HET INTERVIEW /
Grondwettelijk Hof buigt zich over verplichte screening havenpersoneel
Interview en tekst - Lieven Bax | Foto’s - Michel Vanneuville | Zomer 2025 | Leestijd - 5 minuten
Joachim Vanspeybrouck en Sibren Debouck (Wanted Law) begeleiden ACV-Transcom tijdens procedure bij Grondwettelijk Hof tegen verplichte screening havenpersoneel
Gaat de verplichte veiligheids-screening voor iedereen die in een havenfaciliteit werkt binnen afzienbare tijd op de schop? De mogelijkheid bestaat nu het Grondwettelijk Hof het verzoekschrift dat het advocatenkantoor Wanted Law namens ACV-Transcom indiende tot nietigverklaring van het desbetreffende artikel in het Scheepvaartwetboek ontvankelijk heeft verklaard. “Dit gaat over de basisprincipes van onze rechtsstaat.”
“Iedereen kan naar het Grondwettelijk Hof stappen met de vraag om een wet of wetsartikel nietig te laten verklaren”, legt Sibren Debouck van Wanted Law de achtergrond uit van de procedure die hij en z’n confrater Joachim Vanspeybrouck begin dit jaar inleidden. “Je moet natuurlijk een duidelijke reden vermelden. Die kan van belastingtechnische aard zijn, maar evengoed betreft het een bevoegdheidsconflict, en in dit verhaal gaat het over een wet die mogelijk in strijd is met titel II van de Grondwet over de basisrechten van elk individu.”
We hebben het hier over de wet Maritieme Beveiliging van 16 mei 2024.
Sibren Debouck: En dan meer bepaald over één specifiek artikel, waarin een aantal subartikelen staan die werden ingeschreven in het Belgisch Scheepvaartwetboek en bepalen dat iedereen die in een havenfaciliteit werkt een veiligheidsscreening moet ondergaan. Volgt er na die screening een negatief veiligheidsadvies, dan kan de betrokkene zijn of haar job niet langer uitoefenen. Het ontbreekt echter aan duidelijke beoordelingscriteria, waardoor er niet kan worden gecheckt of een beslissing overeenstemt met hetgeen er is afgesproken en die beslissing dus ook niet juridisch kan worden aangevochten. Bovendien is er geen enkele parlementaire controle op de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging die deze screenings moet uitvoeren. Een gevaarlijk precedent.
Joachim Vanspeybrouck: Het probleem is ook dat geen advies gelijk staat aan een negatief advies.
Sibren Debouck: Idem als er bijvoorbeeld door een gebrek aan politiecapaciteit niet tijdig een advies kan worden afgeleverd. Dan geldt dit eveneens als een negatief advies.
Joachim Vanspeybrouck: Soms gaat het om een puur administratieve reden die een tijdig advies onmogelijk maakt, maar wel aanleiding kan geven tot een ontslag om dringende reden. Met als gevolg dat je geen recht hebt op een werkloosheidsuitkering. Terwijl je eigenlijk aan alle voorwaarden voldoet om de job uit te oefenen.
Kim Meeus, adjunct-kabinetschef van toenmalig minister van Justitie Paul Van Tigchelt, zei eerder in dit magazine: “Het is niet zo dat je een negatief veiligheidsadvies krijgt omdat je een keer door een rood licht bent gereden.”
Joachim Vanspeybrouck: Die garantie heb je dus niet. In één bepaald dossier dat ons ter kennis is gebracht, werd een negatief advies afgeleverd omdat de betrokkene ooit een minnelijke schikking had gekregen voor beperkt middelengebruik.
Sibren Debouck: Juridisch gezien ging dat om een verkeersovertreding.
Joachim Vanspeybrouck: Een overtreding die niet eens door een rechter werd beoordeeld.
“Een havenarbeider die wordt ontslagen omdat hij niet tijdig een positief veiligheidsadvies heeft gekregen, gaat de drugscriminaliteit niet oplossen.”
Joachim Vanspeybrouck
Personen die een negatief advies hebben gekregen kunnen geen beroep aantekenen tegen die beslissing.
Joachim Vanspeybrouck: Toch niet tegen het resultaat van de screening door de politiediensten. Het is wel mogelijk om beroep aan te tekenen tegen de beslissing van de Nationale Autoriteit voor Maritieme Beveiliging. Maar dat is enkel een technische beroepsmogelijkheid. Dan wordt er gekeken naar de geldigheid van de procedure. Het initiële oordeel kan echter nooit worden herzien.
De uitgebreide wet Maritieme Beveiliging zou ook te weinig rekening houden met de specifieke situatie van de havenarbeider en de reeds strenge controle op diens erkenning.
Sibren Debouck: Klopt. De wet op de havenarbeid die al decennialang het werk in de Belgische havengebieden regelt, legt een aantal criteria op waaraan havenarbeiders moeten beantwoorden om een erkenning te krijgen. Eén van die criteria is dat het strafregister van een kandidaat-havenarbeider mag worden geraadpleegd. Met het in voege treden van de uitgebreide wet Maritieme Beveiliging werd echter een veel strengere en meer diepgaande screening als erkenningsvoorwaarde ingeschreven, zonder dat daar enige noodzaak toe was. Men had ook de reeds bestaande screening kunnen uitbreiden naar andere ‘kritieke’ functies in de maritieme sector.
Joachim Vanspeybrouck: Intussen loopt er ook een procedure bij de Raad van State tegen de verstrenging van de voorwaarden om erkend te kunnen worden als havenarbeider. De problematiek is gelijklopend en net als bij de uitbreiding van de wet Maritieme Beveiliging lijkt het erop dat er stappen werden overgeslagen. Daarnaast halen we aan dat bepaalde beslissingen werden genomen door een regering in lopende zaken die niet de bevoegdheid had om dat te doen.
Er is eveneens sprake van een inbreuk op de privacy. Hoezo?
Sibren Debouck: In de wet staat dat men een hele reeks bronnen mag raadplegen, gaande van de politiedatabanken tot informatie die door inlichtingendiensten werd vergaard. Maar daarnaast geldt er ook een algemene bepaling die het opvragen van alle andere nuttige info mogelijk maakt. Dat gaat erg ver. Komt daarbij, zoals ik al eerder aanhaalde, dat de beoordeling van die informatie zonder duidelijke richtlijnen wordt toevertrouwd aan een orgaan waarop er geen wettelijke controle is.
De uitbreiding van de wet moet de drugscriminaliteit in de havens een halt toeroepen. Is dat dan niet nodig?
Joachim Vanspeybrouck: Uiteraard moet dat probleem worden aangepakt. Ons verzoekschrift is ook geen statement tegen het aanpakken van criminaliteit. Maar de manier waarop men dat wil doen, is niet de juiste. Een havenarbeider die wordt ontslagen omdat hij niet tijdig een positief advies heeft gekregen, gaat de drugscriminaliteit niet oplossen.
“Het ontbreekt aan duidelijke beoordelingscriteria, waardoor er niet kan worden gecheckt of een beslissing overeenstemt met hetgeen er is afgesproken en die beslissing dus ook niet juridisch kan worden aangevochten.”
Sibren Debouck
Het Grondwettelijk Hof heeft het verzoek van ACV-Transcom alvast ontvankelijk verklaard. En nu?
Sibren Debouck: Het Grondwettelijk Hof heeft inderdaad geoordeeld dat dit haar een case lijkt die de moeite waard is om te onderzoeken. Intussen wisselden de betrokken partijen, zijnde de Vlaamse en de federale overheid, ook al hun memories uit (waarin iedere partij haar argumentatie neerschrijft – nvdr) en hebben wij daarop geantwoord. Het is nu aan de overheden om een laatste keer op onze argumenten te reageren. Waarna er eventueel, al dan niet op onze vraag, een zitting volgt.
Hoe groot schatten jullie de kans in dat het Grondwettelijk Hof de nieuwe screeningregels vernietigt?
Sibren Debouck: We denken heel overtuigende argumenten te hebben aangebracht.
Joachim Vanspeybrouck: Het lijkt er sterk op dat de vorige regering in haar zoektocht naar een oplossing voor de drugscriminaliteit een aantal stappen heeft overgeslagen en zo bepaalde concrete gevolgen niet kon inschatten.
Sibren Debouck: Vlaanderen haalt bovendien z’n eigen geloofwaardigheid onderuit door als tegenargument aan te halen dat het onmogelijk is om iedereen te screenen.
Jullie willen dit proces echt winnen.
Joachim Vanspeybrouck: Dat geldt voor elk proces, maar hier gaat het echt over de basisprincipes van onze rechtsstaat. Het is aan het Hof om ervoor te zorgen dat het vertrouwen in Justitie blijft bestaan. //