?
“Wacht niet tot het systeem al ingevoerd is. Vraag vroegtijdig informatie: welke AI wordt gebruikt, waarvoor, met welke data, wie beslist en wat gebeurt er als het systeem fouten maakt? Welke taken veranderen? Welke gevolgen zijn er voor werkdruk, autonomie en evaluatie? Cao nr. 39 over technologische innovatie is daarbij een belangrijke hefboom. Werknemersvertegenwoordigers hebben recht op informatie en overleg wanneer technologie belangrijke gevolgen heeft voor de werkgelegenheid of werkorganisatie. Ook de Europese AI Act geeft munitie. AI-systemen voor rekrutering, personeelsevaluatie, ontslag of prestatiemonitoring vallen onder de categorie ‘hoog risico’. Transparantie en menselijke controle zijn dan verplicht. Vakbonden kunnen erop toezien dat die principes niet alleen op papier bestaan.”
Wat is de syndicale inzet?
“De kernvraag is eenvoudig: krijgen we AI die werknemers ondersteunt of AI die werknemers verdringt en controleert? Dat is geen natuurwet. Het hangt af van keuzes van bedrijven, overheden en sociale partners. En die keuzes worden nu gemaakt. Als AI werknemers productiever maakt, mag dat niet automatisch betekenen dat alleen de norm omhoog gaat. Productiviteitswinsten moeten ook leiden tot werkbaarder werk, tijd voor opleiding en een eerlijkere verdeling van de opbrengst. Daarom moeten werknemers op alle niveaus meer inspraak krijgen bij de invoering van AI. Daarnaast is er nood aan een breder beleid: meer inzetten op AI-opleidingen, de impact van AI op tewerkstelling en jobkwaliteit goed monitoren zodat we tijdig kunnen anticiperen, en sterkere vangnetten voor wie uiteindelijk zijn of haar job verliest. AI mag geen project zijn dat boven de hoofden van werknemers wordt uitgerold. Het moet mét werknemers vorm krijgen. En net omdat de technologie zo snel evolueert, moeten werknemersafgevaardigden vandaag al mee aan tafel zitten.”
De paper 'AI - werk in veranderende tijden' lees je hier.