close

Vraag of opmerking? Laat het ons weten!

Terug naar huidig nummer

DE STELLING /

De uitbreiding van studentenarbeid vergroot de ongelijkheid

TEKST Frances Duhamel / FOTO Unai Huizi Photography & Maarten De Bouw / 17 juni 2026 / leestijd 3 minuten

De grote meerderheid van de studenten werkt, zowel tijdens de zomervakantie als doorheen het academiejaar. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Voor velen is dat een manier om vrijetijdsuitgaven te financieren of te sparen, maar voor een aanzienlijke groep is werken geen vrije keuze: 42 procent doet dat om zichzelf of hun gezin financieel te ondersteunen en 29 procent om studiekosten te betalen. Die financiële druk weegt ook op het studeren: één op de drie studenten mist geregeld lessen door werk, en vooral studenten uit financieel kwetsbare gezinnen, studenten met een migratieachtergrond en studenten die zelfstandig wonen lopen meer risico om studie en werk moeilijk te combineren en studievertraging op te lopen. Tegelijk werden de mogelijkheden voor studentenarbeid de voorbije jaren verder uitgebreid, onder meer door het optrekken van het aantal toegelaten werkuren tot 650 uur per jaar, dat is gelijk aan meer dan vier maanden voltijds werk. De vraag rijst of dit beleid bijdraagt aan gelijke kansen of net de ongelijkheid tussen studenten verder vergroot.

karen.jpg

“Wie moet werken om te studeren, betaalt daar vaak een prijs voor.”

Karen Van Aerden, socioloog VUB, medeauteur BRISPO-onderzoek naar studentenarbeid


Studentenarbeid zit al jaren in de lift en die evolutie versnelt sinds het aantal toegelaten uren werd opgetrokken. Volgens VUB-sociologe Karen Van Aerden dreigt die trend de ongelijkheid tussen studenten te verdiepen. “Wie moet werken om te studeren, betaalt daar vaak een prijs voor.” 


Uit RSZ-cijfers zien we duidelijk dat studentenarbeid toeneemt: het aantal werkende studenten, jobs en gepresteerde uren stijgt”, zegt Van Aerden. “Die evolutie was al bezig vóór de uitbreiding naar 650 uur, maar die maatregel heeft wel een extra toename veroorzaakt.” Ook het moment waarop studenten werken verschuift. “De zomer blijft het belangrijkst, maar studenten werken steeds vaker ook tijdens het academiejaar.”

Volgens Van Aerden is het idee dat meer uren gelijke kansen creëren maar deels juist. “Er wordt vaak gezegd dat studenten zo hun studies kunnen financieren en makkelijker starten. Maar daarmee leg je de verantwoordelijkheid bij het individu”, zegt ze. “Toegang tot onderwijs zou structureel gegarandeerd moeten zijn.”

Het creëert volgens haar ongelijkheid. “Sommige studenten krijgen steun van thuis, anderen moeten intensief werken om rond te komen. En net die laatste groep komt in de problemen: ze hebben minder tijd om te studeren en dus minder kans om hun diploma te behalen.”

“Internationaal onderzoek toont aan dat veel werken leidt tot studievertraging en meer uitval”, besluit Van Aerden. “Studenten die veel werken komen vaker uit kwetsbare groepen. Zo versterkt de uitbreiding van studentenarbeid uiteindelijk de ongelijkheid eerder dan dat ze die verkleint.”

bram.jpg

“Je kan moeilijk verwachten dat studenten bijna een halftijdse job opnemen én tegelijk perfect presteren in hun studies.”

Bram Dobbelaere, stafmedewerker Jong ACV

Studentenarbeid is voor Jong ACV geen probleem op zich, maar het wordt problematisch wanneer werken een noodzaak wordt om te kunnen studeren. Volgens stafmedewerker Bram Dobbelaere schuurt het huidige beleid: “Studenten worden tegelijk aangemoedigd om meer te werken én geacht hun studies zonder vertraging af te ronden.”

Studentenarbeid is vandaag geen bijkomstigheid meer, maar een structureel onderdeel van het hoger onderwijs,” zegt Dobbelaere. “Op zich is daar niets mis mee: een studentenjob kan waardevolle ervaring opleveren en jongeren financieel zelfstandiger maken.” Maar volgens hem ligt de grens daar waar werken geen keuze meer is. “Als 42 procent werkt om zichzelf of hun gezin te ondersteunen en 29 procent om studiekosten te betalen, dan spreken we niet langer over een centje bijverdienen. Dan wordt studeren zonder te werken voor velen onmogelijk.”

Volgens Jong ACV zet dat de gelijke onderwijskansen onder druk. “Studenten uit kwetsbare groepen moeten vaker en intensiever werken, en net zij betalen daar de prijs voor in hun studietraject,” zegt Dobbelaere. Hij wijst ook op een fundamentele spanning in het beleid. “Enerzijds wordt studentenarbeid uitgebreid, met 650 toegelaten uren per jaar, wat studenten aanzet om meer te werken. Anderzijds verwacht men dat ze hun diploma snel en zonder vertraging behalen.” Die dubbele verwachting wringt volgens hem. “Je kan moeilijk verwachten dat studenten bijna een halftijdse job opnemen én tegelijk perfect presteren in hun studies.”

“Vandaag probeert men beide tegelijk, en dat is geen coherent beleid,” besluit Dobbelaere. “Zo creëer je een systeem waarin studenten in twee richtingen worden getrokken en waar vooral de meest kwetsbaren de gevolgen van dragen.”

plus

En jij

Vind jij dat de uitbreiding van het aantal toegelaten werkuren voor jobstudenten bijdraagt aan gelijke kansen of net de ongelijkheid tussen studenten verder vergroot?
Laat het ons weten op vakbeweging@acv-csc.be

Ook interessant