close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

DE STELLING /

De economie moet voorrang krijgen op klimaat en milieu

TEKST Donatienne Coppieters | FOTO Petrmalinak | LEESTIJD: 5 MINUTEN | VAKBEWEGING 21 JUNI 2023

In een tijd waarin alle parameters voor natuur en klimaat in het rood staan en klimaat- en milieurampen elkaar in hoog tempo opvolgen, stelde premier Alexander De Croo in mei voor om de ‘pauzeknop’ in te drukken voor de Europese natuurherstelwet. Hij vindt dat we geen nieuwe milieunormen moeten toevoegen aan de CO2-reductiedoelstellingen om te beschermen wat er nog over is van de biodiversiteit. Dit om te voorkomen dat industrieën en investeerders Europa verlaten voor de VS of andere landen met minder ambitieuze wetgeving. Wat vinden de ACV-experten? Moet de economie voorrang krijgen op klimaat en milieu?

francois.png

“De klimaattransitie levert heel wat banen op”

François Sana, adviseur duurzame ontwikkeling ACV-studiedienst

“Ik ben het helemaal niet eens met de stelling. We weten al tientallen jaren dat de economie en het klimaat hand in hand kunnen gaan en dat het rendabeler is om te investeren in de klimaattransitie dan om te wachten tot de schade zich voordoet en vervolgens te betalen voor het herstel ervan.”

In 2006 publiceerde Nicholas Stern, de voormalige hoofdeconoom en vicevoorzitter van de Wereldbank, een klinkend rapport over de economische impact van de opwarming van de aarde. Hij legde uit dat als we elk jaar 1% van het BBP zouden investeren in de klimaat- en milieutransitie, we tot 20% van het BBP zouden besparen om de schade in de toekomst te betalen.

Vanuit ecologisch oogpunt zijn er talloze onderzoeken die aantonen dat de ecologische transitie netto banen creëert. Er zijn inderdaad banen en sectoren die uiteindelijk zullen verdwijnen, zoals alle banen die verband houden met fossiele brandstoffen. Maar er zullen nieuwe banen worden gecreëerd en sommige zullen veranderen. De economie creëert en vernietigt voortdurend banen. De vraag die wij ons vanuit de vakbond stellen is: welke banen creëren we en wat doen we met de werknemers van wie de banen bedreigd worden?

In het discours over rechtvaardige transitie (just transition) accepteren we dat we moeten investeren in de klimaattransitie om tegen 2050 koolstofneutraliteit te bereiken. Tegelijk moeten we werknemers in vervuilende industrieën opleiden in de nieuwe technologieën die hen in staat zullen stellen om te produceren zonder CO2 uit te stoten.

We moeten dus ophouden met de economie tegen het klimaat/milieu op te zetten. De klimaattransitie zal banen creëren. En de eersten die dit omarmen zullen de grote winnaars zijn. De Denen, met hun tienduizenden banen in windmolens en hernieuwbare energie, zullen nooit zeggen dat het klimaat en de economie elkaar uitsluiten. Dit zijn goede banen die zijn gecreëerd omdat Denemarken een pionier is op het gebied van windenergie. Het ACV pleit ervoor om ook in België zoveel mogelijk duurzame productiesectoren te ontwikkelen: in windturbines, fotovoltaïsche panelen en batterijen voor elektrische wagens bijvoorbeeld.

thomas.png

“Het is aan de overheid om de spelregels en de koers te bepalen”

Thomas Greuse, economisch adviseur ACV-studiedienst

“De overheid moet weer grip krijgen over de bedrijven. Bedrijven moeten de regels van de wetgever volgen en zich aanpassen om de door de overheid gestelde doelen te bereiken.”

Vanuit economisch oogpunt is het aangewezen dat de overheid het spel aanstuurt en de regels bepaalt voor economische ontwikkeling en marktgedrag. De overheid kan perfect ecologische beperkingen opleggen aan industriële spelers, zoals het verminderen van koolstofuitstoot en vervuilende stoffen. Het is aan de overheid om de doelstellingen vast te leggen waarnaar de maatschappij moet streven: rechtvaardige transitie en een economie met zero netto CO2-uitstoot.

Bedrijven moeten de doelstellingen volgen die door de overheid in brede zin zijn vastgesteld. Dit kan heel goed op Europees niveau. Als het gaat om internationale concurrentie, kan het voor Europese bedrijven een nadeel zijn om op eigen houtje verder te gaan in vergelijking met andere grote markten zoals Azië of de Verenigde Staten.

Er is ook nog een andere factor om rekening mee te houden: de regelgeving die een staat kan opleggen aan zijn handelspartners. Europa is een van de leidende markten in termen van consumentenaantallen en economische ontwikkeling. Als het zijn rol als politieke entiteit opneemt, heeft het de capaciteit om zijn milieunormen op te leggen aan zijn handelspartners, vooral via zijn milieuwetgeving, wat betekent dat het klimaat en het milieu voorrang krijgen op de economie.

De vraag is of de Europese Unie een sterk genoeg standpunt inneemt en zich niet teveel laat leiden door lobbyisten. Bepaalde lobby’s zetten aanzienlijke middelen in om de ontwikkeling van een koolstofarme economie te voorkomen of te vertragen. De overheid moet sectoren ondersteunen om een al te bruuske overgang te vermijden en om te voorkomen dat een deel van de bevolking deze maatschappelijke verandering afwijst.

Investeerders hebben liever een duidelijke visie waarbij ze weten waar ze aan toe zijn dan dat terugkrabbelend gezegd wordt we lassen nu een pauze in en doen daarna weer verder. Dit creëert (investerings)onzekerheid en daar houdt de economische wereld niet van. Een duidelijk doel hebben geeft zekerheid. De beslissing om koolstofneutraliteit te voorzien tegen 2050, met tussentijdse doelstellingen voor EU-leden om de CO2-uitstoot tegen 2030 met 40% tot 55% te verminderen, zet een koers uit voor de industrie. Tegelijkertijd moet de overheid zichzelf de middelen geven om haar doelen te bereiken, daarvoor de juiste instrumenten inzetten en die permanent monitoren. Dus als we eenmaal hebben besloten tot een maatregel en de instrumenten om die te bereiken, bijvoorbeeld veralgemeend inzetten op de thermische isolatie van gebouwen en hiervoor renteloze leningen toekennen, moeten we beoordelen of de instrumenten die we inzetten het meest effectief zijn om de doelstelling van het verbeteren van de EPB van gebouwen te bereiken.”

plus

Ook interessant